Het koninkrijk der regio's

DE JONGSTE FORMULE voor de bestuurlijke vernieuwing die bekend staat als BoN3 (naar de nota Besturen op Niveau 3) behoort tot die typisch-Nederlandse constructies waarvan het moeilijk is ze aan buitenlanders uit te leggen.

Er komt een nieuwe regionale bestuursvorm, die in het geval van Rijnmond overigens provincie heet, maar deze blijft beperkt tot enkele grote stedelijke gebieden. Tel echter alle stedelijke knooppunten op en het is slechts een stap naar een sluitende regio-indeling die overeenkomt met een dubbel aantal provincies. Toch weigerde het kabinet met nadruk een einddoel te noemen: geen blauwdruk! Gemeenten en provincies hebben dit verwelkomd als een erkenning van de diversiteit in het land.

Het blijft intussen de vraag of bestuur in twee snelheden werkelijk zo'n goed antwoord is op de combinatie van schaalvergroting en toenemende onderlinge verwevenheid van maatschappelijke problemen die de motor vormt van het proces van bestuurlijke hervorming. Ondanks de beleden afkeer van een blauwdruk heeft het kabinet nu dan toch weer een stapje in de richting van integrale regionalisering van Nederland gedaan door een plan te lanceren om het aantal Wgr-gebieden (Wet gemeenschappelijke regelingen) voor de intergemeentelijke samenwerking terug te brengen van 59 tot pakweg 28. Het interessante is dat de reden voor bundeling verder gaat dan de bestaande gemeenschappelijke regelingen zelf (waarvan er overigens 750 zijn) en nadrukkelijk in het teken wordt gesteld van de sanering van de zogeheten functionele regio's.

Deze vormen tegenwoordig wellicht nog meer dan sputterende provincies en gemeenten het grote struikelblok voor de bestuurlijke vernieuwing. Er is in dit land een wirwar gegroeid van gespecialiseerde regio-indelingen, variërend van afvalverwerking tot openbaar vervoer en van arbeidsvoorziening tot politie. Al die verschillende indelingen leiden tot een enorme verkokering, allerlei afstemmingsverliezen en gebrek aan democratische controle. De Wgr-nieuwe stijl moet volgens het kabinet een bedding vormen om de verschillende sectoren zoveel mogelijk te integreren. Daarmee wordt een platform geschapen voor integraal bestuur, het afwegen van een diversiteit aan belangen binnen een territoriaal bepaald orgaan.

OOK EEN GESTROOMLIJNDE Wgr blijft intussen een vorm van “verlengd bestuur” waarop de burger niet rechtstreeks invloed kan uitoefenen. De besturen van de samenwerkingsorganen worden gevormd uit de deelnemende (gemeente)besturen. Naarmate deze samenwerking wordt versterkt groeit de noodzaak van rechtstreekse verkiezingen. Dus toch een nieuwe regionale bestuurslaag. Het aantal van 28 wijst daar ook op. Het indikken van de Wgr-formule belooft weerstand op te roepen van twee kanten: de bestaande bestuurslagen zullen node een potentieel concurrerend orgaan in het zadel helpen en de vakdepartementen nemen node afscheid van hun eigen gebiedsindeling. Het valt te bezien of het kabinet daar zonder het machtswoord van een blauwdruk doorheen weet te breken.