Dumphandelaar ontsluiert geheim van "kamer 14'; De Nederlandse veiligheidsdiensten in kaart gebracht

DEN HAAG, 21 APRIL. Vraag een Nederlander naar geheime diensten en hij zal de CIA of de KGB opnoemen. Als enige Nederlandse dienst wordt daar waarschijnlijk de BVD (binnenlandse veiligheidsdienst) aan toegevoegd. Terwijl Nederland er 43 heeft gekend.

Vorige week verscheen bij de Sdu Uitgeverij het boek De Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten van de Hagenaar F. Kluiters. De schrijver speurde vijf jaar lang naar geheime Nederlandse diensten en wist al een jaar voordat de media er over berichtten van het bestaan van de dienst O & I, de Nederlandse Gladio. (Gladio is de codenaam van een geheim verzetsnetwerk in een aantal Europese landen dat plannen maakte voor het geval WestEuropa bezet zou worden.)

“Tijdens mijn onderzoek stuitte ik op de dienst Sectie Algemene Zaken”, vertelt Kluiters. “Een onderdeel daarvan was O & I, Operatiën en Inlichtingen. Dit onderdeel was speciaal in het leven geroepen om tijdens een bezetting speciale operaties uit te voeren. Er was niets bekend over de dienst en ik kwam geen stap verder omdat iedereen zijn mond stijf dicht hield.”

Dankzij de aandacht die de Gladio-affaire later kreeg kon Kluiters de benodigde gegevens achterhalen. Het boek beschrijft van alle diensten de taken, het aantal personeelsleden, de namen van de leiding, eventuele zusterorganisaties tot en met de adressen en telefoonnummers.

In 1986 las Kluiters de Parlementaire Enquête Commissie Regeringsbeleid 40-45, de PEC. “Ik dacht smeuge verhalen over geheime diensten tegen te komen maar in plaats daarvan struikelde ik over namen van personen en diensten die ik niet kon thuisbrengen. Ik had de indruk dat de PEC er een puinhoop van had gemaakt en besloot het te gaan uitzoeken.”

De BVD, Militaire Inlichtingdiensten en de Inlichtingendienst Buitenland (IDB) waren de enige diensten die Kluiters, voor hij aan zijn zijn onderzoek begon, kende. Nu zijn daar illustere namen bijgekomen van opgeheven diensten zoals "Kamer 14', "Bureau Voorbereiding Terugkeer', "NEFIS' en "Codedienst'.

Kluiters besteedde twee dagen in de week aan het bezoeken van archieven en het spreken van ex-werknemers van de verschillende diensten. De medewerking die hij kreeg was minimaal. Het merendeel van de mensen die hij benaderde, wilde hem wel te woord staan maar gaf oppervlakkige antwoorden.

De 42-jarige Kluiters is eigenaar van een dumpwinkel wat zijn introductie bij ex-werknemers van de diensten niet vergemakkelijkte. “Men ging ervan uit dat ik een wetenschapper was en keek soms raar op wanneer ik vertelde in overtollige legersurplus te handelen.”

De diensten doen volgens Kluiters geheimzinnig over zaken waar niets geheimzinnings aan is. De BVD gaf hem te kennen dat hun hoofdstructuur geheim was. Drie maanden later werd die structuur uit de doeken gedaan in een openbaar verslag van de vaste commissie voor de inlichtingen- en de veiligheidsdiensten van de Tweede Kamer.

Eén keer heeft de schrijver met een rechtszaak moeten dreigen. In 1989 wilde hij de archieven van de diensten die in de Tweede Wereldoorlog in Londen opereerden, raadplegen. De minister van justitie gaf hem echter geen toestemming. “Ik moest me van de minister tot open bronnen beperken. Ik ben toen bij de Raad van State een procedure op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur begonnen. Anderhalf jaar later, voordat de rechter er aan te pas was gekomen, kreeg ik zonder opgave van reden alsnog toestemming.”

Ex-mariniers zijn volgens Kluiters het meest gesloten. De schrijver wilde met een oud-gediende van de dienst "Kamer 14' praten. Deze dienst hield zich bezig met het ontcijferen van telegrammen. Kluiters: “De man wilde alleen praten met instemming van de marinestaf. Na een aantal maanden kreeg hij toestemming maar met de instructie zich terughoudend opstellen. Dan praten we over de jaren 1936-37!”

Toch merkt Kluiters de laatste jaren dat er meer openheid komt. Het opvallendste voorbeeld vindt hij het raport "Beveiligingen van staatsgeheimen en vitale onderdelen/objecten' uit 1992 dat het Ministerie van defensie hem opstuurde. Volgens de schrijver zou hij het vijf jaar geleden niet hebben gekregen.

Kluiters wil in de komende jaren zijn boek uitbreiden. “Ik wil nu toestemming zien te krijgen voor naoorlogse archieven. Voor de periode direct na de Tweede Wereldoorlog zal dat geen probleem zijn maar hoe dichter ik bij het heden kom des te moeilijker zal het worden. Maar nu mijn boek uit is, weet men waar ik mee bezig ben.”

“Of er nu een dossier Frans Kluiters bij de BVD bestaat? Dat weet ik wel zeker.”