De marathon van Wim Kok

KOELBLOEDIG loopt Wim Kok zijn marathon. Als partijleider stevent hij af op een zeker en omvangrijk verlies, maar als minister van financiën staat hij op winst. Met de rugdekking van premier Lubbers is Kok bezig om de sanering van de overheidsfinanciën te voltooien. Kok maakt het karwei van Lubbers I en II af. Hij gaat nog een stap verder: het bedrag voor extra uitgaven voor nieuw beleid waarmee het CDA/PvdA-kabinet in 1989 aantrad, heeft hij in drie rondes vanaf de Tussenbalans in 1991 weer weggewerkt.

Zonder noemenswaardige politieke tegenstand zijn de bezuinigingen voor volgend jaar door het kabinet aanvaard: de noodzakelijke ombuiging van 9 miljard gulden is ingevuld met 4 miljard bezuinigingen die beklijven en 3,5 miljard incidentele opbrengsten. De rest blijft tijdelijk op de lat staan; in de loop van de volgende kabinetsperiode moet dit gat worden ingelopen. Kok heeft een begin gemaakt met de hoognodige verhoging van de investeringen in de infrastructuur, al wordt het geld daarvoor niet vrijgemaakt door verschuivingen, maar door incidentele inkomsten te gebruiken. Voor dit jaar heeft Kok met steun van Lubbers 2,5 miljard gulden aanvullende bezuinigingen door het kabinet gejaagd. Kwetsbare politieke ego's zoals dat van minister van ontwikkelingssamenwerking Pronk werden met tamelijk doorzichtige kunstgrepen gemasseerd.

Bezuinigen tegen de conjunctuur in is als fietsen met tegenwind een heuvel op. Kok heeft daarom al eerder aangekondigd dat hij zijn verzet “een tandje lager” wil zetten in verband met de zwakke conjunctuur. De norm van het regeerakkoord voor de omvang van het financieringstekort voor volgend jaar heeft hij achteloos laten vallen. Wel komt hij in 1994 net binnen de norm voor het financieringstekort zoals vastgelegd in het Verdrag van Maastricht voor de monetaire unie. Bovendien, Kok kan er op wijzen dat Nederland voortgaat met tekortvermindering waar alle andere EG-landen bij de tegenvallende conjunctuur hun financieringstekort zien oplopen.

HET RESULTAAT bij de vermindering van het financieringstekort is voor een deel bereikt door de lastendruk te verhogen en door generieke maatregelen te nemen zoals bevriezing van ambtenarensalarissen of ontkoppeling. Gericht ombuigen, aanpassing van de overheidsuitgaven aan veranderende omstandigheden, is nog steeds heel moeilijk te verwezenlijken in het Nederlandse overlegmoeras. Bovendien blijft Nederland zichzelf achtervolgen met de hoge rentelasten op de staatsschuld. Deze rentegevoeligheid kan volgend jaar misschien een meevaller opleveren als de Europese rentedaling doorzet; zolang de staatsschuld niet afneemt blijven rente-uitgaven andere bestedingen wegdrukken.

Geleidelijk begint het ministerie van financiën ruimte te krijgen om zich minder eendimensionaal te richten op vermindering van het financieringstekort. Het krijgt meer oog voor de noodzaak andere, structurele tekortkomingen van de Nederlandse economie aan te pakken. De verschuiving van overdrachtsuitgaven naar overheidsinvesteringen moet verder doorzetten. Volume en prijs van de sociale zekerheid, de collectieve-lastendruk en de verborgen kosten van de overlegeconomie vragen in de volgende kabinetsperiode om een even straffe aanpak als het financieringstekort. De marathonloper boekt onmiskenbaar succes, maar de eindstreep is nog niet in zicht.