Advies tot verplichte aids-test verkrachter

DEN HAAG, 21 APRIL. Een verkrachter kan door de rechter wel degelijk worden gedwongen een aids-test te ondergaan. Dit concludeert de advocaat-generaal mr. T. Koopmans in een advies aan de Hoge Raad.

Een arrest van het gerechtshof in Amsterdam dat vorig jaar bepaalde dat een dergelijke verplichte test in strijd is met het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam, moet volgens Koopmans door het hoogste rechtscollege worden vernietigd. Het gerechtshof heeft zich volgens de advocaat-generaal schuldig gemaakt aan “nodeloos formalisme”.

Koopmans schrijft in zijn advies dat de belangen van het slachtoffer van een verkrachting “zwaarder moeten wegen”. De dader van een verkrachting heeft mogelijk onheil immers over zichzelf afgeroepen. “Ik overweeg daarbij tevens dat een verkrachting een van de meest vernederende ervaringen is die een jonge vrouw kan overkomen.”

Eerder had de president van de rechtbank in Amsterdam het slachtoffer van een verkrachting gelijk gegeven in haar eis dat de verkrachter een aids-test moest ondergaan. Het vrouwelijke slachtoffer had zich drie maanden na de verkrachting laten testen. De uitslag was negatief, maar een eenmalige test zegt weinig omdat de aanwezigheid van het HIV-virus niet onmiddellijk hoeft te blijken. De vrouw vond een tweede test een “onoverkomelijke emotionele barrière” en eiste dat de man zich liet onderzoeken.

De verkrachter verzette zich tegen een aids-onderzoek omdat hij niet wilde weten of hij besmet was. De president van de rechtbank hield daar rekening mee en bepaalde dat de uitslag alleen aan de raadsvrouw van het slachtoffer, mr. G. van Driem, bekend gemaakt hoefde te worden.

Koopmans vergelijkt het ondergaan van de aids-test met een “schadebeperkende maatregel” waartoe de pleger van een onrechtmatige daad kan worden veroordeeld.

De Hoge Raad doet op 18 juni uitspraak.