Zwart geld uit Belgische mijnen

HASSELT, 20 APRIL. In Belgisch Limburg is grote beroering ontstaan nadat de gerechtelijke politie eind vorige week en in het weekeinde invallen deed in de kantoren van de Kempense Steenkolenmijnen (KS) in onder meer Hasselt en Houthalen en in het huis van directeur P. Kluft, die begin deze maand opstapte. Aanleiding voor de huiszoekingen en de verzegeling van de kantoren is een onderzoek van CVP-senator J. Weyts, een advocaat uit Brugge, naar het dossier van KS.

KS is de maatschappij die de kolenmijnen in Belgisch Limburg beheerde tot de laatste daarvan op 30 september vorig jaar werd gesloten en die via een nevenmaatschappij tevens miljarden frank aan overheidssubsidies beheert voor de herstructurering, nodig wegens het wegvallen van de mijnindustrie.

Volgens Weyts is uit zijn onderzoek komen vast te staan dat KS zich in de voorbije jaren heeft begeven in het zwart-geldcircuit, dat ze opzichters van de mijnen "zwart' vertrekpremies uitbetaalde en bevriende relaties tegen betaling zou hebben binnengehaald voor het van de grond brengen van economische activiteiten.

De senator zegt verder te hebben ontdekt dat Kluft met Nieuwjaar aan vrouwen van stafleden lingerie cadeau heeft gedaan, die afkomstig was uit de winkel van zijn vrouw, maar die hij niettemin in de boeken opvoerde als sociale kosten, wat Kluft inmiddels heeft ontkend. Ook zouden vrouwen van personeelsleden 25.000 frank (1250 gulden) elk hebben gekregen als vergoeding voor de dagen en nachten dat ze hun mannen moesten missen omdat ze zich zo zeer wijdden aan de zaak van KS. Toen de mijnen nog wel werkten zouden er vele tienduizenden tonnen steenkool zijn verdwenen zonder verantwoording in de boeken.

Directieleden van KS, zo stelde de senator eveneens vast, zouden voor 1100 gulden per uur bijscholingslessen hebben gevolgd bij een Amerikaans bureau en zouden onnodig dure reizen hebben gemaakt naar Amerikaanse pretparken om daar te leren hoe ze een in Belgisch Limburg met overheidsgeld te financieren amusementspark moeten opzetten. De totstandkoming van dat project - Fenix genaamd - dat al aanzienlijke vertraging opliep, zou nu opnieuw oponthoud ondervinden. Fenix werd door KS betiteld als "een majeur werkgelenheidsproject' waar tenminste 9000 mensen een baan zouden vinden, maar over de verwezenlijking ervan bestaat in Belgisch Limburg al lang grote scepsis omdat het bijna uitsluitend zou zijn gebaseerd op beloften van sponsors en niet op feitelijke toezeggingen.

Waarnemers verbazen zich erover dat Weyts nu pas met zijn ontdekkingen naar buiten komt, terwijl zijn partij en de meeste andere partijen in het verleden geen of nauwelijks aandacht hadden voor handel en wandel van de KS, die al lang onderwerp was van kritiek. In de Vlaamse Raad, de volksvertegenwoordiging voor Vlaanderen, is van verschillende zijden aangedrongen op een parlementair onderzoek; andere politieke partijen willen dat het Hoog Comité van Toezicht (te vergelijken met onze Rekenkamer) zich met de zaak gaat bemoeien.

Een woordvoerder van het opzichterscomité van de mijnen zei te hopen dat de zaak tot op de bodem wordt uitgezocht opdat het KS-personeel van elke blaam wordt gezuiverd. Hij ontkende overigens niet dat een aantal opzichters een premie van 100.000 frank (5500 gulden) is uitbetaald opdat ze eerder dan gepland zouden opstappen. De premie kwam bovenop de 40.000 gulden, die alle mijnwerkers kregen als ze op eigen initiatief de onderneming verlieten. De vrees bestaat nu dat ook andere voormalige KS-werknemers aanspraak zullen maken op de extra premie, wat de KS op 1,8 miljard frank (bijna 100 miljoen gulden) zou komen te staan. De onderneming hangt bovendien een claim van bijna 7 miljard frank boven het hoofd die oud-mijnwerkers uit het oostelijk mijnbekken - de streek rond Eisden - hebben ingediend omdat ze bij de sanering van de mijnindustrie een slechtere afvloeiings- en pensioenregeling kregen dan de collega's in de westelijke mijnstreek rond Houthalen.

Al eerder zetten politici en hoogleraren vraagtekens bij het feit dat slechts een beperkt aantal mensen buiten de parlementaire controle om kon beslissen over de besteding van 5,5 miljard gulden overheidsgeld. Dat is het bedrag dat de rijksoverheid in 1987 voor de sanering van de mijnen en de daarop volgende herstructurering ter beschikking stelde.

In een verklaring zegt de directie geschokt en verontrust te zijn door de manier waarop het KS-imago wordt besmeurd. “De geloofwaardigheid van de onderneming komt hierdoor ernstig in het gedrang”. Kluft heeft inmiddels aan Weyts om een persoonlijke confrontatie gevraagd en gezegd dat hij “recht in zijn schoenen” staat.