Zedenschandaal aan het IJsselmeer

“Ik hoop één ding: dat God u de wijsheid geeft in deze zaak recht te spreken.”

De stem van Bert Schipper slaat over als hij deze laatste woorden als verdachte uitspreekt. Het is niet de eerste keer dat hij door emoties wordt overweldigd. Schor, steeds op de rand van tranen, heeft hij zich verdedigd tegen de zware aanklacht.

Schipper, prominent inwoner van een IJsselmeerdorp, is het middelpunt van een familiaal zedenschandaal dat in broeierigheid niet onderdoet voor een roman van Faulkner. De dominee, de ouderlingen, ja, de voltallige kerkeraad heeft zich ermee bemoeid, want Schipper had zwaar gezondigd.

In het IJsselmeerdorp doen al enkele jaren zeer onkuise geruchten de ronde over het gedrag van Schipper. Hij is een dankbaar mikpunt voor roddel, want hij is een van de meest geslaagde ondernemers van het welvarende dorp. Bovendien is hij van oorsprong een buitenstaander die zich via een huwelijk en noeste arbeid omhoog vocht in de dorpsgemeenschap. Hij stond op een voetstuk, nu spartelt hij op zijn rug, smekend om erbarmen.

Eind 1989 vertelt Annie Meeuws, een ongeveer 30-jarige vrouw, aan haar vader en aan haar zuster Aaltje dat zij al twintig jaar regelmatig seksueel wordt misbruikt door haar zwager en werkgever Bert Schipper. Schipper is dan al dertig jaar getrouwd met Janneke Meeuws, de oudste zus van Annie en Aaltje. Janneke Meeuws weet niets van het overspel dat haar man met haar veel jongere zusjes bedrijft. Ze komt er pas achter als Annie de zaak aan de grote klok hangt.

Dat doet Annie niet onmiddellijk. Nadat ze het in beperkte familiekring heeft verteld, benadert ze Schipper met een aanbod: als hij haar een half miljoen betaalt, zal ze de zaak laten rusten. Schipper weigert. Annie licht vervolgens de dominee en het RIAGG in. Schipper moet zich komen verantwoorden bij de dominee, twee ouderlingen en een andere zwager van Annie. Er wordt geen verzoening bereikt. Vanaf dat tijdstip - februari 1990 - begint de geschiedenis een eigen leven te leiden in het dorp.

In december 1990 doet Annie een hernieuwd aanbod: ze wil acht ton. Schipper weigert opnieuw. Enkele dagen later doet Annie aangifte bij de politie van langdurige en veelvuldige verkrachting door Schipper. Zus Aaltje onthult pas enkele maanden later tegenover de politie iets over háár seksuele relatie met Schipper. Dat doet ze nadat Schipper zijn vrouw heeft opgebiecht dat hij ook met Aaltje een verhouding heeft gehad. Aaltje vertelt dat ook zij - van 1980 tot 1983 - door Schipper is aangerand en verkracht.

“Wat zegt u op de beschuldiging van Annie Meeuws?” vraagt mr. J. Sijbrandij, in deze zaak de leidende rechter van de Utrechtse meervoudige strafkamer.

“Ik heb vanaf het begin toegegeven dat ik seksuele contacten met haar heb gehad”, zegt Schipper. “Maar het is niet onder dwang gebeurd. Ze zegt dat het op kantoor is gebeurd, maar dat kon helemaal niet want er waren altijd mensen. Ze zegt dat ik haar regelmatig in hotels heb verkracht, dat ik haar de kleren van het lijf scheurde en dat we daarna een hapje gingen eten. Dat kan toch niet.”

“Waarom verklaart ze dit dan?”

“Ze heeft veertien jaar bij me gewerkt. Eerst in de werkplaats, toen in de winkel. Ze functioneerde daar niet, ze moest er weg. Toen is ze in de ziektewet gegaan en begon ze mensen te bellen dat ik opgehangen moest worden.”

Hetzelfde verhaal geldt ook voor Aaltje, aldus Schipper. Ook zij moest ontslagen worden, waarna ze uit rancune de seksuele verhouding met haar zwager vervormde tot een zedendelict. Mr. M. Le Poole, de advocaat van Schipper, hamert er eveneens op: de vrouwen voelden zich als oud vuil behandeld, toen Schipper hen in bed en bedrijf niet meer nodig had.

Schipper wordt telastegelegd dat hij Annie Meeuws van 1980 tot 1989 heeft verkracht. Maar de ontucht is volgens Annie al veel eerder begonnen. Schipper bevestigt dat. In november 1989 heeft een dramatisch telefoongesprek plaats tussen Schipper en zijn schoonvader, Jan Meeuws, die kort daarna zal overlijden. Meeuws vertelt zijn schoonzoon wat Annie hem net heeft onthuld. “Je hebt mijn dochter op 10-jarige leeftijd vermoord”, zegt hij vanaf zijn ziekbed. Hij voelt zich schuldig, want hij heeft in die jaren een boot van Schipper aangenomen. “Ze was niet tien, ze was twaalf”, probeert Schipper zijn schoonvader te troosten.

Tegenover de rechter noemt Schipper een hogere leeftijd. “De dag na dat telefoongesprek ben ik naar de dokter geweest”, vertelt hij. “We hebben samen zitten rekenen en kwamen toen op zeventien jaar uit.”

De beschuldigingen van Aaltje Meeuws spitsen zich toe op een serie verkrachtingen in een periode in 1983, toen zij zus Janneke - de vrouw van Schipper - in het huishouden verving. Janneke was in verwachting en lag in het ziekenhuis. Schipper zou van de gelegenheid gebruik hebben gemaakt om zijn seksueel onervaren schoonzusje (toen ook zeventien!) in te wijden. Hij bevestigt dat, maar hij ontkent dwang te hebben gebruikt. “Ik durf voor God te verklaren dat zij bij mij in bed is gekropen!”

Hij wijst erop dat Aaltje daarna nog een poosje voor hem en de kinderen heeft gezorgd. “Waarom zou ze in het huis van een verkrachter blijven”, luidt zijn retorische vraag. Volgens de officier van justitie, mevrouw mr. M. Timmers, handelde Aaltje uit plichtsbesef tegenover haar zieke zus.

“Wat aan mij vreet, is de smaad”, zegt Schipper.

De twee schoonzusters van Schipper hebben enkele maanden geleden - op zijn uitdrukkelijk verzoek - hun beschuldigingen achter gesloten deuren tegenover de rechtbank moeten toelichten.

“Als we even van het geweld afstappen”, zegt de rechter, “dan blijft toch het feit dat u seks had met twee zusjes van uw vrouw. De commotie die daardoor is ontstaan, heeft u aan uzelf te wijten.”

“Zeker”, zegt Schipper, “ik ben fout geweest. Voor de wijkdominee en de kerkeraad heb ik ook schuld bekend. God zij dank staat mijn vrouw achter me. Vergeven kan altijd, zegt zij.”

“Hoe is uw situatie nu binnen de kerk”, vraagt de advocaat aan zijn cliënt.

“Alle zondagen ga ik naar de kerk”, zegt Schipper verbeten. “Ik heb het gevoel dat iedereen me in mijn nek kijkt, maar je moet er bovenuit leven, anders ga je kapot.” Hij begint te huilen. “De kerk is mijn enige houvast.”

Gevangenisstraf betekent voor zijn bedrijf en gezin de nekslag, meent de advocaat. Maar de officier eist zestien maanden onvoorwaardelijk. “Hij heeft zijn schuld in het openbaar beleden en vindt dat het daarmee is afgedaan”, zegt ze. “Maar met name Annie wil dat hij de volledige verantwoordelijkheid op zich neemt, zodat zij niet de slechte naam krijgt van het schoonzusje dat hem verleid heeft.”

“Annie bleef al die tijd bij hem werken, terwijl zij volgens haar twintig jaar door hem seksueel misbruikt werd”, houdt de advocaat de rechters voor.

“Als ik had betaald, was deze zaak nooit voorgekomen”, zegt Schipper. “Maar ik wijk niet voor chantage. Deze zaak had op de christelijke, schriftuurlijke wijze opgelost moeten worden. Ik zal vechten voor de waarheid tot de dood.”

(Het vonnis, twee weken later: een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zestien maanden. De veroordeelde gaat in beroep.)

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.