Wanhoop om ontspoorde levens in een leeg decor

Voorstelling: Mooi weer vandaag van David Storey door Toneelgroep Amsterdam. Vertaling: Bert Voeten; regie: Titus Muizelaar; spel: Joop Admiraal, Jacques Commandeur, Kitty Courbois, Sigrid Koetse, Casper Gimbrère. Gezien: 17/4 Toneelschuur Haarlem. Aldaar t/m 21/4, daarna elders t/m 22/5.

Max en Arnold begroeten elkaar als oude vrienden. Omdat er twee stoelen en een tafel staan gaan ze zitten en beginnen ze een praatje. Ze snijden het ene na het andere onderwerp aan. Max' favoriete openingszin is: “Een schoonzus (neef/nicht/tante) van me”, waarna een anekdote volgt die steevast reacties ontlokt als: “Zeg dat wel”/“tjonge jonge”/“o jee” en honderdenéén variaties daarop. Soms doen ze er het zwijgen toe, om even later vast te stellen dat kunnen praten met iemand tegenwoordig zeldzaam is.

In 1971 hoorde het publiek een en ander voor het eerst uit de mond van Ko van Dijk en Paul Steenbergen die toen optraden in de veel geprezen voorstelling Home van de Engelse schrijver David Storey. Nu het stuk hier onder de titel Mooi weer vandaag opnieuw is geënsceneerd bij Toneelgroep Amsterdam zien we Arnold en Max in de gedaanten van Joop Admiraal en Jacques Commandeur. De vrouwen die in de tweede scène de stoelen van de mannen innemen en de conversatie voortzetten, worden gespeeld door Kitty Courbois en Sigrid Koetse. Casper Gimbrère tenslotte speelt de rol van zwijgzame Fred.

Mooi weer vandaag (vertaling Bert Voeten) is acteurstoneel dat sterk afhankelijk is van wat de spelers ervan maken. De regie van Titus Muizelaar is dan ook volkomen op hen afgestemd: hij laat de spelers praten en praten in een nagenoeg leeg decor en verder gebeurt er niets. Saai is dat allerminst: de voorstelling heeft ritme, en is zowel ontroerend als verrassend geestig dank zij de briljante en genuanceerde uitdrukkingsmogelijkheden van de acteurs. Neem Joop Admiraal, die proeft de woorden bijna, alsof het verrukkelijk verfijnde hapjes zijn en toch is hij geen moment precieus of gemaniëreerd.

Integendeel, zijn Arnold is eerder een wat schuwe, verlegen man, gauw van zijn stuk gebracht en door een enkele opmerking tot tranen toe bewogen. Jacques Commandeur als Max is niet minder gevoelig. Als hij geen raad weet met een situatie haalt hij zijn kaarten tevoorschijn om de ander met een truc af te leiden. Over sommige dingen wil hij liever niet praten; zo probeert hij het onderwerp meisjes te mijden. Uit een enkele half uitgesproken zin blijkt dat hij niet van ze af kon blijven - het zal de reden zijn waarom hij met Arnold zit waar hij zit: in een of ander tehuis, net als de twee vrouwen en Fred.

Anders dan de twee keurige heren zijn de vrouwen slonzig en ruw in de omgang. Kitty Courbois als Greta snauwt met een boze frons tussen de wenkbrauwen. Haar opmerkingen maken Sigrid Koetse (Cathrien) vaak onbedaarlijk aan het lachen; de mannen voelen zich er zichtbaar ongemakkelijk bij. De verschillende karakters van de personages zorgen voor een mooi evenwicht in de voorstelling: terwijl de vrouwen uitbundig tekeer gaan, leiden de enigszins weemoedige mijmeringen van Arnold en Max op andere momenten tot een meer ingetogen en melancholieke stemming. In beide gevallen is de wanhoop om hun ontspoorde levens bijna voelbaar.