"Vernietiging raketten is pesterijen waard'

DEN HAAG, 20 APRIL. Als de pesterijen en tegenwerking niet toenemen kan tegen het eind van het jaar Irak voor het grootste gedeelte vrij zijn van chemische wapens. De vernietiging van nucleaire wapens stuit op veel grotere problemen. Dat is de mening van majoor K. Wolterbeek, de Nederlandse militair die per 1 juli leiding gaat geven aan een internationaal VN-team dat in Irak moet toezien op de vernietiging van massawapens.

Op een vraag of Nederland betrokken was bij toelevering van halffabrikaten voor de aanmaak van chemische wapens geeft Wolterbeek geen antwoord. Wordt de vraag herhaald dan grijpt de woordvoerder van de defensiestaf in, die hoger in rang is. Wolterbeek antwoordt vervolgens dat hij over die materie onvoldoende inzicht heeft. Majoor Wolterbeek is microbioloog; hij is als officier van de aan- en afvoertroepen zes maanden in Irak geweest.

“Het geeft voldoening om te zien hoe de stapels raketten verminderen en we er in slagen om 2000-litertanks met strijdgassen met succes te vernietigen. Als je daar zelf bij bent dan kan je die pesterijen van de Iraakse regering ook aan. Foto's van stervende kinderen die op het behang van je hotelkamer worden geplakt, het witsmeren met verf van je voorruit, kapotsnijden van banden, bekogeling met tomaten en verfbommen, altijd veiligheidsmensen in je omgeving en mannen die met groot-volumeluidsprekers naast je oproepen tot spontane demonstraties waarvoor de figuranten klaar staan. Het was een gedoseerde, goed georganiseerde treitercampagne die soms andere krachten opriep en dan benauwend werd. Ook kregen we huisarrest.”

Wolterbeek werkt in het chemische complex Al Muthanna met een oppervlakte van 150 vierkante kilometer, op ongeveer tweehonderd kilometer van Bagdad, waar de strijdgassen, raketten en chemische koppen lukraak zijn opgeslagen. Bij het einde van de Golfoorlog beschikte Irak over 300 ton mosterdgas en 240 ton zenuwgas. Al in de jaren zeventig is Irak met de produktie begonnen, veel eerder volgens de VN dan in het Westen bekend was. Elke dag vloog Wolterbeek vorig jaar met een helikopter naar het complex. Daar hees hij zich in een speciaal pak voor bescherming. “In Nederland is dat al een opgave, maar met 52 graden in de schaduw en 72 graden in de zon is dat wat lastiger. Een half uur werken was de limiet.”

Pag.3: In Irak is nu het mostergas aan de beurt

Op het vernietigingscomplex werken ongeveer 100 Irakezen, in het begin vaak zonder gasmasker. Zij doen het werk door hydrolyse, het toevoegen van een natronloogoplossing om het zenuwgas te neutraliseren. De fabriek kan duizend liter per dag aan. Het zenuwgas is nagenoeg opgeruimd. Nu is het mosterdgas aan de beurt. Maar het is moeilijk om onderdelen te krijgen voor de vernietigingsinstallaties en ook worstelen de experts met toch zeer rudimentaire milieu-eisen. De afbraakinstallaties zijn opgebouwd met onderdelen uit verschillende fabrieken. Vaak hapert er wat aan het chemische proces. Dan wordt de fabriek stilgezet.

Het was niet eenvoudig om de 122mm en 155mm granaten uit de weg te ruimen. Met op afstand bediende boren werden gaten in de granaten gemaakt om de gifgassen op te vangen. Uit sommige koppen lekte het zenuwgas al voordat aan de vernietiging kon worden begonnen. “De granaten werden in springputten opgestapeld bovenop vaten met benzine. In de vuurbal van de explosie verdween dan het giftige gas. De rest gebeurde in de fabriek.”

De VN-teams (58 in het totaal voor chemische en bacteriologische wapens, het Internationaal Atoom Agentschap ziet toe op nucleaire wapens) inspecteren en rapporteren alleen. Het is de bedoeling dat ook als het grootste gedeelte van de wapens vernietigd is VN-teams naar Irak zullen gaan. “Chemische wapens zijn heel gemakkelijk te maken in laboratoria. Maar de gigantische hoeveelheden waarover Irak beschikte kunnen niet zo snel meer worden aangemaakt”, aldus Wolterbeek.

“De meeste containers met halffabrikaten kwamen uit het Westen.” Een lijstje met fabrikanten wil hij niet geven. De inspectieteams kwamen ook een aantal Scud raketten op het spoor maar Wolterbeek weet niet hoeveel er vernietigd zijn. Het is de taak van zijn team, UNSCOM 38, om de koppen van die raketten met chemische strijdgassen de te vernietigen. Bij veertien is dat nu gebeurt. Andere teams zijn met opsporing en localisering bezig. “Het is een bevredigend gevoel dat de stapel minder wordt.”