Uitstel actie in Bosnië leidt tot gezichtsverlies VS

Bosnië sterft terwijl de regeringen van Amerika en Europa toekijken, praten, en in angst zitten - kortom alles doen behalve optreden.

Nog een paar weken en de Bosnische Serviërs en hun bondgenoten in Belgrado zullen hun moordende verovering van Oost-Bosnië hebben voltooid. Ze hebben dan de macht in een hoefijzervormig stuk voormalig Bosnisch grondgebied dat ze willen inlijven bij het aangrenzende Servië. In het midden van het hoefijzer blijft de harde kern van Bosnië rondom Sarajevo over, maar dat zal voor zijn voortbestaan zijn aangewezen op de welwillendheid van vreemdelingen.

De opper-vreemdeling is natuurlijk president Bill Clinton. Na drie maanden tijdrekken in de hoop de zaak niet te verergeren (voor de Balkan, Boris Jeltsin, de Europese bondgenoten met troepen ter plaatse en voor hemzelf), staat Clinton nu voor een keuze die Bosnië maakt tot zjn crisis, meer dan een van George Bush geërfd probleem.

Er wordt in de regering-Clinton niet langer serieus gepraat over militair of ander ingrijpen ter afschrikking van de Serviërs in Oost-Bosnië. Het accent is verschoven naar de vraag wat men aan moet met de gevolgen van het verlies van Oost-Bosnië en het eind van een droom: een staatkundig en economisch zelfstandig Bosnië.

Maar met de te verwachten Servische verovering van Srebrenica, Zepa en Gorazde, de laatste steden in het oosten waar moslims nog standhouden, komt er geen eind aan de gevechten. Ook als de Serviërs aansturen op een snelle vrede, om hun veroveringen op orde te kunnen brengen, zoals Westerse strategen nu verwachten, dan nog zal het bloedvergieten op Bosnisch grondgebied doorgaan.

Amerikaanse waarnemers verwachten dat Kroatië nieuwe aanvallen in West-Bosnië zal lanceren om te voorkomen dat de Serviërs daar hun greep versterken op gebied waarop Kroatië aanspraak maakt. Nog jarenlang zullen guerrilla-acties en plaatselijke incidenten tussen Bosnische moslims en de Serviërs de vroegere Joegoslavische republieken blijven teisteren en de aandacht van de wereld blijven opeisen.

Wat gaan de Verenigde Staten ondernemen tegen deze vreselijke consequenties, nu het land zijn prestige in Bosnië op het spel heeft gezet? Er staan, nu de voedsel- en medicijnendroppings in het oosten door de Serviërs zijn afgekapt, drie mogelijkheden ter discussie voor blijvende Amerikaanse betrokkenheid.

Eén is van humanitaire aard: tienduizenden vluchtelingen worden uit het etnisch "gezuiverde' oosten het centrale deel van Bosnië ingedreven. Sarajevo wordt nog altijd belegerd. Amerika zal zich aan het hoofd moeten stellen van een grootscheepse nieuwe humanitaire hulpactie om te voorkomen dat het de Serviërs straks de kans krijgen het restant van Bosnië te gronde zien gaan aan economische verstikking en een door ziektes bedreigde bevolking.

Ten tweede dient Washington de Servische president Slobodan Milosevic geen verder uitstel te gunnen wat betreft sancties of internationale veroordeling, zelfs al zouden de Serviërs de gevechten staken na de inname van Oost-Bosnië. Milosevic moet inzien dat hij, zolang Clinton president is, diplomatieke vijandschap te verwachten heeft en zeker geen erkenning van met geweld veroverd grondgebied.

De derde optie is het instandhouden van een onderhandelingsstructuur, zoals de besprekingen met Vance en Owen, voor wanneer de strijdende partijen het ooit moe worden elkaar dood te schieten en ernstig willen proberen de vijandelijkheden te staken. Een voor de hand liggende parallel is het "vredesproces' in het Midden-Oosten, dat niet in de eerste plaats over vrede gaat, maar Israeliërs en Arabieren wel een duurzaam excuus biedt om niet naar de wapens te grijpen. (Het vredesproces heeft zelfs die bescheiden, ietwat cynische doelstelling soms niet gehaald.

President Clinton laat ook twee krachtiger opties nog open. Een daarvan is wapens leveren aan de Bosniërs. De andere is overgaan tot beperkte luchtaanvallen om de Servische artillerie die Sarajevo onder vuur houdt te elimineren of angst aan te jagen. Op het ogenblik ziet het ernaar uit dat de tactische moeilijkheden van beide opties en hun onzekere consequenties de uitvoering ervan nog in de weg staan.

President Clinton en zijn belangrijkste adviseurs hebben sinds zijn aantreden op 20 januari driekwart van hun vergaderingen over het buitenlands beleid gewijd aan Bosnië, zo schatten hoge functionarissen. Toch zijn de president en zijn adjudanten nog altijd niet met een beleid gekomen of zelfs maar met een initiatief dat enige praktische uitwerking op het conflict heeft gehad. Het slot van het liedje is dat onder de Amerikaanse bureaucratie het idee fixe heeft postgevat dat het probleem Bosnië gewoon te moeilijk is.

Wat een verschil met George Bush en zijn besluiten over Irak, waarin de morele, politieke en analytische betogen één geheel vormden: de agressie van Saddam Hussein, die zonder ingrijpen tot een kernoorlog in het Midden-Oosten zou hebben geleid, moest duidelijk ongedaan worden gemaakt.

In Bosnië is de morele kant van de zaak heel duidelijk, maar daar tegenover staan de onvoorspelbare consequenties van een Amerikaans militair ingrijpen en de wirwar van politieke doelstellingen. Beide kanten van de zaak dienen tegen elkaar te worden afgewogen, en dat maakt Bosnië tot zo'n vreselijk dilemma, waarin de regering tot dusverre terecht grote behoedzaamheid heeft betracht.

Maar Margaret Thatcher heeft ook gelijk wanneer ze over de Bosniërs zegt: “Het is verkeerd om slachtoffers het recht te ontzeggen zich te verdedigen. Als je nu niets doet, als je de agressor zijn zin geeft, sterkt dat het gemoed van iedere andere snoodaard die plannen voor de gewelddadige verovering van grondgebied heeft.”

Hoe gevaarlijk optreden ook is, de prijs die wordt betaald voor niet-optreden loopt zienderogen op. De laatste maanden van de oorlog in Bosnië komen op het conto van Bill Clinton. Washington moet spoedig een keus maken uit de opties die het zo terdege heeft besproken en herbesproken, en ze omzetten in daden. Dat zal bijdragen tot het herstel van Amerika's leidende rol en gezag die nu teloorgaan in de dalen en bossen van Oost-Bosnië.