Surfprins en maagd strijden om Braziliaanse kroon

MEXICO-STAD, 20 APRIL. Morgen zullen zo'n negentig miljoen kiesgerechtigde Brazilianen hun stem uitbrengen in een referendum dat ze 104 jaar geleden is beloofd. En als dat achter de rug is, begint de race om het presidentschap, waarover volgend jaar gestemd moet worden.

Deze volgorde kan alleen nog worden verstoord, als de Brazilianen de afgelopen weken op grote schaal hun opiniepeilers misleid blijken te hebben. De enquêtes tot nu toe wijzen echter uit, dat de overgrote meerderheid van de kiezers morgen zal stemmen voor een voortzetting van het huidige politieke stelsel in Brazilië; voor een "presidentiële democratie' dus zoals de overgrote meerderheid van de Latijns-Amerikaanse landen die op het ogenblik heeft heeft.

In theorie is het echter mogelijk dat de Brazilianen tijdens het referendum van morgen toch de voorkeur geven aan het voortzetten van de monarchie, waaraan 104 jaar geleden met een staatsgreep een einde kwam. Of - de derde mogelijkheid - aan het invoeren van de parlementaire democratie, en wel in twee varianten: met een monarch aan het hoofd (zoals in Nederland of Spanje het geval is), en met een ceremoniële president (zoals in Duitsland of Italië).

De polls wijzen geven aan dat slechts zo'n dertien procent van de kiezers de voorkeur geeft aan een terugkeer naar de monarchie, terwijl meer dan de helft zal kiezen voor de voortzetting van het huidige "presidentialisme'. Ook de invoering van een parlementaire democratie met een minister-president aan het hoofd lijkt weinig respons te zullen krijgen onder de kiezers.

De voorstanders van het huidige systeem van de president-met-vèrgaande-bevoegdheden noemen de chaos in de Italiaanse politiek het beste bewijs dat de parlementaire democratie voor een land als Brazilië zeker volkomen ongeschikt is. Die campagne lijkt aan te slaan.

Maar ook de voorstanders van deze "Europese' regeervorm kunnen sterke argumenten in de strijd werpen. Oud-minister van financiën Mario Henrique Simonsen wees onlangs in een artikel in het tijdschrift Veja op de weinig gelukkige geschiedenis van de Braziliaanse presidenten: zelfmoord (Getulio Vargas), aftreden (Janio Quadros), voortijdige dood (Tancredo Neves), aftreden onder dreiging van afzetting (Fernando Collor de Mello). “We hebben alleen nog geen president vermoord”, schreef Simonsen. Hoewel dat niet veel scheelde, want in zijn opsomming ontbreekt de bij een staatsgreep verwijderde João Goulart.

Ofschoon de monarchie dus weinig kans lijkt te maken op een terugkeer in de Braziliaanse politiek, kunnen de troonpretendenten wèl rekenen op een aanhang van ruim tien miljoen stemgerechtigde Brazilianen. Onduidelijk is, hoe die aanhang moet worden verdeeld over de 145 afstammelingen van de laatste Braziliaanse keizer, Dom Pedro II van het huis van "Orleans e Braganca'. Van hen zijn er tenminste twee serieus kandidaat voor een eventuele troonsbestijging: de 38-jarige hoteleigenaar João Henrique (bijgenaamd de "surfprins') en diens achterneef, de 54-jarige Luiz, bijgenaamd de "eeuwige maagd'.

Brazilië's keizerlijke familie, afstammelingen van het toenmalige Portugese koningshuis, regeerde van 1815 tot 1889. Pedro II de Laatste genoot de reputatie een gepassioneerd kenner van het andere geslacht te zijn en zou zijn geliefde gravin (of markiezin) Santos eens plukken kastanjebruin haar hebben toegezonden verpakt in kadopapier. De historici zijn het er niet over eens of het om keizerlijk snor- of schaamhaar ging.

Anno 1993 verbleken Dom Pedro's pittige liefdesbrieven bij de pikanterieën van de Britse prins Charles - zoals de tegenover zijn vermeende maitresse uitgesproken verlangen om “in een volgend leven als jouw tampon terug te keren”. Maar zó'n troonpretendent is voor de levenslustige Brazilianen veel passender dan Luiz de Orleans e Braganca, een ultra-conservatieve katholiek die behoort tot de organisatie "Traditie, Familie en Eigendom'.

De vrome Luiz zou hebben gezworen zijn hele leven maagd te blijven, maar heeft laten weten indien het land hem roept desnoods te zullen trouwen om voor nakomelingen te zorgen. Zijn rivaal voor de troon, "surfprins' João Henrique, wordt, mede dankzij de zeer eigentijdse reclamecampagnes van het monarchistische kamp, gepresenteerd als een flitsende jongeman van het type Fernando Collor - maar dan eerlijk uiteraard - onder het motto: "een moderne prins voor een modern Brazilië'.

Het referendum van morgen betekent het inlossen van een meer dan honderd jaar oude belofte aan de Brazilianen dat ze zich na de staatsgreep van 1889 tegen Dom Pedro II mochten uitspreken over de door hen gewenste staatsvorm. Dankzij de niet-aflatende ijver van de (enige) pro-monarchistische afgevaardige Cunha Bueno werd het referendum opgenomen in de grote grondwetsherziening van 1988, toen onder andere ook jonge Brazilianen het stemrecht kregen. Morgen is er zelfs stemplicht voor allen die kunnen lezen en schrijven en tussen de 18 en 70 jaar zijn, en mogen 16- en 17-jarigen, mensen ouder dan 70 en analfabeten stemmen, mits geregistreerd als kiezer. Naar verwachting zal een groot deel van de kiezers evenwel niet de moeite nemen om naar de stembus te gaan.

Als de Braziliaanse keizerlijke groep na morgen verder ruziet in familiekring, gaat de politiek in het land over tot de orde van de dag. De verwachte bevestiging van het huidige stelsel zal het startsein vormen van de campagnes voor de presidentsverkiezingen in oktober en december 1994. Dat betekent ook het einde van de toch al niet zo witte-broodsweken van president Itamar Franco wiens regering in toenemende mate afbladdert. De gedoodverfde kandidaten - onder wie, opnieuw, Lus Inácio "Lula' da Silva van de Arbeiderspartij en Orestes Quercia van de PMDB - hebben er nu alle belang bij zich als alternatieven te presenteren en de consensus-politiek te laten voor wat zij is.

Brazilië dreigt, zonder keizer en met een impotente president, een moeizame anderhalf jaar tegemoet te gaan met veel partijpolitiek en weinig daadkracht. En dat terwijl verarmde en hongerige massa's in Rio de Janeiro en São Paulo supermarkten plunderen en de kennelijk onuitroeibare inflatie blijft vreten aan de fundamenten van de Braziliaanse economie.