Snap Cap moet graffiteur uitschakelen

In de Verenigde Staten heeft de war against graffiti al mensenlevens gekost. In Nederland wordt het gebruik van verfspuitbussen in het openbaar vooral gezien als een lastig, ontsierend fenomeen, dat de maatschappij jaarlijks enkele miljoenen guldens kost. Een Haagse handelaar in autolak kwam eergisteren met een nieuwe vinding in de strijd tegen de verfcriminaliteit: de Snep Kep.

DEN HAAG, 20 APRIL. Hij is 14 of 15 jaar oud, heeft beperkte inkomsten door ouderlijke bijdragen of wellicht een krantenwijk, en koopt wekelijks voor 400 tot 1.500 gulden verf. Dat kan niet. Het Landelijk Bureau Voorkoming Misdrijven concludeerde drie jaar geleden dat een echte graffiteur zijn werkmateriaal onmogelijk kon betalen. Pak de diefstal van verfspuitbussen aan en de graffiti zal verdwijnen.

Deze stelling zette de Haagse autolakhandelaar J. Driessen aan het denken. Hij bedacht een “simpel systeempje” dat diefstal van verfspuitbussen zinloos zou maken. De spuitbus heeft een los spuitkopje dat de verf naar buiten drukt. De koper krijgt het spuitkopje pas aan de kassa bij het afrekenen van de spuitbus. Veel winkeliers maken al gebruik van deze mogelijkheid, maar de dief heeft een antwoord bedacht. Hij hoeft er slechts voor te zorgen dat hij al een spuitkopje heeft, bij voorbeeld afkomstig van een spuitbus waarvoor wel was betaald - een eenmalige investering van gemiddeld vijftien gulden.

De door Driessen bedachte spuitbus laat zich slechts een keer gebruiken. Is het spuitkopje eenmaal op de bus geklikt, dan is het er onlosmakelijk mee verbonden. Het mechanisme is vergelijkbaar met dat van een weerhaakje. Wie het toch probeert los te morrelen komt onder de verf te zitten, garandeert de uitvinder. Hij heeft in vijftig landen patent aangevraagd op de Snep Kep, de fonetische spelling van het Engelse snap cap (klik-dopje).

“Het lijkt een goede uitvinding”, zegt A. van Hees van het Halt Nederland, een organisatie die veel te maken heeft met graffiteurs. De Halt-bureaus proberen jongeren van kleine criminaliteit af te houden door alternatieve straffen op te leggen - zoals het schoonboenen van een met graffiti besmeurd standbeeld. Van Hees vindt dat de oplossing in deze richting moet worden gezocht. “Maar je weet nooit hoe inventief jongeren zijn”.

De taggers, zoals de jonge graffiteurs zich graag noemen, laten hun handtekening ("tag') op zoveel mogelijk plaatsen achter om bekend te raken en om rivaliserende schilders te imponeren - totdat zij ook bij de plaatselijke politie bekendheid genieten. Niet alleen het aantal tags brengen een graffiteur dichter bij de hoogste plek in de strenge hiërarchie (de king), ook de moeilijkheidsgraad is van belang. Een hoge schoorsteen levert nu eenmaal meer punten op dan een treinstel of een verkeersbord.

Zodra de tagger merkt dat het politie-net zich langzaam om hem sluit houdt hij het snel voor gezien, zegt Van Hees. “Het is een vorm van vandalisme die ze op iets oudere leeftijd meestal kinderachtig gaan vinden. Of ze krijgen een vriendinnetje dat zegt dat ze er eens mee moeten ophouden. Het gaat om de kick; sommigen raken er zelfs aan verslaafd. Ook het stelen van de spuitbussen hoort daarbij.”

Een tweede groep graffiti-schilders, de zogenoemde piecers, heeft andere, meer kunstzinnige bedoelingen die niet verdwijnen met het verstrijken van de jaren. “Het zijn de artiesten. Zij leveren een kwaliteitsprodukt”, zegt Van Hees. Zij zijn verantwoordelijk voor de muurschilderingen, de pieces. Soms doen zij dat op verzoek van een bedrijf, om een blinde muur wat op te vrolijken, soms dwingen zij de winkelier tot de order. Het rolluik wordt toch beschilderd, dan kan het beter verzorgd gebeuren. Tegen betaling uiteraard.

Het Bureau Voorkoming Misdrijven liet de Halt-bureaus in 1990 onderzoek doen naar de diefstal van verfspuitbussen door jongeren. Een actieve tagger gebruikt wekelijks dertig tot honderd spuitbussen van gemiddeld vijftien gulden het stuk, aldus het Bureau Voorkoming Misdrijven. De conclusie dat een groot aantal hiervan zonder betaling wordt verkregen, leek daarmee gerechtvaardigd. De Halt-bureaus houden er rekening mee dat vijftig procent van de graffiti-cliënten de spuitbussen steelt.

Het jaarlijks verlies door diefstal van verfspuitbussen bij Nederlandse winkels ligt op enkele miljoenen gulden, zo luidt de grove schatting. Lakhandelaar Driessen zocht het in februari van dit jaar in zijn eigen onderneming in Den Haag uit: tien procent van zijn verfspuitbussen bleek te zijn verdwenen zonder dat was afgerekend.

De kosten die in Nederland worden gemaakt voor het verwijderen van graffiti zijn nog hoger. De Nederlandse Spoorwegen waren enkele jaren geleden tien miljoen gulden op jaarbasis kwijt voor schoonmaak- en vervangingskosten, het Rotterdamse openbaar-vervoerbedrijf RET zo'n vijf miljoen. Schattingen in de getroffen branches zijn lastig, aldus het Bureau Voorkoming Misdrijven, maar winkels, vervoerbedrijven, scholen en openbare gebouwen zouden een jaarlijkse schadepost van zo'n veertig miljoen gulden hebben.

De maatregelen die zijn bedacht om het aanbrengen van graffiti te voorkomen getuigen in steeds grote mate van vindingrijkheid van de benadeelden: architecten met vooruitziende blik kunnen een muur laten betegelen met een druk patroon. Een verftekening zal daarin niet opvallen. Ook klimop tegen de muren, een stekelige struik of een rozenperkje direct onder het schoon te houden oppervlak schijnt graffiteurs te ontmoedigen.

De meeste maatregelen zijn er echter op gericht de verf gemakkelijk te verwijderen, zoals een coating of filmlaagje op een muur. Driessen bedacht enkele jaren geleden een eenvoudige oplossing voor het schoonhouden van verkeersborden. Een doorzichtig plastic folie dat kan worden vervangen zodra het bord is beklad. Driessen zegt inmiddels een order vanuit Los Angeles op zak te hebben om 66.000 verkeersborden van zijn folie te voorzien.

De veelgeplaagde Californische stad lijkt de reputatie van graffiti-hoofdstad langzaam te hebben overgenomen van New York. Hier werd de verspreiding van de graffiti in het begin van de jaren tachtig geregisseerd; het bleek een kunstvorm die uitstekend paste bij muziek- en dansrages als hip-hop, rap en breakdance.

In Los Angeles hebben de lokale autoriteiten de afgelopen maanden een war on tagging uitgeroepen; de bevolking heeft de buik vol van de tienduizenden beschilderde gevels en auto's én van de jaarlijkse schoonmaakkosten van 200 miljoen gulden. Dat de strijd zich verhardt bleek in februari toen in Los Angeles twee doden vielen bij confrontaties tussen rivaliserende graffiti-bendes. Personen jonger dan 18 jaar is het inmiddels verboden verf of verfspuitbussen op zak te hebben in openbare gelegenheden.

“Ik heb mijn twijfels bij dit soort repressieve maatregelen”, zegt Van Hees van het HALT-bureau. “In New York en Parijs worden al gevangenisstraffen gegeven voor het aanbrengen van graffiti. Het probleem is daardoor niet kleiner geworden.”

Dat was ook een conclusie die graffiti-bestrijder Driessen trok. Zijn Snep Kep kan de diefstal van spuitbussen en daarmee het graffitiprobleem voor een groot deel terugdringen, zegt hij. “Dan moeten wel de verffabrikanten meewerken bij de ontwikkeling van het produkt. Die staan niet te trappelen, omdat ze bang zijn dat hun omzet zal dalen.”