RECHTSSTAAT

Een paar aantekeningen bij de Kroniek van Marc Chavannes (NRC Handelsblad, 7 april).

Het "bizarre' onderscheid tussen "rechtsbescherming van het individu' en "normhandhaving ten behoeve van de gemeenschap' is niet door minister Hirsch Ballin bedacht. Adam Smith heeft de taken van de moderne rechtsstaat omstreeks 1760 verdeeld in "justitie' en "politie', twee begrippen die in grote lijnen overeenstemmen met de beide door de bewindsman onderscheiden taakgebieden. De minister zal het met Smith en zijn liberale navolgers eens zijn dat de staat een verstandig evenwicht dient te bewaren in het nastreven van beide.

De nadruk die de minister legt op "normhandhaving' maakt hem echter vatbaar voor de verwijten dat hij, in plaats van pal te staan voor de rechtsstaat, zich blindstaart op de rechtsorde, en dat hij een "politiestaat' nastreeft waar zijn eerste zorg juist de kwaliteit van de justitie zou moeten gelden. Deze verwijten komen voort uit begrijpelijke angst. De morele pretenties van politiestaten, zoals die door de Franse revolutionair Fouche zijn geformuleerd en waarvan de Britse socioloog Brian Chapman in 1970 een kritische en nog steeds actuele samenvatting heeft gegeven, zijn immers al te vaak gebruikt als een ambtelijk voorwendsel om niet het recht zijn loop te laten hebben, maar daarentegen met de justitie een loopje te nemen.

Wat in het betoog van de minister ontbreekt, is aandacht voor de eigen morele taak van de rechtsstaat. Waar een politiestaat zich voortdurend moet legitimeren door het kunstmatig handhaven van normen die worden opgelegd door platonische "philosophoi' (of neo-platonische politici), heeft een rechtsstaat zijn handen meer dan vol aan het bewaren van democratische normen als fair trial, presumption of innocence, nullum crimen en natuurlijk het gelijkheidsbeginsel. Deze normen zijn vrijwel het enige gebied waarop de rechtsstaat zich als zedenmeester dient te bewegen: niet met het doel om de "calculerende' burgers mores te leren, maar om de zindelijkheid van haar eigen optreden steeds met kritische "checks and balances' te waarborgen. De staat mag wat mij betreft in rechte slechts als zedenmeester optreden door consequent het goede voorbeeld te geven.