Politieke gezicht minister Pronk is gered; "Jongleren met percentages en getallen'

DEN HAAG, 20 APRIL. Met een operatie creatief boekhouden is het kabinet er gisteren in geslaagd om PvdA-minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) zo veel mogelijk te ontzien bij de bezuinigingensbesprekingen. Hij betaalt niet direct mee aan de extra kosten voor asielzoekers maar hij legt wel indirect 120 miljoen op tafel. Pronk gaat taken van andere ministeries financieren die een ontwikkelingshulptintje hebben. Op hun beurt betalen deze ministeries de extra kosten voor de asielzoekers.

De voorzitter van de CDA-fractiecommissie ontwikkelingssamenwerking, G. van Leijenhorst, noemde vanmorgen desgevraagd de ingreep “het openen van de trukendoos die de mensen op het verkeerde been zet”. Harde keuzes worden volgens hem vermeden door het “jongleren met percentages en getallen”. Het politieke gezicht van Pronk is gered omdat de ontwikkeling van het nationaal inkomen een meevaller vertoonde.

De begroting van ontwikkelingssamenwerking is formeel gekoppeld aan 1,5 procent van het nationaal inkomen. De onlangs doorgevoerde revisie van de Nationale Rekening van het Centraal Bureau van de Statistiek heeft grote gevolgen voor een aantal ijkpunten van het kabinetsbeleid. De bijstelling leverde Pronk een "extra' bedrag op van 114 miljoen gulden: en daarmee budgettaire ruimte om in het kabinet deals te sluiten met de collega-ministers die bij elke financiële ingreep gezamenlijk wijzen naar de begroting voor ontwikkelingssamenwerking die automatisch blijft stijgen. Pronk wordt zo steeds in het defensief geduwd, en opent dan niet zelden zelf de aanval.

Pronk heeft de afgelopen jaren bij bezuinigingsrondes systematisch geprobeerd te vermijden dat zijn begroting van meer dan 6 miljard gulden wordt "vervuild' met uitgaven waar zijn departement niets mee te maken heeft. De druk op hem om in te leveren is echter groot want elke minister, ook Pronks partijgenoten in het kabinet, kijken vooral naar hun eigen begroting. Soms kan Pronk een aanslag afslaan, soms ook niet. Zo werd hij vorig jaar gedwongen mee te betalen aan bijvoorbeeld de verhoging van lerarensalarissen in Nederland. De extra kosten voor asielzoekers van 500 miljoen gulden hadden de afgelopen weken opnieuw de begroting van Pronk onder druk gezet.

Pronk is erin geslaagd voor zijn departement de schade te beperken. Hij betaalt wel mee, maar indirect zodat hij bij de bedragen waarvoor hij door minister van financiën Kok wordt aangeslagen nog altijd zelf het vlaggetje van ontwikkelingssamenwerking kan planten.

Zo betaalt Pronk mee aan hulp voor landen in Midden- en Oost-Europa voor een bedrag van 22,5 miljoen gulden. Het gaat daarbij echter niet om landen zoals Polen of Hongarije maar om landen en gebieden die op de nominatie staan om als ontwikkelingsland te worden erkend. In de OESO stelt de Development Assistance Committee (DAC) een lijst op met landen die, met het oog op de hoogte van het nationaal inkomen, in aanmerking komen voor ontwikkelingshulp. Met steun aan landen als Roemenië, Bulgarije, Albanië en een aantal zuidelijke republieken uit de voormalige Sovjet-Unie heeft Pronk te maken met landen die spoedig de DAC-status kunnen verwachten. Zo blijft de 22,5 miljoen gulden die hij betaalt, gerelateerd aan het idee van ontwikkelingshulp.

Dat geldt ook voor de uitgaven van noodhulp via de zogenoemde Wellinkpot; vernoemd naar een topambtenaar van financiën. Deze pot (37,5 miljoen gulden) werd beheerd door het ministerie van buitenlandse zaken maar ook andere departementen, zoals financiën, droegen er aan bij. De noodhulp uit de Wellinkpot was niet gebonden aan arme landen en viel derhalve onder buitenlandse zaken. De Wellinkpot wordt afgeschaft en het bedrag van 37,5 miljoen aan noodhulp komt helemaal voor rekening van Pronk die daarmee het volledige beheer krijgt over de noodhulp.

Ook de 60 miljoen die Pronk betaalt voor extra kosten van VN-vredesoperaties blijven een ontwikkelingshulp-kleurtje houden want het gaat daarbij om taken in ontwikkelingslanden. Pronk betaalt het ministerie van defensie 60 miljoen voor de Nederlandse VN-bijdrage in Cambodja, maar niet voor de vredesoperatie in ex-Joegoslavië. De begrotingstactiek van Pronk is erop gericht weliswaar iets in te leveren om als tegenprestatie ontwikkelingsvreemde taken buiten de deur te houden. Zodra hij steeds rechtstreeks moet betalen voor de financiële gaten op bijvoorbeeld ministeries van Onderwijs, WVC, VROM of sociale zaken, “staan de sluizen open” meent Pronk.

Pronk heeft de aanslag afgeslagen maar de komende confrontatie dient zich al weer aan: de nieuwe norm voor ontwikkelingssamenwerking. Zowel CDA als PvdA hebben de zuivere 1,5 procentsnorm losgelaten omdat deze was vervuild met uitgaven voor bijvoorbeeld vredesoperaties, milieu en asielzoekers. De PvdA pleit voor een norm van één procent van het BNP (het huidige budget komt overeen met 0,83% van het BNP).

Bij het CDA zijn de meningen verdeeld. Van Leijenhorst noemt een norm van 0,9 procent van het BNP realistisch. CDA-fractievoorzitter Brinkman bepleit in zijn Lentebrief om de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking te koppelen aan de rijksuitgaven en niet aan het nationaal inkomen. De jongerenorganisatie van het CDA, het CDJA, en het CDA-Vrouwenberaad pleiten - net als de PvdA - voor één procent van het BNP. Het CDA loopt zich warm voor een pittige discussie over de nieuwe norm voor de ontwikkelingsamenwerking. Het kabinet heeft gisteren al besloten een voorstudie te laten verrichten naar de verhouding tussen ontwikkelingsamenwerking en de nieuwe OS-taken.