Pakistan; Macht corrumpeert altijd

Wanbestuur, corruptie en nepotisme, daaraan heeft de Pakistaanse premier Nawaz Sharif zich in de ogen van zijn meerdere: president Ghulam Ishaq Khan, schuldig gemaakt. De president liet zondag in een gepeperde "boodschap aan de natie' weten dat Nawaz Sharif uit zijn functie is ontheven en dat een interimregering zal aantreden tot de verkiezingen van 14 juli.

Meest opmerkelijke deelnemer aan het overgangsbewind is de Pakistaanse Volkspartij (PPP) van oppositieleider Benazir Bhutto. Bhutto werd in augustus 1990 zelf door Ishaq Khan uit haar ambt van premier ontheven op exact dezelfde beschuldigingen die nu Nawaz Sharif ten deel vallen. President Ishaq Khan sloot na een ontmoeting met Bhutto zondag volledig vrede met haar en zei zelfs dat premier Nawaz Sharif de oppositie had “geterroriseerd”.

Nawaz Sharif liet vandaag strijdbaar weten zich niet bij zijn ontslag te zullen neerleggen en de zaak voor de rechtbank te zullen uitvechten. Ook riep hij zijn aanhangers op in verzet te komen. Dat zal hem weinig helpen, de president staat in zijn recht om de premier te ontslaan en in feite draait daar het hele conflict om.

Want Nawaz Sharif was lange tijde de lieveling van president Khan. Sharif beschikte bij zijn aantreden in 1990, als minister-president van de Islamitische Democratische Alliantie, een samenwerkingsverband van negen islamitische en rechtse partijen, in de ogen van de president en van het machtige leger over de "juiste' eigenschappen. Hij was een zakenman met rechtse ideeën, een voorbeeldige moslim en een "goede Pakistaan'. De familie van de premier spreekt Punjabi thuis en niet het geaffectioneerde Engels van de Bhutto's.

Nawaz Sharif, die geen politieke ervaring had, besefte niet hoe beperkt zijn macht zou zijn. Dat realiseerde hij zich toen hij zag dat alle politieke beslissingen door het presidentiële paleis werden genomen.

President Khan kon zich beroepen op het beruchte Achtste Amendement van de Pakistaanse grondwet, waarin simpelweg is vastgelegd dat de president de macht heeft. Khan is ook verder de sterke man: hij geniet de steun van het leger, de bureaucraten en van de gouverneurs in drie van de vier deelstaten (niet in Punjab, de staat waaruit Nawaz Sharif afkomstig is.)

Het Achtste Amendement werd in 1985 ingevoerd door de toenmalige president, generaal Zia Ul Haq, die tussen vanaf 1977 als een despoot had geheerst, maar onder toenemende druk uit binnen- en buitenland had besloten de democratie te herstellen. De lepe Zia liet in het bewuste amendement grondwettelijk vastleggen dat alle uitvoerende macht bij de president kwam te liggen, de premier en het kabinet kregen slechts een "adviserende rol' toebedeeld.

Zia maakte meteen gebruik van zijn macht door in mei 1988 de rechtse regering Junejo naar huis te sturen, toen ook al op een beschuldiging in de staandaardtermen: corruptie, nepotisme, zwak bestuur. Drie maanden later kwam Zia bij een ongeluk met een militair vliegtuig, onder nooit opgehelderde omstandigheden, om het leven. Ghulam Ishaq Khan, de voorzitter van de senaat en jarenlang minister van financiën onder Zia, werd door het parlement gekozen als de nieuwe president.

Oppositieleider Benazir Bhutto, die de eerste vrije verkiezingen in lange tijd, op 16 november 1988, wist te winnen, was de eerste premier die de lange arm van de president voelde. Twee jaar lang liet Ishaq Khan Bhutto haar gang gaan en toen was het afgelopen. Zijn veroordeling van Bhutto's bewind was niet onterecht: ondanks haar stellige ontkenningen was algemeen bekend dat de familie Bhutto, Benazirs echtgenoot Asif Ali Zardari voorop, rijkelijk profiteerde van het regeringspluche.

Macht lijkt in Pakistan per definitie te corrumperen. Net als zijn voorgangster benutte ook Nawaz Sharif zijn positie als premier voor eigen gewin. Zijn toch al niet onbemiddelde familie groeide uit tot een van de rijkste van het land, al was de corruptie volgens waarnemers beduidend minder dan onder Bhutto.

Nawaz Sharif schikte zich morrend in zijn rol van ondergeschikte aan de president tot de benoeming van een nieuwe opperbevelhebber van het leger, in januari van dit jaar. President Khan negeerde een lijst met drie namen van Nawaz Sharif en schoof zijn eigen vertrouweling Abdul Waheed, naar voren.

De premier beraamde daarop plannen het Achtste Amendement ongedaan te maken en hij probeerde bij Benazir Bhutto in het gevlei te komen in de hoop dat zij hem zou steunen. Zo benoemde Sharif in februari zijn grote rivaal tot voorzitter van de parlementscommissie voor buitenlandse zaken en hij liet Ali Zardari op vrije voeten stellen.

Het hielp hem niet: een opportunistische Benazir Bhutto koos voor een afrekening met Nawaz Sharif en ging afgelopen zondag demonstratief in op de uitnodiging van de president om met haar partij deel te nemen aan een overgangsregering. Bhutto is de morele winnaar van de huidige politieke crisis. Met veel genoegen moet zij de afgelopen maanden de verwijdering tussen de president en de premier hebben aanschouwd.

Benazir Bhutto heeft zich, ondanks haar jeugdige leeftijd (39), sinds haar terugkeer uit ballingschap, zeven jaar geleden, ontwikkeld tot een gehaaide politica, die het spel om de macht laat prevaleren boven de inhoud van haar boodschap. Dat zij na een eventuele verkiezingsoverwinning op 14 juli zelf weer geconfronteerd zal worden met het Achtste Amendement en een oppermachtige president is vers twee.