Nederlandse omroepen voldoen niet aan predikaat "publiek'

LEIDEN, 20 APRIL. Het Nederlandse omroepbestel voldoet in geen enkel opzicht aan het predikaat "publiek'.

Het er op na houden van drie televisienetten en vijf radionetten alsmede streven naar een marktaandeel staat op gespannen voet met het EG-recht. De voorschriften van de overheid over wat uitgezonden moet worden zijn in conflict met het particuliere karakter van het bestel en met de in het Europese Verdrag tot bescherming van de mens gewaarborgde uitingsvrijheid.

Dat betoogde prof.mr. G.A.I. Schuijt vandaag bij het aanvaarden van het hoogleraarschap pers-, omroep- en telecommunicatierecht aan de Rijksuniversiteit Leiden. Volgens Schuijt moet er voor juridisch en inhoudelijke zuiverheid worden gekozen tussen het opheffen van de autonomie van de omroepverenigingen en het maken van "Hilversum' tot een echte publieke omroep, of het terugkeren naar het oorspronkelijke bestel met veel ruimte voor particulier initiatief en daardoor open, pluriform en vrij.

Hoewel het volgens Schuijt niet de taak van de rechtswetenschap is te formuleren hoe een omroepbestel er uit zou moeten zien, doet hij om de “vastgeroeste ideeën in Nederland eens door elkaar te schudden” de suggestie de drie televisienetten te herverdelen over één publieke omroep zonder reclame, een commerciële omroep en een private omroep zonder winstoogmerk. De beschikbare zendtijd op dit laatste net zou moeten verdeeld "naar billijkheid', wat neer zou komen op verdeling naar rato van het aantal leden. Op dit net zouden geen programma-voorschriften mogen gelden. Op het publieke net, dat geheel uit omroepbijdragen dan wel uit de algemene middelen zou moeten worden gefinancierd, zouden in elk geval programma's moeten worden uitgezonden die op de commerciële zender of bij de niet-commerciële private omroepen in de verdrukking komen. De particuliere instellingen zouden hetzij op eigen kracht, danwel in een samenwerkingsverband hun financiering rond mogen krijgen doormiddel van reclameboodschappen. De private-omroepen zouden de contributie aan hun leden kunnen verhogen en via hun omroepbladen inkomsten kunnen verwerven. Het monopolie op programmagegevens zou echter wel moeten verdwijnen.