Milieugroep vreest voor lot inspraak bij aanleg wegen

DEN HAAG, 20 APRIL. Eenennegentig maanden, bijna acht jaar, duurt het in Nederland voordat de besluitvorming over een nieuw stuk snelweg of een spoorlijn is afgerond. En die termijn is een gemiddelde. Er zijn voorbeelden van stukken snelweg waarvan de komst door vertragende tactieken van gemeenten en provincies meer dan twintig jaar is vertraagd.

Vanmiddag buigt de Tweede Kamer zich over een wetsvoorstel dat de termijn van besluitvorming over belangrijke wegen, vaarwegen en spoorlijnen tot een gemiddelde van drieëneenhalf jaar terug zal brengen. De zogeheten Tracéwet, waarin de hele Tweede Kamer zich in grote lijnen kan vinden, maakt hierdoor aan het belangrijkste bezwaar tegen de huidige gang van zaken een einde.

Nu loopt vooral de periode waarin gemeenten en provincies het voorkeurstracé van het kabinet moeten beoordelen en inpassen in hun bestemmings- en streekplannen vaak drastisch uit de hand. In de nieuwe opzet stelt de minister van verkeer en waterstaat een trajectnota samen, met daarin een aantal mogelijke tracés en een aantal mogelijke uitvoeringsvormen. Burgers, provincies en gemeenten kunnen hun stem laten horen, waarna de minister in samenspraak met zijn collega van VROM een ontwerp-tracébesluit neemt. Wanneer gemeenten en provincies wordt verzocht om planologische medewerking aan dit ontwerp-tracé, is zo'n tweeëneenhalf jaar verstreken. Weigeren gemeenten en provincies mee te werken, dan kan het kabinet besluiten het tracé te wijzigen, maar ook een zogeheten aanwijzing geven, inhoudende dat het dit tracé wordt en geen ander. Beroep, zowel van burgers als van gemeenten en provincies, is mogelijk bij de Raad van State, waar de nieuwe afdeling bestuursrechtspraak zijn werkzaamheden begint op hetzelfde moment dat de Tracéwet van kracht moet gaan, 1 januari 1994.

Over het principe van de Tracéwet bestaat geen verschil van mening. Niet alleen de Tweede Kamer, ook gemeenten, provincies en de milieubeweging zien in dat bij een slepende besluitvorming over infrastructuur uiteindelijk niemand is gebaat. Voor de milieubeweging geldt bovendien het argument dat in de nieuwe opzet niet langer beroep hoeft te worden aangetekend tegen talloze bestemmingsplannen, wat het verzet nogal eens doet breken, maar slechts tegen het ontwerp-tracébesluit van het kabinet.

Toch zullen vandaag, morgen en waarschijnlijk ook nog volgende week in de Tweede Kamer de nodige geschilpunten aan de orde komen. Naar verwachting zal daarbij vooral de inspraaktermijn voor burgers onderwerp van twist tussen de kamerfracties en de minister van verkeer en waterstaat zijn. Nu is het nog zo dat burgers gemiddeld twee maanden de tijd hebben om de trajectnota aan te schaffen, deze te lezen, te bespreken en er vervolgens een oordeel over te geven. Voor de rijksweg 48 van Dieren naar Brummen kregen ze zeveneneenhalve week, voor de rijksweg 50 van Oss naar Eindhoven tien weken. In de nieuwe Tracéwet worden alle termijnen voor inspraak gelijk getrokken, en komen op vier weken.

Alleen al omdat het vaak één of twee weken duurt voordat een bestelde trajectnota - vaak lijvig als een telefoonboek - is bezorgd, verwacht de milieubeweging dat de inspraak zal verworden tot een farce. Nu hebben veel bewoners van door nieuwe snelwegen en spoorlijnen getroffen gebied vaak al het gevoel dat de inspraak niet meer dan een ritueel is, straks zullen zij volgens de milieubeweging het nut van inspreken helemaal niet meer inzien en meteen de straat opgaan. Veel kamerfracties zijn gevoelig voor dit argument en zullen er voor pleiten de inspraaktermijn te verlengen. Probleem hierbij is echter de afstemming van de Tracéwet op de aanstaande Algemene Wet Bestuursrecht, waarin de termijn van vier weken staat genoemd.

Een ander punt dat vandaag waarschijnlijk veel aandacht zal krijgen, is de mogelijke uitholling van bestemmingsplannen als de minister van VROM de ene aanwijzing na de andere geeft. Veel gemeenten vrezen dat ze het slachtoffer zullen worden van tracébesluiten die niets te maken hebben met hun eigen ideeën over ruimtelijke ordening, en die als vreemde eenden in de bijt het landschap zullen doorkruisen.

Als het aan Maij-Weggen ligt, zal de nieuwe Tracéwet met terugwerkende kracht ook van toepassing zijn op de Betuwelijn en de Hoge Snelheidslijn, onder de noemer "projecten van nationaal belang'. Omdat het wetsontwerp tijdens de schriftelijke voorbereiding zo is aangepast dat niet alleen bezwaar kan worden gemaakt tegen mogelijke tracés, maar ook tegen het besluit zélf om een dergelijk project te beginnen, zal dit naar verwachting niet veel stof doen opwaaien. Wel zal waarschijnlijk de vraag worden gesteld of er niet steeds meer projecten van nationaal belang zullen komen, omdat in dat geval een veel snellere besluitvorming kan plaatsvinden dan nu.