Meerderheid in Kamer voor hogere pensioenleeftijd

DEN HAAG, 20 APRIL. De PvdA wijst een verhoging van de AOW-leeftijd niet op voorhand af. Daarmee tekent zich in de Tweede Kamer een ruime meerderheid af die de vaste AOW-grens van 65 jaar wil loslaten.

CDA en VVD hebben, bij monde van de fractieleiders Brinkman en Bolkestein, al in een eerder stadium gepleit voor "flexibilisering'. Tweede Kamerlid D.J. Beijlen-Geerts (PvdA) zei vanochtend in een reactie op het rapport “Ouderen voor ouderen” van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, dat de PvdA wil nadenken over een hogere AOW-leeftijd. “Maar,” zei ze, “een hoogleraar die tot zijn zeventigste kan doorwerken staat er anders voor dan iemand die aan de lopende band werkt en veel eerder fysiek is uitgeput. Je kunt dus de AOW-leeftijd niet voor iedereen verhogen.”

Beijlen is het met de WRR eens dat de arbeidsparticipatie van vrouwen groter moet worden en dat het beroep op sociale uitkeringen moet worden gereduceerd. Als meer mensen werken blijft de AOW ook bij vergrijzing betaalbaar.

Maar volgens het PvdA-Kamerlid is het woord nu vooral aan de werkgevers, die meer moeten doen om oudere werknemers in dienst te houden of te nemen. Ook de vakcentrales MHP en FNV leggen in hun reactie grote nadruk op de rol van de werkgevers, die volgens de MHP tot dusver “nauwelijks aandacht” hebben voor een actief leeftijdsgericht personeelsbeleid.

Volgens de Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen (ANBO) heeft flexibilisering van de pensioenleeftijd en afschaffing van de VUT, zoals de WRR voorstelt, alleen succes als de werkgevers actief worden op het vlak van loopbaanbegeleiding en "éducation permanente'. Volgens de ANBO ziet de WRR de ouderen teveel als een probleem. Ouderen zijn van grote waarde voor de samenleving, bijvoorbeeld in het vrijwilligerswerk, aldus de ANBO. De ouderenorganisatie waarschuwt voor een verlaging van de AOW-uitkering. Omdat de AOW, net als de andere sociale uitkeringen, in de jaren tachtig werd ontkoppeld aan de lonen gingen ouderen er in 1981-1992 reeds 11 procent op achteruit, aldus de ANBO.

De vakcentrales wijzen afschaffing van de VUT vierkant van de hand. Volgens de FNV doet de WRR “nodeloos paniekerig” over de gevolgen van de vergrijzing. Nederland is dankzij het opbouwstelsel bij de pensioenen beter voorbereid op de toekomst dan de ons omringende landen, aldus de vakcentrale.

Het Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO) daarentegen beschouwt het WRR-rapport als een “niet mis te verstane waaarschuwing, dat voor de opvang van de vergrijzing spoedige bijsturing van het beleid onontkoombaar is.” Daarom moet volgens het VNO de hoogte van de AOW-uitkering achterblijven bij de ontwikkeling van de lonen. Het aanvullend pensioen wordt dan belangrijker. Voor het WRR-voorstel om over aanvullende pensioenen AOW-premies te gaan heffen voelt het VNO daarentegen niets.