Kleine zegeningen

Hier is nieuws dat moeilijk te geloven valt. De Britse economie wordt mogelijk de snelst groeiende in de EG in het lopende en het volgende jaar. Dit keer zijn de al zo vaak voorspelde "groene loten van herstel' zo duidelijk zichtbaar dat zelfs de verguisde Norman Lamont ze weer durft aan te wijzen. Na tweeëneenhalf jaar diepe recessie krabbelt de Britse economie weer overeind, geholpen door lage inflatie (1,9 procent), lage rente (6 procent) en een gedevalueerd pond (circa 2,45 D-mark in plaats van 2,95 D-mark binnen het EMS), dat Britse exporteurs de wind in de zeilen geeft.

De verbijsterende voorspelling hierboven betekent geen "boom'. “Snelst groeiend” is maar heel relatief wanneer de economieën van de EG-partners naar verwachting in het geheel geen groei te zien zullen geven. De Treasury rekent op een groei van 1,25 procent voor 1993 oplopend tot 3 procent in de eerste helft van volgend jaar. Die cijfers worden bevestigd door het panel van zeven economen dat minister Lamont als adviseurs aan zijn ministerie heeft verbonden, teneinde zijn voorspellingen meer gezag te geven dan ze hadden. De minister - en op de achtergrond zijn premier, John Major - leed politiek onder de eerdere voorspellingen van een economisch voorjaar “net om de hoek”, dat desondanks pijnlijk uitbleef.

Maar met de zon komen nu ook de consumenten aarzelend uit hun winterslaap. Er worden weer auto's verkocht (13 procent meer op jaarbasis), er zit weer enige beweging in de huizenmarkt (de gemiddelde huizenprijs steeg 1,2 procent in maart, de grootste stijging in 4 jaar) en in het zaken- en bedrijfsleven wordt toenemend optimisme gesignaleerd over stijgende afzetmogelijkheden in de loop van dit jaar. Fabrieken produceerden in de periode december 1992 tot maart 1993 1,2 procent meer dan in de drie maanden daarvoor: elke kleine zegen geeft hier al reden tot grote dankbaarheid.

De consument die nu zijn geld uitgeeft aan een nieuwe auto of een iets duurder huis is degene die geluk heeft gehad. Hij mag dan eerder niets hebben durven uitgeven, maar hij heeft zijn geld in zijn zak kunnen houden, daarbij ook nog profiterend van de torenhoge rentes tijdens de Britse deelname aan het EMS. Maar niet alle Britten waren zo gelukkig: ruim 3 miljoen zijn werkloos volgens de ambtenaren in Whitehall, ruim 4 miljoen volgens berekeningen van de oppositie. Miljoenen anderen zijn bang hun baan te verliezen. Anderhalf miljoen huishoudens leven in een huis dat door de recessie zo in waarde is verminderd dat ze meer aan hypotheek aflossen dan hun onderpand bij verkoop opbrengt. De regering heeft voor volgend jaar bovendien belastingverhogingen ter waarde van 10 miljard pond aangekondigd. Al die omstandigheden noden niet direct tot lenen en besteden.

Toch is, als vaak, uit iets slechts ook iets goeds voortgekomen. Hypotheekbanken hebben hier eindelijk de mogelijkheid gecreëerd hypotheekleningen met een vaste rente voor een langere periode af te sluiten. Dat betekent dat huiseigenaren niet langer het risico lopen dat ze van maand tot maand in rente en aflossing omhoog moeten, tot soms een verdubbeling van de oorspronkelijke maandelijkse som. Dat soort nieuwe leningen, beperkt in aantal, vliegt weg.

Aan wie gaat het bedrijfsleven dus afzetten, als de binnenlandse groei in consumptie noodgedwongen voorlopig nog beperkt blijft en als elders in Europa de groei uitblijft en economisch dood tij zijn intrede doet?

De Britse industriëlen kijken in de eerste plaats naar die andere belangrijke afzetmarkt, de Verenigde Staten. Iets minder dan de helft van de Britse export gaat naar niet-EG-landen en in de VS loopt de recessie ten einde. In de tweede plaats hoopt het Britse bedrijfsleven zijn voordeel te doen met de devaluatie van het pond (tot 20 procent, maar nu terugkruipend naar 15) om de gevolgen van beperkte vraag op de Europese markt te compenseren.

Maar die medaille heeft een keerzijde. Bij een geraamd handelstekort ter waarde van 17,5 miljard pond is het duidelijk dat Groot-Brittannië meer importeert dan het uitvoert. De gemporteerde goederen en diensten zijn door de verminderde waarde van sterling 15 tot 20 procent duurder dan voorheen. Lamont heeft gezegd dat hij de inflatie - nu de laagste in de EG - binnen een marge van 1 tot 4 procent wil houden. Maar met het goede nieuws over de groene loten van herstel bracht de afgelopen maand onafwendbaar ook het nieuws over stijgende inflatie, van 1,7 procent (op jaarbasis) in januari, via 1,8 procent in februari tot 1,9 in maart. Het zijn, vrezen sommige analisten hier, de eerste tonen van de Engelse wals: stop-go-stop, stop-go-stop...