Kabinet trekt vijf miljard uit voor trein en wegen

DEN HAAG, 20 APRIL. Het kabinet heeft gisteren besloten voor de periode 1994-1998 vijf miljard gulden te reserveren voor investeringen in wegen, luchthavens en spoorlijnen.

De extra investeringen in de infrastructuur worden onder meer gefinancierd uit de verkoop van staatsdeelnemingen (PTT), de inkomsten uit de verkoop van extra aardgas, en de zogenoemde Common Area-gelden (aardgasgeld wat Nederland nog tegoed heeft van Duitsland). Dit geld is nog niet beschikbaar. Het kabinet gaat daarom het geld gebruiken dat binnenkomt door de vervroegde aflossing van woningwetleningen. Door de relatief lage rente is het voor woningbouwcorporaties financieel gunstig hun leningen bij het rijk vervroegd af te lossen.

Minister Kok (financiën) kon gisteren vanwege de begrotingsbesprekingen niet in Luxemburg zijn voor overleg met zijn EG-collega's over een gezamenlijk investeringsoffensief. De EG wil met het "Europese groei-initiatief', waartoe in december in Edinburgh werd besloten, volgend jaar 450.000 nieuwe banen scheppen. Wat dat voor de Nederlandse werkgelegenheid betekent is volgens thesaurier-generaal Brouwer, die Kok in Luxemburg verving, nog niet duidelijk.

Het kabinet heeft inmiddels vorderingen gemaakt met de verdeling van de bezuinigingen van 2,8 miljard gulden in 1993 en 7,5 miljard gulden in 1994. Gisteren is een akkoord bereikt waarbij minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) 120 miljoen gulden bijdraagt aan de extra kosten voor asielzoekers van 500 miljoen gulden dit jaar. Hij doet dit niet rechtstreeks, maar neemt uitgaven van andere departementen voor zijn rekening.

Het kabinet heeft nog geen akkoord bereikt over de begroting van 1994 omdat er nog onenigheid bestaat over het inkomensbeleid. Volgens berekeningen van het Centraal Planbureau daalt de koopkracht van minima, zonder aanvullend beleid, volgend jaar met ruim twee procent; mensen met een twee keer modaal inkomen zien hun koopkracht met 0,5 procent afnemen. Het kabinet wil dit verschil kleiner maken door de hogere inkomens extra te belasten. De ontwikkeling van de werkgelegenheid, blijft prioriteit nummer één van het kabinet, bevestigde vanmorgen een woordvoeder van financiën. In de Kaderbrief, waarmee minister Kok de aftrap heeft gegeven voor de begroting 1994, schrijft hij: “Er moet letterlijk worden gekozen voor werk boven inkomen, rekening houdend met de draagkrachtverhoudingen.”

Vandaag praten minister-president Lubbers en minister Kok met de meest betrokken bewindslieden over het inkomensbeleid. Er wordt rekening mee gehouden dat het kabinet deze week tot een principe-afspraak komt over het inkomensbeleid. In de zomer, wanneer de inkomstenkant van de rijksbegroting (belastingen en premies) aan de orde komt, kunnen dan concrete beslissingen worden genomen.