Hoogste tijd voor nieuwe ING-opties

De lat-relatie tussen de Rabobank en Robeco doet beide goed: de Rotterdammers komen meer onder de mensen via de kantoren van de bank en die profiteert van de verkoopkennis en de lef die beleggingsfondsen in huis moeten hebben om te overwinnen. Dat heet synergie. Sinds begin dit jaar wendt de Rabo zich schromeloos tot het beleggersvolk in paginagrote advertenties met een samenvatting van hun nieuwe maandblad Ups and Downs, een titel die de beurshandel treffend samenvat.

Op de nieuwste pagina rent, op een wereldbol, een bloot gevleugelde kerel die uitroept: "Is de beurs gek geworden?' Die vraag moet hij - god Mercurius, directeur van de divisies koophandel, dieven en dichters - ons niet stellen. Hij moet beter weten, tenzij hij een vliegende Mercurius voorstelt, een beweeglijk en onrustig mens. Een actieve belegger dus.

Die begrijpt inderdaad niets meer van de beurs, hoewel mensen die de theorie en het verleden bestuderen geruststellend laten weten dat het allemaal klopt: de rente daalt en dan stijgen de koersen van aandelen en obligaties. Maar hoe lang nog?

De Rabobank ziet het zo. "We denken dat de aandelenkoersen over twaalf maanden weer op nieuwe hoogtepunten kunnen staan, ondanks de mogelijkheid dat tussen de komende zomer en de lente van 1994 eerst nog wat teleurstellingen moeten worden verwerkt.' Als strategie om te profiteren van nog lagere rente en koersrisico's te beperken, raadt men aan een groot deel van het vermogen aan te (blijven) houden in obligaties.

De bank realiseert zich dat de bal moet rollen en geeft mensen die niet met de armen over elkaar willen toekijken dit advies: koop warrants ING, want dat aandeel is de afgelopen maanden fors in koers gestegen, maar de warrants hebben hiermee geen gelijke tred gehouden. Wat wil dit zeggen?

Bij de fusie van Nationale-Nederlanden en de NMB Postbank in 1991 zijn circa 250 miljoen warrants ING uitgegeven. De houder van 7 warrants kan deze stukken, plus 68 gulden, tot 15 maart 2001 omwisselen voor een aandeel ING; in totaal komt dat op 35 miljoen (certificaten van) aandelen. Het is dus een recht om aandelen te kopen op een vastgestelde (uitoefen)prijs en lijkt veel op een call-optie. In dit geval een meerjarige optie die nog 8 jaar loopt en op de Effectenbeurs druk wordt verhandeld. De beide beurzen zijn op dit punt in concurrentie.

In maart 1991 kwam de Rabo ook met dit advies. Toen deed de warrant 1,57 gulden en het aandeel 51,20. Maandag waren de slotprijzen 1,57 en 67,70, 16,50 gulden meer. Die stijging had inderdaad geen effect op de warrant. Kennelijk zijn er veel beleggers die van hun warrants af willen, ongeacht de hogere ING-koers. Het was in 1991 een veilige, wat nutteloze raad. Hoe ziet het er nu uit?

Het aandeel ING schommelt rond de 68,00, de omwisselingsprijs van de warrant. Het is een at-the-momey optie, die op en neer gaat met de onderliggende waarde. Zo gaat het althans in de optiehandel. De markt in warrants is meestal minder flexibel.

Voor het recht op 1 aandeel van 68 gulden moet je 7 warrants kopen voor 10,99, exclusief kosten. Een extraatje, premie in beurstaal, van bruto iets meer dan 11 gulden of 17 procent van de huidige koers. Omgerelnd een premie van circa 2 procent per jaar, voor de resterende duur. In de theorie beschouwt men dat als zeer laag, aantrekkelijk. In 1991 lag dit percentage op slechts 4,4 procent. In de praktijk heb je helaas weinig aan die wetenschap als de markt nauwelijks reageert en de warrant niet vooruit te branden is. Zal dat veranderen in de toekomst?

De emissie van 250 miljoen warrants komt omgerekend neer op bijna 360 duizend optiecontracten. Een reusachtige wolk boven de markt waaruit het steeds zal regenen als de koers oploopt. Hoe lang dat zal duren valt niet te berekenen.

Desondanks zijn er zonnige kanten aan dit fenomeen: je koopt voor weinig geld, 17 procent van de aandeelkoers, een belang in een bedrijf. Die positie levert geen dividend op, maar het beperkt de investering en kan thans als basis dienen voor een combinatie met opties, omdat de optie-uitoefenprijzen rond de omwisselingsprijs liggen.

Opties gaan uit van 100 aandelen. Je moet dus minimaal 700 (7 maal 100) warrants kopen om iets op te zetten. Dat kost 1100 gulden. Met die 700 als dekking kan je 1 call-optie schrijven, als de betrokken effectenbemiddelaar dat tenminste toestaat. Bij voorbeeld de januari 1994 uitoefenprijs 70, die 270 gulden oplevert. Een onbelast rendement van boven de 20 procent in 10 maanden, dat pas verdiend is als de optie waardeloos afloopt. Iets voor ervaren deelnemers.

Waarom introduceert de Optiebeurs geen hogere uitoefenprijzen voor meerjarige ING-opties? Dan kunnen onervaren beleggers ook meedoen. De beurs is er voor beleggers en niet andersom!