Hoogovens wil verhoging CAO-loon niet betalen

ROTTERDAM, 20 APRIL. Drie dochterondernemingen van staal- en aluminiumfabriek Hoogovens willen dispensatie van de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) die voor de metaalindustrie geldt. Hoogovens zegt de afgesproken loonsverhoging niet te kunnen betalen.

De industriebonden van FNV en CNV hebben vanochtend desgevraagd gezegd niet akkoord te gaan met het openbreken van de CAO. De bonden erkennen dat de economische situatie bij Hoogovens somber is, maar menen dat het concern wel in staat is de loonsverhoging te betalen. Bovendien zijn de vakorganisaties bang dat andere noodlijdende bedrijven zullen volgen. “Dan kunnen we ook beginnen bij Fokker en DAF. Waar houdt het op?”, aldus een woordvoerder van de Industriebond FNV.

De drie groepsondernemingen, waar 1670 mensen werken, vallen onder de CAO voor de metaalindustrie. De overige delen van Hoogovens hebben een eigen CAO. In de CAO voor de metaalindustrie hebben de vakbonden en de werkgeversvereniging FME onlangs een loonsverhoging van totaal 2,25 procent afgesproken.

Om de slechte resultaten van het concern niet verder onder druk te zetten, hebben de vakorganisaties en Hoogovens vorig jaar afgesproken de eigen CAO in 1993 ongewijzigd voort te zetten. Bij de staalfabriek van Hoogovens in IJmuiden verdwijnen dit jaar 2.300 arbeidsplaatsen. Alleen over de loonsverhoging wordt onderhandeld. De werknemers eisen een loonsverhoging van ruim twee procent, terwijl Hoogovens uitgaat van de zogenaamde nullijn. De vakbonden vrezen dat Hoogovens het openbreken van de metaal-CAO willen gebruiken als voorschot op de onderhandelingen voor de eigen CAO.