Europees "groei-initiatief' levert bescheiden extra groei op

LUXEMBURG, 20 APRIL. De inspanningen van de twaalf EG-lidstaten om hun begrotingsbeleid op elkaar af stemmen en om gezamenlijk investeringen op poten te zetten, zal tegen volgend jaar leiden tot een extra groei in de gemeenschap van 0,6 procent. Dat komt overeen met 450.000 nieuwe banen.

EG-commissaris Christophersen heeft dat gisteren gezegd in Luxemburg, waar de EG-ministers van financiën de voorlopige balans opmaakten van het zogeheten "Europese groei-initiatief', waartoe in december op de EG-top in Edinburg het startsein werd gegeven.

Het groei-initiatief is vooral bedoeld als een poging van de EG om het vertrouwen van ondernemer en burger in de kwakkelende economie te herstellen. Het plan is in feite een optelsom van maatregelen die individuele lidstaten nemen - zoals het ontzien van investeringen in publieke werken bij hun bezuinigingsbeleid - en van extra investeringen in grote infrastructurele werken, die moeten worden uitgelokt door een nieuwe leningsfaciliteit van de Europese Investeringsbank (EIB) en de oprichting van een apart Europees Investeringsfonds (EIF).

Het groei-initatief krijgt vaste vorm op een moment dat de vooruitzichten voor de economische groei in de gemeenschap uiterst somber blijven. In december stelde de Europese Commissie haar prognose voor de groei over dit jaar opnieuw naar beneden toe bij tot 0,8 procent, terwijl de werkloosheid zal groeien tot gemiddeld 11 procent. Gisteren zei Christophersen dat het eerste kwartaal van dit jaar er al weer “minder bemoedigend” uitziet dan was verwacht. Hoe de economie in Europa zich verder zal ontwikkelen, hangt volgens hem voor een groot deel af van het renteverloop. Een verlaging van de korte rente met 2 procentpunt, gevolgd door een verlaging van de rente voor langlopende leningen met 1 procentpunt, zou een extra stimulans betekenen voor de economische groei in de gemeenschap van 0,7 procentpunt, rekende Christophersen voor.

Gezien de noodzaak van de EG-lidstaten om hun nationale begrotingen op orde te stellen in de aanloop tot de Europese Monetarie Unie (EMU), is er maar weinig speelruimte om de economie te stimuleren met financiële injecties. Per definitie heeft het "groei-initiatief', zeker op korte termijn, dan ook slechts een beperkte reikwijdte. Het plan bevat zeker geen toverformule, beaamde gisteren thesaurier-generaal H.J. Brouwer van het ministerie van financiën. Hij nam de plaats in van minister Kok die in Den Haag was gebleven om zijn begrotingsbeleid te verdedigen. Brouwer kon niet aangeven op hoeveel van de nieuwe 450.000 arbeidsplaatsen Nederland mag rekenen. Met Christophersen is Brouwer van mening dat waarde van het groei-initiatief vooral zit in het feit dat de lidstaten voor het eerst om de tafel zijn gaan zitten om te bekijken hoe zij op nationaal vlak de groei kunnen bevorderen, zonder de doelstelling van een evenwichtig begrotingsbeleid te verwaarlozen.

Alle lidstaten zijn het er volgens Brouwer over eens dat “een simpele Keynesiaans beleid” - veel geld in de economie pompen om zodoende kunstmatig vraag op te wekken - niet het goede antwoord is. Het gaat er om duurzame economische groei te bewerkstelligen. Voor Nederland en de meeste andere lidstaten betekent dat bijvoorbeeld een verschuiving van de overheidsuitgaven naar investeringen in de infrastructuur. Brouwer schat dat de Nederlandse overheid tot en met 1998 in totaal 5 miljard gulden zal investeren in infrastructurele projecten, in de jaren daarna mogelijk oplopend tot 8 à 9 miljard gulden.

Het groei-initiatief houdt ook in dat lidstaten als Nederland, Duitsland en Frankrijk niet automatisch alle belastingtegenvallers onmiddellijk opvangen door extra bezuinigingen. Op die manier zou immers de verzwakking van de economie worden versterkt of worden pogingen te niet gedaan die elders worden ondernomen om de economie op te peppen. Ook hebben de lidstaten afgesproken om de lonen (van het overheidspersoneel) te matigen en hun arbeidsmarkten beter te laten functioneren.

Behalve de maatregelen die de individuele lidstaten zelf moeten nemen om de groei te bevorderen, zijn in Edinburg afspraken gemaakt voor een communautaire stimulans van openbare investeringen, onder andere in wegen, spoorlijnen, kanalen, pijpleidingen, hoogspanningskabels en in milieuprojecten. Zo heeft de EIB een apart loket gekregen voor tijdelijke leningen. Daarvoor is een bedrag van 5 miljard ecu beschikbaar, goed voor investeringen in de orde van grootte van 7 tot 10 miljard ecu. Christophersen zei gisteren dat al voor 1,6 miljard ecu aan leningen zijn goedgekeurd. Het gaat onder meer om het verbeteren van de luchtverkeersbegeleiding in Europa, uitbreiding van luchthavens, aanleg van wegen in Denemarken en Frankrijk en de bouw van waterzuiveringsinstallaties in Groot-Brittannië, Frankrijk en Spanje. Nederland heeft ook een aantal projecten aangemeld, waaronder de Betuwelijn, maar daarover is nog geen beslissing genomen.

Er komt ook een apart Europees Investerings Fonds, een soort garantiefonds voor investeringen van in totaal 15 tot 20 miljard ecu in zogeheten transeuropese netwerken. In het fonds participeren de Europese Commissie, de EIB en particuliere banken en investeringsmaatschappijen.