Ecuador was verslaafd aan westerse oliemaatschappijen

In de jaren zeventig wasEcuador welvarend. De oliereserves zorgden voor werk en grote winsten voor de westerse oliemaatschappijen. Twintig jaar later krijgen de oorspronkelijke bewoners van de regenwouden de keerzijde te zien van de olie-boom.

AMSTERDAM, APRIL. “Onze regenwouden liggen vol met olie. Beekjes en riviertjes waar we vroeger uit konden drinken zijn vergiftigd. Door de schadelijke gassen die bij de oliewinning vrijkomen is het regenseizoen in Ecuador voortaan een "zuur' seizoen.”

Arcelliano Llianes vertegenwoordigt 15.000 indianen uit de provincie Napo in het noordoosten van Ecuador. Samen met Esperanza Martnez, hoofd van de Ecuadoraanse milieubeweging Acción Ecológica, bezocht hij vorige maand een aantal Europese landen, waaronder Nederland, om de aandacht te vestigen op de schade die aan de regenwouden is aangericht door oliewinning door westerse maatschappijen.

De missie is er vooral op gericht de oliemaatschappijen zelf voor die schade te laten opdraaien. Dit moet dan gebeuren door de westerse publieke opinie te mobiliseren, zodat de maatschappijen onder worden druk worden gezet om zich om het Ecuadoraanse milieu te bekommeren .

De haat van Llianes en Martnez tegen de oliegiganten is enorm. Grootste boosdoener is de inmiddels uit Ecuador vertrokken maatschappij Texaco. “Texaco heeft ons land afgepakt, en na twintig jaar zijn ze vertrokken zonder ons een cent te betalen. Wij eisen dat ze de rommel opruimen die ze hebben achtergelaten.”In het begin van de jaren zeventig werden in Ecuadors noordoostelijke Amazone-gebied, de Oriente, grote oliereserves aangetroffen.

In 1972 begon Texaco samen met de nationale oliemaatschappij Petroecuador op grote schaal met de exploitatie ervan. Er werd een 500 kilometer lange pijpleiding aangelegd naar de havenstad Esmeraldas. Een paar jaar later produceerde Ecuador al zo'n 200.000 tot 250.000 vaten ruwe olie per dag. Door de olie-boom maakte het land een periode van economische voorspoed door, trad toe tot de OPEC en genoot alle vertrouwen van de internationale banken, die het land veel geld leenden.

Llianes: “Vanaf 1972 draaide in Ecuador alles om de olie. Er werden nauwelijks alternatieve industrieën ontwikkeld. Dat er ooit een einde aan de voorraden zou komen, kwam niet bij de regering op.” Hij bestrijdt dat de olie ook welvaart heeft gebracht aan de indiaanse gemeenschap. “Onze mensen werden uit de regenwouden verdreven en moesten werk zoeken in de olie-industrie. Mooie welvaart is dat.”

In het begin van de jaren tachtig kelderden de olieprijzen en keerde het tij voor Ecuador, maar ook voor andere olieproducerende landen in Latijns Amerika zoals Mexico en Venezuela. Dit markeerde het begin van de Latijns-Amerikaanse "schuldencrisis'.

Om de inkomsten op peil te houden, verhoogde Ecuador de olieproduktie. De staatsschuld steeg echter in snel tempo, omdat de verhoogde export de lage prijzen onvoldoende compenseerde. Een andere reden van de oplopende schuld, in 1990 al ruim twaalf miljard dollar, was dat het land nog gewend was aan het bestedingspatroon uit de "gouden tijd'. Ondertussen overschreed Ecuador zijn OPEC-quotum van 278.000 vaten bijna dagelijks met ruim twintig procent. Om die reden verliet het in 1992 de OPEC, waarna de produktie nog verder werd opgevoerd.

Volgens Martinez hebben de oliemaatschappijen handig ingespeeld op de Ecuadoraanse afhankelijkheid van olie. “De overheid heeft zich laten gebruiken. De Ecuadoraanse milieuwetten zijn ontzettend vaag. De maatschappijen wisten dat ze ongestoord hun gang konden gaan. Op dit moment is de staatsschuld zo ver opgelopen, dat er helemaal geen aandacht meer wordt besteed aan milieuwetgeving, laat staan aan bedrijven die haar overtreden.”Llianes: “Er moeten zo snel mogelijk strenge milieuwetten komen, het westen moet druk uitoefenen op de Ecuadoraanse regering. Maar milieuwetgeving is niet het belangrijkste. Dat is dat Texaco onmiddellijk met de schoonmaak van de Oriente moet beginnen.”

Texaco trok zich definitief uit Ecuador terug in juni 1992, toen het twintig jaar oude contract met de overheid afliep. De boedel van Texaco kwam onder het beheer van Petroecuador, terwijl nationale en internationale maatschappijen de produktie voortzetten. Hoewel die precies hetzelfde doen als hun voorganger, is Texaco het voornaamste doelwit van de campagne van Llianes en Martinez. “Texaco heeft het slechte voorbeeld gegeven. Als het ons lukt Texaco aan te pakken, weten de opvolgers dat ze op moeten passen.”

Llianes beseft dat het onmogelijk is Texaco via de rechter voor de schade aan het milieu te laten opdraaien: er zijn geen Ecuadoraanse milieuwetten overtreden. Toch heeft hij hoop. “Vertegenwoordigers van Texaco in Nederland en de Scandinavische landen hebben ons beloofd dat ze druk zullen uitoefenen op Texaco International. Er zijn dus wel mogelijkheden.” Hij voegt er aan toe: “Als alle mensen die we gesproken hebben doen wat ze zeggen, dan zijn onze bossen binnen een paar jaar weer schoon.”