Borkel maakt roman Musil tot overbeladen toneelessay

Voorstelling: De jonge Törless naar Robert Musil. Regie en bewerking: Lucas Borkel; decor: Pjotr Müller; muziek: Tjeerd Oostendorp; spelers: Han Römer e.a. Gezien 19/4 Ketelhuis 4 Westergasfabriek, Amsterdam. Te zien t/m 16/5. Aanvang 21.00u.

De Westergasfabriek aan de Amsterdamse Haarlemmerweg zuigt theatermakers naar zich toe. In de zomer zal er de opera Antigone te zien zijn, nu gaat er een toneelversie van de roman De ervaringen van de jonge Törless van Robert Musil. In de vertaling is het woord Verwirrungen, verwarringen, verdwenen, en dat is veelbetekenend. De Vlaamse regisseur Lucas Borkel ontdekte de roman anderhalf jaar geleden en maakt er nù al een theatervoorstelling van - en ook dat is veelbetekenend. Die tijdsspanne is eenvoudigweg te kort om in de diepte te gaan, zeker als nog ander werk van Musil in de voorstelling vervlochten moest worden. En waartoe?

Op de vier acteurs is niets af te dingen. Alle vier ruim in de veertig spelen ze het drama van de opgroeiende jeugd met verrassende lichtheid. Aan literaire teksten een beweging van drama te geven, is aan Han Römer in de titelrol toevertrouwd. Secuur betoogt hij hoe de wiskunde, en vooral het concept van oneindigheid, hem obsedeert. Hij spreekt in monologen. Zijn betrokkenheid bij de gebeurtenissen op het toneel is in de regie weggepoetst. Dat is vreemd.

De jonge Törless behelst het gewelddadige inwijdingsritueel dat twee leeftijdgenoten aan een derde voltrekken. Törless ontvlucht de confrontatie, waartoe de anderen hem uitdagen. Het slachtoffer (Basini) wordt keer op keer met kracht tegen de muur gesmeten, tot je als toeschouwer begint te vrezen dat hier de grens tussen toneelwerkelijkheid en echte werkelijkheid wordt overschreden en de jongeman tegen het baksteen uiteen zal spatten als een overrijpe perzik. Törless geeft geen sjoege, hij rookt nonchalant zijn sigaret.

Er voltrekt zich een drama zonder drama, een toneelvoorstelling van woorden en abstracte gedachtenbuitelingen. Regisseur Lucas Borkel is aan de buitenkant van Musils tekst gebleken; hij heeft er een essay van willen maken op de speelvloer. Probleem is dat hij dit gespeelde essay volgeladen heeft met symboliek die een voorstelling altijd ten slechte komt. Omdat de acteurs te oud zijn voor een inwijdingsdrama, spelen ze de voorstelling als terugblik. Het Ketelhuis ademt de sfeer van een kapel. De kunstenaar Pjotr Müller heeft in de ruimte tempels gebouwd, waar de acteurs door- en omheen dwalen. Ik kreeg associaties met gellustreerde jeugdboeken als Kuifje en Oscar en Isidor bij de aanblik van deze pompeuze, quasi-gewijde bouwwerken die alleen in jongensdromen bestaan.

Maar waarheen leidde dit alles? Ik werd niet aangegrepen door de adolescentie-perikelen van het viertal acteurs. Het decor was te opdringerig in de serene, witte ruimte met de ijle boogramen van het Ketelhuis. Alleen het slotbeeld, waarin Basani als een geplette zwarte vlinder tegen de witte muur kleeft, is een van de zeldzame momenten dat de tekst aanleiding gaf tot verbeelding. Deze Törless is eigenlijk niet meer en minder dan dat een regisseur ons wil laten delen in zijn al te vluchtige kennismaking met Musil. Gaandeweg kreeg ik een visioen hoe de voorstelling ideaal was geweest. De ruimte leeg, de tempels eruit, veel geschilder met licht, en de vier uitstekende acteurs nauwkeurig aan het woord in Musils teksten. Daarin ligt de grote kracht van dit soort literair theater.