AOW en toekomst

PRIMA TERRASJESWEER, was gisteren de afsluitende opmerking van de weerman. Onbedoeld gaf hij daarmee een heldere schets van de bestaande arbeidsverdeling in Nederland, die inderdaad veel ruimte biedt voor vrijetijdsbesteding. De cijfers spreken boekdelen, vele vergelijkingen zijn te maken en al gemaakt. De constante in het geheel is dat er door steeds minder mensen wordt gewerkt en per werkende steeds korter. Waar dat uiteindelijk op uitdraait is gemakkelijk te voorzien. De groei van het aantal ouderen is immers nauwkeurig te voorspellen.

Dat rond het jaar 2035 het aantal 65-plussers ongeveer twee keer zo groot zal zijn als nu, is een gegeven. De aanwas van de bevolking is iets moeilijker te voorzien, maar een nieuwe "babyboom' is niet te verwachten. De arbeidsmarkt in het jaar 2010 is dus redelijk goed te schetsen. Dat er tegen die tijd problemen kunnen ontstaan met de betaalbaarheid van de oudedagsvoorzieningen is bekend. Het gisteren gepresenteerde rapport Ouderen voor Ouderen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid is een bevestiging van het dreigende probleem.

TOEN IN DE jaren tachtig de gevolgen van vergrijzing en "ontgroening' werden onderzocht, luidde de conclusie dat het allemaal erg meeviel. De financiële gevolgen van beide demografische ontwikkelingen konden ongeveer tegen elkaar worden weggestreept. Simpel gesteld: tegen de meerkosten voor ouderen stonden bijvoorbeeld lagere uitgaven voor onderwijs. Inmiddels is duidelijk geworden dat die rekensom niet zonder meer opgaat. Mensen genieten langer en duurder onderwijs, terwijl de kosten voor de gezondheidszorg bijna exponentieel groeien.

Vandaar ook dat de jongste aanbevelingen van de WRR serieus moeten worden genomen, al was het maar omdat maatregelen die nu nog kunnen worden genomen, straks onbespreekbaar zijn. Als de WRR oppert om 65-plussers AOW-premie te laten betalen levert dat nu de voorspelbare afwijzende reactie van ouderenbonden op. Naarmate de vergrijzing voortschrijdt neemt de groep tegenstanders van een dergelijke maatregel alleen maar toe.

WERKNEMERS ZIJN gemiddeld vanaf hun 25ste jaar bezig met het reserveren van geld voor hun oude dag. Het bewijst nog eens dat oudedagsbeleid een kwestie is van lange termijn. Inspelen op de gevolgen van de vergrijzing is te vergelijken met het besturen van een tanker. Wie de arbeidsmarkt van 2010 overziet en constateert dat het economisch draagvlak van de werkende bevolking kleiner wordt, moet nu durven praten over zaken als AOW-financiering, pensioenen en VUT. De eerste afwijzende reactie van de vakbeweging op het rapport van de WRR is dan ook even benauwend als kortzichtig. Want wie de studie afdoet met de kwalificatie “nodeloos paniekerig”, zoals de georganiseerde werknemers direct deden, sluit vanwege het terrasweer van vandaag zijn ogen voor de werkelijkheid van morgen.