Worstelen met de tweedeling

De tweedeling begint op de trappen van het metrostation Wibautstraat. “Daar zie ik iedere ochtend de zwarten de kant van de LEAO en de LTS opgaan, terwijl de witten richting HEAO lopen”, zegt een Surinaamse man. “Die tweedeling in de maatschappij, die iedereen voor de toekomst vreest, is al lang bezig.”

Een doordeweekse avond in de vergaderzaal van het vakbondsmuseum in de Amsterdamse Plantagebuurt. Zo'n 60 PvdA-leden en belangstellenden debatteren over het minderhedenbeleid. Spreuken aan de wand moedigen de arbeiders aan zichzelf te verheffen. De stemmige lambrizering roept tijden in herinnering dat de rode familie onder leiding van kopstukken als Henri Polak in sobere eendracht werkte aan een betere toekomst.

In een tiental themabijeenkomsten krijgt het programma voor de komende verkiezingen gestalte. De zaal is voor een goed deel gevuld met Surinamers, Antillianen, Turken en Marokkanen. De stemming is zorgelijk. Het gaat niet goed in de stad, vinden veel aanwezigen. “Als ik 's ochtends naar mijn werk ga, zijn alle lichten in de buurt nog uit. Iedereen ligt nog te slapen. Wij denken dat we de enigen in de buurt zijn die werk hebben”, vuurt een Surinaamse zijn betoog de zaal in. “Al die jongeren die rondhangen, niks doen: geen wonder dat ze gaan jatten. Als er meer werk komt lost het probleem zichzelf op.”

Meer luisteren naar de migranten zelf, gelijke kansen bieden en achterstanden opheffen, zo klinkt het vertrouwd in het werkdocument dat wordt gepresenteerd. De zaal is niet onder de indruk. “Wat koop ik hier voor”, vraagt een Ghanese vrouw. “Ik krijg geen idee wat de partij voor mij kan betekenen.” De suggestie van een zomerschool met taalcursussen voor nieuwkomers brengt haar niet tot andere gedachten.

De mogelijkheden van de gemeente zijn beperkt. Met de komst van de deelraden werd een groot deel van de bevoegdheden uit handen gegeven. De opvang van nieuwkomers is nog centraal geregeld en er worden nog subsidies verstrekt aan een aantal minderhedenorganisaties. Maar in schoolbesturen heeft de gemeente zijn invloed moeten afstaan.

Wethouder Piet Jonker die het minderhedenbeleid in zijn portefeuille heeft is dan ook snel klaar met het toespreken van zijn partijgenoten. Migranten komen in aanmerking voor dezelfde voorzieningen als autochtone Nederlanders, zo houdt hij zijn gehoor voor. En inderdaad, het aantrekken van werkgelegenheid zet nog de meeste zoden aan de dijk.

Tussen de bekende argumenten valt evenwel een nieuw geluid te beluisteren. Het wordt tijd alle instellingen tegen het licht te houden die de afgelopen jaren overheidsgeld hebben benut in het kader van het migrantenbeleid. Zoals de Amsterdamse scholen, die jaarlijks 80 miljoen extra voor dit doel opstrijken.

Ook de bijdragen van de gesubsidieerde migrantenorganisaties mogen niet langer blijven steken in goede bedoelingen. “Ik zou wel eens op een A-4tje willen zien wat die organisaties de afgelopen jaren zoal hebben gedaan. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat er veel mensen bij zitten die een keer Tunesisch hebben gegeten en zich dan onmiddellijk een specialist noemen”, meent een wat ouder lid.

Van de migrantenorganisaties en adviesraden die de gemeente als gesprekspartner dienen is niet altijd duidelijk welke belangen ze vertegenwoordigen, klinkt het in de zaal. Wat te denken van de complexe stammenstrijd die woedt in Marokkaanse kringen?

Gemeentelijk beleidsambtenaar en politie-adviseur Jan Beerenhout vindt het merkbaar welletjes. “We hebben 86 nationaliteiten in Amsterdam. Wil je die allemaal gelijkwaardig behandelen, dan heb 86 adviesraden nodig”, filosofeert. “Je mag best een Friese kaartclub hebben of een Turkse triktrak-cirkel. Maar is het noodzakelijk die bij het beleid te betrekken?” In 2010 bestaat Amsterdam voor de helft uit allochtonen, als je die dan nog behandelt als buitenlanders, in plaats van als Amsterdams inboorlingen, is het migrantenbeleid mislukt, meent Beerenhout. “We moeten niet iedereen tot in de eeuwigheid opsluiten in zijn eigen sekte.”