Voormalig adviseur De Lange niet gekend in nieuwe plannen van Zweeds bureau; Akoestiek van Muziektheater kan flink verbeteren

AMSTERDAM, 19 APRIL. De Eindhovense prof. ir. P.A. de Lange, destijds verantwoordelijk voor de akoestiek van het Amsterdam Muziektheater, zegt slechts bij geruchte te hebben vernomen van de plannen om de akoestiek in het theater flink te gaan verbeteren door verbouwingen en aanpassingen die waarschijnlijk zes tot zeven ton gaan kosten. Maar de akoesticus is daarvan op geen enkele wijze op de hoogte gesteld. De Lange: “Dat is een onbehoorlijke gang van zaken, zulke dingen doe je niet zonder voorafgaand overleg. Hier geldt: "Als u tevreden bent, zegt het anderen, als u klachten hebt, zegt het ons'. Zelf heb ik pas op verzoek van de Vlaamse Opera een "second opinion' gegeven bij de renovatie van de Gentse Opera, maar pas nadat mijn collega daarmee had ingestemd.”

Vóór de opening van het Muziektheater in september 1986 werd tijdens proefvoorstellingen de akoestiek in het algemeen bevredigend bevonden en op de balkons zelfs heel goed. Na de ingebruikname beschreef de gezaghebbende criticus Harold C. Schonberg in The New York Times de akoestiek in Amsterdam als “helder, gedetailleerd, in balans, kleurrijk, gesteund door een sterke basklank en een aanzienlijke présence.” Alleen achteraan onder de balkons was het volgens Schonberg wat minder, “zoals ook elders altijd het geval is.”

In de loop van het eerste seizoen nam de kritiek op de akoestiek echter flink toe: beneden in de zaal was het volume veel te klein en in de orkestbak konden de musici elkaar onvoldoende horen, wat het samenspelen bemoeilijkte. Directeur Wim Sinnige benoemde een nieuwe adviescommissie en schakelde de Israëlische akoesticus Melzer in. Ook toen toonde De Lange, die verder onder andere adviseerde bij de akoestiek van De Doelen in Rotterdam, Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht en het Muziekcentrum Frits Philips in Eindhoven, zich gepasseerd en onfatsoenlijk behandeld. De klacht dat beneden in de zaal van het Muziektheater het orkest te afstandelijk klonk werd destijds ook door De Lange zelf gedeeld.

In een interview in deze krant weet De Lange dat aan de vorm van de zaal. Die was in de jaren "60 ontworpen door de architecten Bijvoet en Holt voor een nieuwe Opera die moest worden gebouwd op het terrein van de oude Rai aan de Ferdinand Bolstraat. Toen dat ontwerp werd samengevoegd met het eveneens onuitvoerbare plan voor een nieuw stadhuis tot de "Stopera' op het Waterlooplein, mocht aan de inmiddels 25 jaar oude vorm van die zaal niets meer worden veranderd, dat was politiek onhaalbaar.

Bij de uiteindelijke bouw stond het voor De Lange wetenschappelijk vast dat die zaalvorm - een "taartpunt' met schuin weglopende zijwanden - ondeugdelijk was voor een optimale akoestiek. Daarvoor zijn zijwanden nodig die evenwijdig lopen aan de as van toneel, wat het geval is bij alle "klassiek' gebouwde theaters, zoals die de laatste jaren ook zijn verrezen in Den Haag (AT&T-Danstheater), Rotterdam (Schouwburg) en Maastricht (Theater aan het Vrijthof). Het podium van het Muziektheater is een van de breedste ter wereld en bovendien staan de zijwanden van de toneellijst nog veraf van de zijkanten van de orkestbak. Daardoor wordt hun weerkaatsende werking nog verder verkleind.

De Lange concludeerde destijds al dat de akoestiek in het Muziektheater “nooit perfect” zal worden. Hij constateerde tijdens het eerste seizoen slordigheden in het gebruik in het Muziektheater, waardoor de akoestiek in de praktijk nog verslechterde. Dat kwam door het onnodig geopend laten van luiken voor de lichten in de lijst en het niet gebruiken van weerkaatsende schotten in de orkestbak.

Inmiddels zijn er de afgelopen jaren, vooruitlopend op de nu voorgestelde verbouwingen, al kleine verbeteringen aangebracht in de akoestiek, zo constateert Rob Tijsen, de zakelijk leider van het Nederlands Balletorkest, die al voor en tijdens de bouw van het Muziektheater sterk aandrong op zo goed mogelijke akoestische omstandigheden. Nog meer dan bij operavoorstellingen, waarbij het decor tenminste nog een gedeelte van het geluid uit de orkestbak naar de zaal terugkaatst, zijn er bij dansvoorstellingen in het Muziektheater, problemen omdat dan meestal het hele podium vrij is en de muziek verdwijnt in coulissen en toneeltoren.

Houten kaatselementen tegen de betonnen wanden en in het plafond van de orkestbak onder het podium zijn verwijderd, waardoor de bak harder is geworden en de musici elkaar beter kunnen horen. In de zaal is boven de orkestbak een "ketsplafond' aangebracht dat de muziek weer in de zaal brengt. Ook is de dichte afscherming van de orkestbak voor de eerste rij stoelen vervangen door een meer transparante afscheiding, die soms zelfs wordt gereduceerd tot alleen maar een koord. Verder wordt ernaar gestreefd, afhankelijk van omvang en aard van de orkestbezetting, de beweegbare vloer van de orkestbak zo hoog mogelijk te zetten, wat een aanmerkelijk verbetering van de akoestiek in de zaal veroorzaakt. Normaal staat de vloer 120 cm onder het zaalniveau. Maar onlangs bij het Tsjaikofski-programma van Het Nationale Ballet werd het Tweede Pianoconcert 20 centimeter hoger gespeeld dan normaal en voor het Vioolconcert stond de bak zelfs 80 cm hoger, nog slechts 40 cm onder het zaalniveau. Anders dan nu gebruikelijk bij het Balletorkest werd het Vioolconcert toen ook niet versterkt en in beide werken was het geluidsvolume beneden in de zaal nu zeer bevredigend.

Bij het regelen van de versterking gaat het Balletorkest zeer behoedzaam te werk. Er wordt daarbij sinds oktober vorig jaar gebruik gemaakt van de bestaande geluidsinstallatie van het Muziektheater, die eigenlijk uitsluitend bedoeld is voor incidentele effecten. De speakers daarvan bevinden zich onder de balkons en verder naast en boven de toneellijst. Voor de versterking worden alleen de speakers rondom het toneel gebruikt. Ze worden slechts heel spaarzaam gebruikt om te voorkomen dat de luisteraar ze bewust hoort en daarmee zou bemerken dat geluid niet uit de orkestbak komt, maar van opzij en van boven. Daarom is ook aan de versterking geen bekendheid gegeven.

Het Balletorkest is nu redelijk tevreden maar beschouwt de versterking als een noodmaatregel, waar het zo snel mogelijk vanaf wil. Veel wordt verwacht van een andere richting en profilering van de zijkanten van de toneellijst. Het probleem daarbij is dat daarin nu een gedeelte van de belichting is ondergebracht. Er moet een compromis worden gevonden tussen de technische eisen voor de scènische mogelijkheden van het theater en de akoestiek.

Bij de voorstellingen van La Wally door De Nederlandse Opera, waarbij de toneelopening door een extra decorlijst wordt verkleind, blijkt dezer dagen hoeveel invloed dat heeft. Er valt nu beneden in de zaal niets te klagen over het volume dat het onder leiding van Graeme Jenkins geanimeerd spelende Nederlands Philharmonisch Orkest produceert.

Het gaat bij de plannen voor de akoestiekverbetering niet alleen om een andere vorm van de lijst. Ook wordt gedacht aan een hardere afwerking van de zaalwanden en van de achterkant van de stoelen als die ooit worden vervangen, het eventueel verwijderen van het tapijt op de looppaden en het afdichten van de onderkant van de vier lichtbruggen in het plafond van de zaal. Volgens Tijsen moet zoveel mogelijk worden gedaan om de goede eigenschappen van de natuurlijke akoestiek van het Muziektheater, die in principe niet slecht is, zoveel mogelijk uit te buiten en te versterken. “Daartoe moeten alles worden geprobeerd en dient elke verbetering, hoe klein ook, te worden aangebracht. De nu wereldberoemde akoestiek in het Concertgebouw was er ook niet vanaf het begin. Die kwam pas later, nadat Mengelberg het podium flink had laten verbouwen.'