V-raad scherpt sancties tegen Serviërs aan

NEW YORK, 19 APRIL. Als de Bosnische Serviërs op uiterlijk 26 april het vredesplan Owen-Vance niet hebben getekend en de wapens niet hebben neergelegd, gaan nieuwe, strenge VN-sancties tegen Joegoslavië (Servië en Montenegro) in.

De nieuwe sancties, vastgelegd in een zaterdag aangenomen resolutie van de Veiligheidsraad, voorzien in een volledige isolering van Joegoslavië.

De Veiligheidsraad van de VN besloot met dertien tegen nul stemmen en bij twee onthoudingen (Rusland en China) tot de nieuwe sancties, die ingaan tenzij de secretaris-generaal van de VN, Boutros Boutros-Ghali, vóór 26 april meldt dat de Serviërs het plan Owen-Vance hebben getekend en de wapens hebben neergelegd. Gebeurt dat niet, dan komt er een volledige economische blokkade van Joegoslavië: met uitzondering van humanitaire hulp mogen geen goederen Joegoslavië worden in- of uitgebracht, noch over de weg, noch door de lucht, noch via de Donau, noch over de Adriatische Zee. Ook van transitverkeer via Joegoslavië zal geen sprake meer mogen zijn. Tegoeden van Joegoslavische burgers en instanties op buitenlandse banken worden bevroren, Joegoslavische schepen, treinen en vliegtuigen in het buitenland worden aan de ketting gelegd en elke dienstverlening aan Joegoslavië, afgezien van die om humanitaire redenen, wordt verboden.

De Veiligheidsraad had aanvankelijk besloten, vóór 25 april, de dag waarop in Rusland een cruciaal referendum wordt gehouden, geen nieuwe sancties tegen Joegoslavië af te kondigen. De Russen hadden daarop aangedrongen met het argument, dat nieuwe sancties tegen Joegoslavië in Rusland slecht zouden vallen en de tegenstanders van president Jeltsin tijdens het referendum in de kaart zouden spelen. Als de raad toch tot sancties zou besluiten, zou Rusland zich - zo heette het vorige week - gedwongen zien een veto uit te spreken.

Toch stelde Frankrijk, met het oog op de gebeurtenissen rond Srebrenica, de kwestie zaterdagavond op de agenda. Bij wijze van concessie aan Rusland werd besloten de nieuwe sancties pas op 26 april, dus na het Russische referendum, te laten ingaan. Toen dat eenmaal vaststond, zag de Russische vertegenwoordiger, Joeli Vorontsov, af van een veto en besloot Rusland zich van stemming te onthouden.

Vorontsov reageerde niettemin teleurgesteld op het Franse initiatief. Hij zei het “niet te begrijpen”. Op de vraag of de Fransen de internationale consensus over de Joegoslavische kwestie hebben doorbroken zei Vorontsov: “Ik hoop dat het niet schadelijk werkt.”

De Joegoslavische vertegenwoordiger, Dragomir Djokic, omschreef de nieuwe resolutie als “een nooit eerder vertoonde, onmenselijke en totaal ongerechtvaardigde maatregel, die ten doel heeft de strop rond de nek van mijn volk aan te halen en het te wurgen”. De Bosnische vertegenwoordiger, Muhamed Saçirbey, omschreef de nieuwe sancties als “een klein stapje”. (Reuter, AFP)