TURGUT OZAL (1927-1993) versterkte internationaal aanzien van Turkije

ANKARA, 19 APRIL. Vrijwel onmiddellijk nadat Turgut Özal op 31 oktober 1989 als president van Turkije was gekozen, maakte hij voor de parlementariërs van zijn Moederlandpartij alvast zijn politieke testament openbaar: bewaak de eenheid van het land, behoud de band met Allah, hecht belang aan de vrijheid van godsdienst en denken, bekommer je om een vrije economie en zet de deur voor iedereen open, naar het voorbeeld van de mystieke moslim-leider Mevlana.

Özals vijf vuistregels zijn in feite de richtlijnen waarlangs de Turkse staat zich in het afgelopen decennium heeft ontwikkeld. De naar binnen gekeerde samenleving met een door de staat geleide economie veranderde geleidelijk in een internationaal georiënteerde gemeenschap met een vrije markteconomie. Door de invoering op 24 januari 1980 van een economisch hervormingsprogramma, waarvan Özal de architect was, brak als het ware de beschermende schaal rondom de samenleving. De Turken, die tot dan hun binnenlandse markt hadden afgeschermd, moesten zich nu meten met de buitenlandse concurrentie, waardoor met name in de steden in snel tempo een Westers consumptiepatroon ontstond. Turkije werd het symbool van een moderne, islamitische natie met wereldlijke wetten: het enige land in de wereld dat erin was geslaagd om de kloof te overbruggen die gaapt tussen de islamitische en de Westerse wereld. Daarmee werd het een voorbeeld voor de Turks sprekende republieken in de voormalige Sovjet-Unie die nu vorm geven aan hun nieuw verworven nationale identiteit.

Via functies bij het Staatsplanbureau en de Wereldbank in New York ontwikkelde Özal zich tot een vooraanstaand econoom. Nadat Süleyman Demirel - die nu weer premier is - in 1980 door het leger aan de kant was gezet, werd Özal in het interim-kabinet benoemd tot vice-premier, verantwoordelijk voor het economische stabiliseringsbeleid. De afwezigheid van een parlement gaf hem de armslag om zijn monetaristische politiek zonder al te veel tegenwerking gestalte te geven.

Toen er eind 1983 voor het eerst weer parlementsverkiezingen werden gehouden, was de inmiddels door Özal opgerichte Moederlandpartij, met een conservatief/liberale signatuur, een van de drie deelnemende politieke partijen.

Tot grote schrik van de militairen behaalde deze zelfs een meerderheid in het parlement, waardoor Özal premier werd.

De in totaal zes jaren dat Özal premier was, kenmerken zich door eigenzinnig leiderschap met een Westerse oriëntatie, zonder dat het belang van het Midden-Oosten uit het oog werd verloren. Turkije was en is een toegewijd lid van de NAVO en diende na een politieke discussie van ruim tien jaar in 1987 bij Brussel de aanvraag in om volledig lid te worden van de Europese Gemeenschap. Bovendien was Özal de eerste Turkse premier in 36 jaar tijd die in juni 1988 de aartsvijand Griekenland bezocht.

Maar bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart 1989 bleek dat de populariteit van de Moederlandpartij, en dus ook van Özal, was gedaald tot 21,75 procent (in 1987 was dat nog 36 procent). Daarom besloot de premier tot een politieke krachttoer: slechts met de stemmen van zijn Moederland-afgevaardigden in het parlement liet hij zich op 31 oktober van dat jaar tot president verkiezen. Doordat de Moederlandpartij nog steeds de regeringsmacht in handen had, was Özal in staat zijn stempel op de dagelijkse politiek te blijven drukken, ook al is het ambt van president in Turkije eerder ceremonieel dan uitvoerend.

In tegenstelling tot Turkijes traditionele opstelling om zich zoveel mogelijk buiten de perikelen in de Arabische wereld te houden, werd Özal een prominent lid van de internationale coalitie die na de Iraakse invasie in Koeweit op 2 augustus 1990 ontstond. De president opereerde in feite als regeringsleider door onmiddellijk de Iraakse oliepijpleidingen naar de Turkse Middellandse-Zeekust te sluiten (wegens het VN-embargo tegen Bagdad), terwijl de geallieerden in de gelegenheid werden gesteld om vanaf Turkse militaire bases luchtaanvallen op Iraaks grondgebied uit te voeren. Hoewel Turkije de Golfoorlog met economische verliezen heeft afgesloten, heeft de loyale houding ten opzichte van het Westen de band met de VS en het internationale aanzien van Turkije wezenlijk versterkt. George en Barbara Bush werden zelfs persoonlijke vrienden van Turgut en Semra Özal.

Nationaal leverde hem dat aanvankelijk beslist géén publieke achting op. Zeker niet toen als uitvloeisel van de Golfoorlog ook nog eens een half miljoen Koerden uit Noord-Irak een veilig heenkomen zochten in de Turkse bergen, nadat hun volksopstand door Saddam Hussein was neergeslagen. Özal kreeg de bijnaam van "burgerlijke sultan'. Niet alleen omdat hij zich niet wenste te houden aan de beperkingen van het presidentiële ambt, maar ook omdat hij bovendien naaste familieleden op belangrijke posten in de Moederlandpartij parachuteerde. Dit negatieve imago brak zowel Özal als zijn Moederlandpartij bij de algemene verkiezingen in oktober 1991 uiteindelijk op: een regering van conservatieven en sociaal-democraten onder leiding van Demirel nam de macht over. Deze voerde zijn aanvankelijke voornemen om Özal uit het presidentiële paleis te verdrijven uiteindelijk niet uit, maar de relatie tussen de president en de premier kenmerkte zich door irritaties en politieke meningsverschillen.

Het laatste voorbeeld daarvan was de oproep van Özal om Azerbajdzjan militair te hulp te komen in de strijd tegen de Armeniërs om de omstreden enclave Nagorny-Karabach, terwijl de Turkse regering voor een diplomatieke oplossing opteert. Nu twijfelde niemand in Turkije eraan dat ook Özal niet stond te trappelen om de troepen daadwerkelijk de grens over te laten steken, maar zijn verbale geweld maakte wel duidelijk dat hij niet willens en wetens aan de leiband van het Westen liep, zoals hem gedurende de Golfoorlog herhaaldelijk werd verweten.

Özal verstond de kunst om internationale bondgenoten tegen de haren in te strijken als het Turkse nationale belang daarmee volgens hem was gediend, zonder daardoor aan prestige in te boeten. Tijdens bezoeken aan de VS was hij dan ook een graag geziene gast bij de grote televisiestations, waardoor hij Turkijes regionale prestige belangrijk opvijzelde. Een man bovendien die de tijdgeest aanvoelde, zoals de Amerikaanse president Bill Clinton in zijn condoléanceboodschap tot uitdrukking bracht.

In Turkije zelf wordt Özal nu alom geprezen om zijn visionaire politiek, als de leider die erin is geslaagd Turkije in de vaart der volkeren omhoog te stoten, ook al ging dat vaak ten koste van de democratie.

Met enige aarzeling is dan ook de discussie op gang gekomen over de vraag wie hem moet opvolgen. Als kandidaten worden parlementsvoorzitter Hüsamettin Cindoruk, premier Demirel en vice-premier Erdal Inüon genoemd. Zonder twijfel kunnen dezen het ambt van president dragen, maar zij ontberen de dynamiek en het politieke vuur van Özal. Gevreesd wordt dan ook dat Turkije in het post-Özal-tijdperk aan daadkracht zal inboeten.