Raad bepleit verhogen pensioenleeftijd; Rapport schetst gevolgen veroudering van bevolking

DEN HAAG, 19 APRIL. Wie de toekomst voorspelt, maakt de duivel aan het lachen. Niet gehinderd door deze oosterse wijsheid heeft de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid een studie gemaakt over de samenstelling van de Nederlandse bevolking tot ver in de 21-ste eeuw. Met het vandaag gepubliceerde rapport Ouderen voor ouderen' heeft de duivel munitie tot 2050.

Prof. dr. H.B. Entzinger, een van de samenstellers van het WRR-rapport nuanceert. “Bij alle onzekerheid over de toekomst zijn er ook relatieve zekerheden. En de demografische ontwikkeling behoort tot deze categorie.”

Uit het rapport blijkt dat de demografische ontwikkeling - kleurrijk aangeduid met termen als ontgroening en vergrijzing - leidt tot een drastisch andere samenstelling van de Nederlandse bevolking. Enkele prognoses: het aantal 17-jarigen neeemt in de periode 1980-2000 met 30 procent af, het aantal 65-plussers zal de komende veertig jaar verdubbelen. In 2035 is een kwart van de bevolking ouder dan 65 jaar terwijl de gemiddelde leeftijd kan stijgen van 34,6 jaar tot 45,5 jaar.

De WRR is begin jaren zeventig opgericht om de regering te adviseren “over ontwikkelingen die op langere termijn de samenleving kunnen benvloeden”, om knelpunten te inventariseren en alternatieven voor beleid te formuleren. In Ouderen voor ouderen' analyseert de WRR de gevolgen van de veroudering van de bevolking. Drie thema's staan hierbij centraal: de betaalbaarheid van de pensioenen, de veroudering van de beroepsbevolking, en de gevolgen voor de zorgsector. “Echte schokken zijn niet te verwachten want demografische ontwikkelingen zijn relatief goed voorspelbaar. Geen grijze revolutie, maar wel revolutionaire consequenties”, meent Entzinger.

In een verbouwde garage naast het statige witte WRR-gebouw in Den Haag geeft baby-boomer' Entzinger (geboren in 1947) een toelichting. “In 2012 wordt ik 65 jaar. Ik hoor dus bij de voorhoede. Wij bijten het spits af bij de grijze golf. De gevolgen van de naoorlogse geboortengolf, grote klassen en dergelijke, heb ik al aan den lijve ondervonden.”

De regering zou met een actief bevolkingsbeleid, bijvoorbeeld een drastische verhoging van de kinderbijslag of een actieve immigratie, de vergrijzing kunnen pareren. Ineffectief' en niet realistisch' kenschetst de WRR een dergelijk beleid. De leeftijdsstructuur zou op den duur nauwelijks veranderen: baby's en immigranten worden oud. Maar de bevolking neemt wel in omvang fors toe. Het is niet te voorkomen dat de baby-boom zich door de bevolkingspiramide perst.''

Blijft de AOW betaalbaar? Want voor de AOW wordt niet gespaard zoals voor een pensioen, maar de kosten worden omgeslagen over de werkende bevolking.

“De Commissie-Drees kwam in 1987 tot de conclusie dat de AOW betaalbaar blijft. Wij onderschrijven - op basis van nieuwe berekeningen - die conclusie. Tot 2010, wanneer de naoorlogse geboortegolf 65 jaar wordt, hoeft de AOW-premie niet fors te worden verhoogd. Maar het verschil tussen AOW en het gemiddelde loon wordt door het gevoerde beleid (de AOW is gekoppeld aan de hoogte van het minimumloon) steeds groter. Vervelend voor mensen die geen aanvullend pensioen opbouwen, zoals bijstandsmoeders. De verschillen in besteedbaar inkomen tussen ouderen worden steeds groter.”

Na 2010 wordt het probleem van de vergrijzing manifest. Wat betekent dit voor de AOW?

“De premie-inkomsten moeten omhoog. Een mogelijkheid die wij voorstellen is een verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd, te beginnen met de baby-boomers. In de VS, Duitsland en Zweden heb je al een verhoging van deze leeftijdsgrens.

Deze maatregel is een cultuuromslag in het denken over het pensioen. Het is wijs om deze verandering geleidelijk door te voeren bijvoorbeeld met één maand per jaar. Wil je de leeftijd waarop mensen met pensioen gaan, verhogen van 65 tot 66 jaar dan heb je daar twaalf jaar voor nodig. Haast is geboden.

“Bij een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd heb je minder uitgaven en meer inkomsten. Immers mensen betalen langer premie. Je moet wel voorkomen dat mensen via andere vluchtroutes - zoals bijvoorbeeld de VUT en, helaas, ook de WAO - het arbeidsproces voortijdig verlaten.

“Om de premie-inkomsten te verhogen, zou je ook 65-plussers premie kunnen laten betalen over het bovenminimale gedeelte van hun inkomen. Nu is dat nog premie-vrij.”

Verwijst naar dat idee de titel van het rapport Ouderen voor ouderen?

“Ja. Er zijn nu relatief veel jongeren dus is het niet moeilijk om solidair te zijn met ouderen. Immers jongeren betalen de AOW. In de toekomst heb je relatief minder jongeren, dus zal de solidariteit tussen de ouderen moeten toenemen.

“Ook in de zorgsector zie je spectaculaire ontwikkelingen op het terrein van de solidariteit. Jongeren betalen via een relatief hoge premie een deel van de ziektekosten van ouderen. Wij verwachten dat de ziekte- en verpleegkosten per werkende in veertig jaar zal verdubbelen. Wanneer dit rechtstreeks wordt vertaald in de premie van mensen met een baan leidt dit ongewtijfeld tot veel bezwaar.”

De vergrijzing leidt tot meer pensioenuitgaven. De premies zullen stijgen en die moeten worden opgebracht door een beroepsbevolking die in omvang achterblijft en bovendien veroudert.

“We houden daarom een pleidooi om de VUT af te schaffen. De VUT is gecreëerd om ouderen plaats te laten maken voor jongeren, maar daar dat is binnenkort niet meer nodig. Mensen moeten ook de mogelijkheid hebben om na hun 65-ste te werken. De verplichte leeftijdsgrens voor pensionering voor de meeste beroepen 65 jaar moeten worden afgeschaft. In veel andere Westerse landen is dit reeds gebeurd.

“De verhoging van de participatie zal samengaan met een veroudering van de beroepsbevolking. Immers, het gaat hierbij met name om mensen die in de VUT dreigen te stappen en her-intredende vrouwen. Een oudere beroepsbevolking vraagt om specifieke voorzieningen, waarbij het accent zal moeten liggen op om-, her-, en bijscholing. En ik voorzie dat het inkomen aan het eind van de loopbaan minder zal worden.”

Speelt de politiek adequaat in op vergrijzing en ontgroening?

“Neen. Met dit rapport willen we de maatschappelijke discussie dan ook nieuw leven in blazen. Het kabinet heeft een Pensioennota gepresenteerd, maar daarna heerste er een absolute windstilte. Ik hoop dat we een les hebben geleerd van de WAO. Ten aanzien van de arbeidsongeschikten heeft men te lang gewacht met ingrijpen en dan moet je ineens vrij drastische maatregelen nemen.

“Volgend jaar zijn er verkiezingen en dan leggen de politieke partijen hopelijk hun kaarten op tafel. Maar de boodschap is niet populair. De extra last van de vergrijzing komt terecht op de schouders van de individuele burger. Ze zullen langer moeten blijven werken, zij zullen moeten bijdragen aan hun eigen bijscholing. Zij zullen relatief minder AOW ontvangen en meer hun eigen pensioen regelen. En als ze op oudere leeftijd ziek worden dan moeten ze flink in de buidel tasten. Geen vooruitzichten die het goed doen in een verkiezingsprogram. Wel realistisch.”

En speelt tot slot de maatschappij adequaat in op vergrijzing en ontgroening?

“De hogere salarisklassen zijn daar wel mee bezig maar het inzicht wordt nog niet breed gedragen. Ook bij de onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden zie je een toenemende belangstelling voor aanvullende pensioenen. Maar de demografische ontwikkeling speelt pas op de lange termijn. De gedachte: na ons de zondvloed, overheerst.

“Bedrijven zij alerter. Laatst hoorde ik een leuk voorbeeld. Lego u weet wel van die gekleurde bouwsteentjes brengt nu ook een produkt op de markt voor ouderen. Een soort kneedbaar lego, waarmee je je handen soepel kunt houden. De leeftijdscirkel is weer rond.”

Bijschrift: De gemiddelde 85-plussers is bijna 18.000 gulden per jaar aan ziekte- en verpleegkosten kwijt. Dat is ongeveer negen maal zoveel als iemand tussen de 40 en 50 jaar. In 2050 zal de vergrijzing op haar hoogtepunt zijn, want het aantal 85-plussers is dan maximaal. De totale kosten bedragen dan ongeveer 10 miljard gulden. Als het huidige stelsel van premieheffing wordt gehandhaafd, trekt dat een zware wissel op de jongeren. Jongeren betalen via een relatief hoge premie een deel van de ziektekosten van ouderen. De WRR voorziet dat ouderen in de toekomst meer moeten betalen voor hun ziekte- en verpleegkosten.