Haitink verbaast met een radicaal andere Mahler-interpretatie

Concert: Europees Jeugdorkest o.l.v. Bernard Haitink m.m.v. Thomas Trotter, orgel. Programma: F. Poulenc: Orgelconcert; G. Mahler: Negende symfonie. Gehoord: 18/4 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 29/8 Radio 4.

Het Europees Jeugdorkest concerteerde onder leiding van Bernard Haitink het afgelopen weekeinde twee keer in het Amsterdamse Concertgebouw: gisteravond in de "Orgelserie', waarin het gerenoveerde Maarschalkerweerd-orgel opnieuw aan het publiek wordt voorgesteld, en zaterdagavond in de serie "Zes wereldberoemde symfonieorkesten', bijgewoond door koningin Beatrix en prins Claus. Opnamen van dit concert zullen bij Philips verschijnen op een dubbel-cd.

Het orgel, bespeeld door Thomas Trotter, klonk in het door organist en orkest fraai gespeelde Orgelconcert van Poulenc. Het is met zijn orkestbezetting van uitsluitend strijkers en één paukenist - veel meer dan het stuk dat Tristan Keuris schreef voor de eerste bespeling een maand geleden - een werk dat de mogelijkheden van het orgel als concertinstrument kan demonstreren. De zeven delen van dit concert (een woord dat oorspronkelijk "wedijver' betekent) plaatsen orgel en orkest telkens in een andere positie ten opzichte van elkaar: soms imiteert het orgel het strijkerscorps of omgekeerd, dan weer fungeert het orgel als blazerssectie zodat het strijkorkest wordt gecompleteerd tot symfonieorkest.

Het orgel bleek bij dat alles uitstekend te voldoen: het produceerde fraai wisselende klankkleuren, varieerde van zwoel tot pregnant en toonde een zeer bevredigend volume. Waar het orkest het won van de virtuoze Trotter was in de allerkortste noten: die laten zich toch net iets gemakkelijker uit een viool halen.

Een wereldberoemd orkest is het nu vijftien jaar bestaande Europees Jeugdorkest met zijn steeds wisselende samenstelling uiteraard uitsluitend als men zich houdt aan de muzikantenwijsheid dat een orkest zo goed is als de dirigent die ervoor staat. Eerder waren dat wereldberoemde dirigenten als Abbado, Karajan, Giulini, Rostropowitsj en Solti, nu was dat Bernard Haitink, die na de pauze de Negende symfonie van Mahler dirigeerde.

Op het technisch hoogst mogelijke niveau dat Haitink gewend is van orkesten die hij dirigeert in Amsterdam, Berlijn, Wenen en Boston kon het Europees Jeugdorkest echter deze Mahler niet spelen: te veel onvolkomenheden bij de blazers, te weinig raffinement bij de strijkers.

Haitink leek mij aanvankelijk zich ook als interpreet radicaal aan te passen aan de mogelijkheden van dit orkest. De eerste delen klonken buitengewoon extreem: van zeer zacht tot onwaarschijnlijk hard, in uitbundige, ruige, soms zelfs grove schetsmatige vegen met bruuske tempoverschillen.

In het gloedvol, intens en eveneens luid gespeelde slot-adagio leek dat plots anders, alsof Haitink de binnenkant van deze aangrijpende muziek volledig naar buiten keerde. Zó beheerst en ouderwets emotievol klonken de wegstervende slotmaten dat al het voorgaande alsnog overtuigingskracht kreeg en het achteraf leek alsof Haitink het allemaal echt zó had bedoeld en het nu niet anders meer wil. Haitinks vroegere Mahler-interpretatie is mij dierbaarder dan bijna wat ook. Dat hij ook in staat is tot iets dat zó anders is, was werkelijk verbazingwekkend.