"Hacken is de ultieme vorm van radiopiraterij'

Rop Gonggrijp (25) is de bekendste computerkraker van Nederland. Ook internationaal is zijn naam bekend bij hackers, systeembeheerders en politie. Hij is uitgever en eindredacteur van het vakblad Hacktic, oplage meer dan 3.000 exemplaren. De computerkraker Ronald O. die sinds 18 maart vastzit, schrijft regelmatig in dat tijdschrift.

AMSTERDAM, 19 APRIL. “Hoeveel hackers denk je dat er zijn in Nederland?”, vraagt Rop Gonggrijp. “Van het niveau van Ronald hoogstens vijf. Van een niveau lager, die nog wel ergens eens binnen kunnen komen, tussen de twintig en dertig. Niet meer dan een stuk of vijf van hen zijn nu nog actief.”

In de hoogtij-jaren van het hacken, 1991 en 1992, toen de universiteiten dagelijks last hadden van het verschijnsel, ging het volgens Gonggrijp om een stuk of tien jongens die echt kundig waren. Naarmate de computernetwerken beter bewaakt werden en zeker na het van kracht worden van de Wet Computercriminaliteit begin deze maand, is hun aantal sterk afgenomen. De rest van de hackers bestaat uit de duizenden gebruikers van systemen die wel eens proberen onder de naam van iemand anders ergens binnen te komen.

Gonggrijp kent het wereldje van de hackers. “Ik spreek ze geregeld, ze zien me als een soort journalist, als een halve activist, en vertellen me dingen over de slechte beveiliging van systemen of schrijven net als Ronald soms een stukje voor Hacktic. De laatste tijd hoor ik vaak dat ze gestopt zijn.”

Ronald is één van de vijf echte hackers die zich niet hebben laten afschrikken. “Ronald is een diehard. Vroeger zei hij altijd: "mij pakken ze nooit'. Na zijn eerste arrestatie vorig jaar zei hij "mij pakken ze nooit meer'. Daar gaan we nu een T-shirt van maken.”

Volgens Gonggrijp kunt je niet spreken van de "typische' hacker. Bij alle vijf is er een mengeling van sportieve en politiek-ideële motieven. Ronald noemt hij een extreem voorbeeld van de sportman. Hackers hebben gemeen dat ze zich richten op het Internet, een wereldwijd netwerk dat 1,2 miljoen computers van universiteiten, research-instellingen en bedrijven verbindt. Maar ze hacken boven alles voor de kick. “Ze richten zich op de systeembeheerders, de mensen die achter hackers aanzitten. Watching them watching us. Dat maakt het leuk.”

Gonggrijp vergelijkt het met graffity. Ook daar gaat het erom te laten zien dat je bestaat en hoe het "systeem' reageert. “Als je geen reactie krijgt, houd je ermee op. Als je bij de systeembeheerder inbreekt, weet je zeker dat ze de hele dag bezig zijn jouw inbraak op te lossen.”

“Ik heb dat ook gehad,” zegt Gonggrijp. “Op mijn dertiende bouwde ik zenders, ik was radio-piraat. Dat was vooral leuk omdat het niet mocht. Op tijd de lucht uitgaan en elkaar waarschuwen. Enorm spannend. En natuurlijk, je kunt met zenders anderen storen.” Hij vindt het belangrijk dat er mensen zijn die iets half-legaals doen, maar begrijpt dat er instanties zijn die dat proberen te verhinderen. “De eerste keer dat ze je pakken, krijg je een boete van 300 gulden en de tweede keer nemen ze je zender af. Maar dertig dagen voorarrest kreeg je niet. Wat Ronald nu doet met computers, deed ik vroeger met die zender. Hacken is de ultieme vorm van radiopiraterij. Het is onschuldig. Ik begrijp dat ze er wat aan willen doen en dat ze het strafbaar hebben gesteld, maar de strafmaat begrijp ik niet.”

Gonggrijp zegt niemand te kennen die met andere dan "sportieve' bedoelingen hackt. Dat daarbij op kosten van vooral universiteiten urenlange verbindingen worden gelegd, hoort er volgens hem nou eenmaal bij. Hij heeft nog nooit iemand ontmoet die direct op bedrijfssystemen inbreekt met de bedoeling gegevens te verzamelen en te verkopen. De verhalen van de politie over criminele hackers vindt hij ongeloofwaardig. “Ik heb nog nooit iets gezien op het Internet dat je zou kunnen verkopen. Wie geeft geld voor wachtwoorden? Wat moet je nu met de onderzoeksgegevens van een universiteit? De echt interessante dingen zijn toch goed beschermd. En bij de bedrijven zitten hoogstens de research-afdelingen op het net, en dan nog alleen het deel dat voor publiek toegankelijk is. Nieuwe ontwikkelingen schermen ze af met firewalls, zwaar beveiligde computers waar je echt niet doorheen komt.”

Behalve stelen wordt ook het veranderen van gegevens als een groot gevaar gezien van hacken. Het is mogelijk dat de uitkomsten van een onderzoek of de administratie van een ziekenhuis door een binnendringer worden gemanipuleerd. “Het kan, maar ik ken geen hacker die zich daarvoor interesseert”, aldus Gonggrijp.

Toch wil ook hij niet uitsluiten dat er inderdaad crimineel wordt gehackt, zoals de politie zegt. “Het zou kunnen, maar ik zie geen bewijs. En dat de politie Ronald daarvan beschuldigt, lijkt me dat niet terecht. Want op hetzelfde moment slepen ze allerlei dingen erbij. Dat hij geen hobbyist is omdat hij een floppy met een wachtwoordprogramma in zijn tas had. Zo'n programma heb ik ook wel ergens liggen, dat zegt niets. En dat hij samenwerkte met anderen maakt hem toch evenmin crimineel. Dat kan toch ook voor de sport. Maar als er creditcards bij hem zijn gevonden, keur ik dat niet goed. Dat is fout.”

Gonggrijp staat nog helemaal achter de politieke ideologie van de hacker, maar zelf heeft hij geen belangstelling meer voor het inbreken. Hij wil nu samen met een groep andere hackers het Internet bereikbaar maken voor zoveel mogelijk mensen. “Nu is het nog voor een selecte groep wetenschappers, een elite. Onze nieuwe hack is XS4ALL.” Dat klinkt als "access for all' en is de naam van Hacktic's op het Internet aangesloten computer, waarop individuen en non-profit-organisaties met hun computer kunnen inbellen en tegen een laag bedrag het Internet en alle daar aanwezige informatie gebruiken. En wereldwijd elektronische post versturen.”

Er zit volgens Rop niet een bepaalde politieke filosofie achter dat doel. Deveertig mensen die aan het werk zijn om XS4ALL op 1 mei startklaar te hebben, doen dat om verschillende redenen. Voor Gonggrijp is het belangrijkste dat informatie vrij moet zijn. “Informatie moet vrij zijn. De toegang tot informatie mag nooit gaan bepalen hoever je komt en wat je kunt. Als een groot bedrijf een conflict heeft met een milieubeweging, moet die over even goede gegevens kunnen beschikken. Amders is de strijd niet gelijkwaardig. Dat grote bedrijf kan bij alle databanken op Internet, terwijl die milieubeweging overal moet vragen om inlichtingen en misschien na lang zoeken een boek van drie jaar oud uit een bibliotheek opduikt. Grote bedrijven hebben al genoeg macht. Daar ageren we tegen.”

Hacktic heeft al veel ongelovige reacties op het ideële doel van de openbare Internettoegang gekregen. “Ze zeggen dat het een dekmantel voor hacken is. Ik zeg nietes, maar ze geloven me toch niet. Ze denken toch slecht van je. Ergens begrijp ik dat wel van de systeembeheerders en de computerpolitie: zonder hackers waren ze werkeloos.”