Gezegend degene met een fles jenever

Om half twee 's middags begon het hard te regenen. De storm blies toen al uren over het kaarsrechte, kille kanaal. De startkabel was al gebroken, waardoor de roeiers geen houvast meer hadden en de boten wegwaaiden als ze probeerden hun startposities in te nemen. De reparatie leverde anderhalf uur vertraging op waarin de toeschouwers op de oever zich moesten vermaken met elkaar, met koud bier voor koude, natte lijven die zich glibberend en glijdend overeind probeerden te houden op het natte gras en in de zuigende modder.

Langs het Amsterdam-Rijnkanaal - van twaalf tot vijf uur stilgelegd voor de beroepsvaart - ter hoogte van Houten op een tiental kilometers ten zuiden van Utrecht kwamen zondagmiddag ongeveer achthonderd studenten samen voor de Varsity. “Hèt evenement voor corporaal studerend Nederland”, weet een van de Rotterdamse deelnemers. “Je roeit voor je vereniging, maar vooral voor je stad, voor je corps.”

Ongeveer de helft van de kijkers bezat een regenjas, een kwart hanteerde een paraplu en een kwart beperkte zich tot blazer of rugbytrui met een onverstoorbaar gezicht erboven. Het was hard zingen, hard stampen in de modder of op een van de dekschuiten en hard op elkaars schouders slaan om warm te blijven. Gezegend was de enkeling met een groene glazen fles jenever.

Overnaedsche tweeën, boten met studentes aan de riemen en eerstejaars achten ploegden zich een weg door de golven van het kanaal zonder overmatige belangstelling vanaf de kant. Het wachten was op het hoofdnummer. De Oude Vier. Vier oudere-jaars roeiers die al vanaf januari in training zijn en zich daardoor aan een groot deel van het studenten-gezelligheids-leven moeten onttrekken. Op de sociëteit wordt gezopen en gerookt, deze mannen trainen.

De strijd ging tussen Amsterdam en Rotterdam, tussen Nereus en Skadi. Beide zijn sub-verenigingen van een corps, al zijn lang niet alle roeiers ook lid van dat corps. De vier anderen, Laga uit Delft, Njord uit Leiden, Euros uit Enschede en Aegir uit Groningen waren kansloos.

Als de roeiverenigingen van de zeven studenten-corpora geen volwaardige ploeg op de kunnen brengen, mag sinds kort een boot met "knorren' die opengevallen plaats innemen. Prompt won in 1989 Okeanos met Nico Rienks en Ronald Florijn. Maar daarna sloten de rijen zich weer. Nereus won in 1990, Skadi vorig jaar, Nereus dit jaar. Met anderhalve bootlengte. “De golven waren zo hoog, dat ik bij iedere haal bang was dat we water zouden maken en zinken”, vertelde Michiel Bartman. “We knalden iedere keer door een muur van water.” Nereus heeft met de zege de leiding genomen in het totaalklassement. Het was de dertigste overwinning, het Delftse Laga volgt met 29.

“Het is waardeloos water om in te zwemmen”, was er van te voren gebromd. Maar getrouw aan de gewoonte en op stropdas na geheel ontbloot trotseerden zeventig Amsterdammers de ziektekiemen in het kanaalwater. Zij zwommen, met voorop hun senaat met lauwerkrans, naar hun helden en bibberden kort daarop weer naar de kant, waar hun door de kou geschonden gelaat enig meewarig gegiechel ontlokte aan de dames.

Het vertrek uit Houten duurde uren. Vrinden vochten nog een robbertje op het spekgladde gras. Bemodderde mannen uit Maastricht kregen het aan de stok met de Amerikaanse slee van het Rotterdamse bestuur. “Jij hoort hier niet”, sneerde het bestuurlid in driedelig met priemende wijsvinger. “Jij hoort hier helemaal niet.”

Als wij hadden gewonnen, zo riepen andere Rotterdammers, was het feest dat de winnaar de rest van Nederland aanbiedt op de sociëteit gehouden. Zoals het hoort. Maar de sociëteit van Amsterdam kan geen drieduizend man herbergen en ligt middenin een woonwijk. Het was van te voren in het programmaboek aangekondigd. De lokatie voor de Amsterdamse "kroegjool' met gratis zuipen was gisteravond de catacombe van het Olympisch Stadion. Een vaatje bier aangeboden door de burgemeester van Amsterdam, een vaatje van het bestuur, een vaatje van een dispuut, een vaatje van een club. Duizenden liters enzovoorts.