"Gevangenis' asielzoekers blijft onrustig; Profiel van het GRENSHOSPITIUM

Het grenshospitium heeft een roerig jaar achter de rug. In dit "semi-hotel' wachten kansloos geachte asielzoekers op hun uitzetting. Lange wachttijden hebben meer dan eens tot opstandjes geleid. Slechts de helft van de "kanslozen' werd ook daadwerkelijk uitgewezen. De rest mocht naar een open opvangcentrum, werd op straat gezet of zit nog altijd in de "Bullebak'.

Je kunt je in een hofje wanen. Het kunstgrasveld wordt omzoomd door een klinkerpad, lantaarnpalen en wat stoelen. Hier en daar zitten mensen in de zon, te praten of te dammen. Anderen lopen een rondje. En nog een rondje. En nog een. Ze kunnen immers nergens anders heen: ze logeren in het grenshospitium.

“Dit is absoluut geen gevangenis”, zei staatssecretaris A. Kosto van justitie toen hij vorig jaar op 6 april het gebouw opende. “De asielzoeker kan altijd uit eigen beweging de opvang verlaten. Terug naar het land waar hij vandaan komt.” Sindsdien hebben 260 bewoners van het grenshospitium het gebouw verlaten. Zelden uit eigen beweging en lang niet altijd naar het land waar ze vandaan kwamen.

Tot voor een jaar bivakkeerden kansloze asielzoekers op Schiphol-Oost. Vreemdelingen die op de luchthaven asiel hadden gevraagd en wier verzoek na een "gehoor' door Justitie was afgewezen, werden daar vastgehouden tot ze konden worden uitgezet. De primitieve omstandigheden leidden veelvuldig tot opstootjes en ontsnappingen. Daarom werd besloten tot de bouw van het grenshospitium, kosten: veertien miljoen gulden. Met honderdtwintig plaatsen voor kansloze asielzoekers die vallen onder artikel 7a van de Vreemdelingenwet: vreemdelingen die op Schiphol worden aangehouden en die niet kunnen worden toegelaten, kunnen in detentie worden gehouden tot hun uitzetting.

“Ik heb altijd gemengde gevoelens gehouden”, zegt Tweede-Kamerlid M. van Traa (PvdA). Vrijheidsberoving, vindt hij, hoort niet bij asielzoekers. De staatssecretaris mag dan graag spreken van "hotel' of "logies', “het is natuurlijk een gevangenis.” Dat hij desondanks zijn verzet tegen het hospitium heeft gestaakt, heeft alles te maken met de onhoudbare situatie op Schiphol-Oost.

Voor Justitie is het grenshospitium een belangrijk instrument in haar toelatingsbeleid. Er komen sindsdien steeds minder vreemdelingen met "een flinterdun vluchtverhaal', aldus een woordvoerder van het departement. Justitie wijst daarbij op de daling van het aantal asielverzoeken op Schiphol. Maar die tendens bestaat al jaren: in 1990 kwamen zo'n 7.000 asielzoekers aan op Schiphol, in 1991 waren dat er nog 3.774 en vorig jaar was hun aantal gedaald tot 2.944.

Een causaal verband tussen deze cijfers en de bouw van het hospitium ontbreekt, zo geeft de woordvoerder van justitie toe. En als je ziet hoeveel kansloze asielzoekers via het grenshospitium worden uitgezet, is de vraag hoe succesvol het instituut is. De meeste vreemdelingen die op Schiphol aankomen, gaan in afwachting van een beslissing over hun asielverzoek door naar een open opvangcentrum. Zo'n driehonderd werden in de periode van april 1992 tot april dit jaar dermate kansloos geacht dat ze naar het grenshospitium moesten.

Van die driehonderd 7a-"gasten' zijn er 166 daadwerkelijk via Schiphol uitgewezen; 82 werden doorgelaten naar een open opvangcentrum, omdat ze bij nader inzien toch niet helemaal kansloos bleken. Twaalf asielzoekers werden op straat gezet - wel kansloos, maar niet uitzetbaar. Vorige week nog werd een 28-jarige Iraniër na zes maanden grenslogies met twee plastic tassen en een koffer bij een bushalte vóór Schiphol gezet. Asiel krijgt hij niet, maar Iran wordt niettemin te gevaarlijk geacht om mensen naar terug te sturen. Hij en zijn lotgenoten krijgen het bevel Nederland binnen 24 of 48 uur te verlaten. Minister Hirsch Ballin (justitie) noemde het “een ergerlijke zaak” dat asielzoekers die hun identiteit niet willen geven "aan de grens' moeten worden gezet. Maar hij noemde het onontkoombaar. Ook adjunct-directeur E. Politiek van het grenshospitium noemt deze gang van zaken “geen oplossing”. Maar hij kan evenmin iets anders verzinnen.

Al snel bleek het hospitium te ruim voor de slinkende stroom vreemdelingen die op Schiphol asiel aanvraagt. In augustus vorig jaar werd besloten de lege kamers te vullen met een andere categorie vreemdelingen: zij die illegaal in Nederland verblijven en werden aangehouden bijvoorbeeld bij verkeerscontroles, of als ze een overtreding hadden begaan. Van augustus tot december verbleven er 235 vreemdelingen op grond van dit artikel 26. “Die kunnen voortdurend worden aangeleverd”, aldus een woordvoerder van Justitie. “En als er weer plaats nodig is voor artikel 7a-klanten, kunnen we ze overplaatsen naar een huis van bewaring.”

D66-Kamerlid Wolffensperger vindt deze ontwikkeling een "slechte zaak': “Daarmee benadruk je het gevangenis-karakter van het hospitium, waardoor de spanning oploopt.” Zijn PvdA-collega is het met hem eens. “Zo wordt het een normale vreemdelingenbewaring”, zegt Van Traa, “en dat was niet de bedoeling”. Vluchtelingenwerk Nederland is van mening dat de beslissing mensen op grond van artikel 26 op te sluiten, de façade van het "semi-hotel' heeft weggetrokken.

Tevreden kijkt adjunct-directeur Politiek neer op het rustige tafereeltje op zijn binnenplaats. Zo is het meestal, verzekert hij. Hij wijst op een groepje Arabische mannen achterin: “Zo zitten ze ook in het Juliana-park in Utrecht.” Verder lopen er louter Afrikanen en Aziaten rond. “Mijn bevolking is heterogeen. Ik heb ook wel eens een Russische dame van 70 jaar gehad.” Momenteel verblijven 60 vreemdelingen in het hospitium op grond van artikel 7a, twintig op grond van artikel 26. De ene blanke die kwiek over het pad stapt, is de "crea-juffrouw'.

In het afgelopen jaar heeft het grenshospitium vele minder rustige momenten geweest. Een vrouwelijke "vreemdelingenbegeleider' (het personeel heet nadrukkelijk niet "bewaker') werd aangevallen door mannen die haar sleutels afpakten om er vandoor te gaan. Een ander personeelslid werd door twee man vastgegrepen en met een mes in zijn gezicht gesneden. Beiden zijn nog altijd in therapie bij het instituut voor psychotrauma, aldus Politiek.

“Ik dacht dat ik af zou zijn van het typische bajesgedrag, de agressie”, aldus een vreemdelingenbegeleider die anoniem wil blijven (“anders kost het me mijn baan”). Evenals de meesten van zijn collega's komt hij uit het gevangeniswezen. “Maar de agressie is hier net zo erg, soms erger dan in penitentiaire instellingen.” Hij voelt zich steeds onveiliger in het hospitium. Onder bewoners broeien veel spanningen, vooral tussen Arabieren en Afrikanen. “Er bellen steeds meer mensen die op straat zijn gezet na wangedrag en die tegen de bewoners zeggen: als je maar moeilijk doet, kom je vrij. Als ze dat inderdaad doen, heb je een opstand. Volgens mij zit die er aan te komen.”

Wat hebben bewoners ook anders te doen dan praten over "revolutie', zegt de Liberiaan Isaac Johnson boos. Hij schetst zijn doorsnee dag in het grenshospitium schetst: zo laat mogelijk opstaan, eten om twaalf uur. Daarna een beetje kletsen, pingpongen, voetballen of sjoelen. Tussen vijf en half zeven de avondboterham, om half tien opsluiting in de kamers en tot diep in de nacht tv kijken.

Johnson (naar eigen zeggen een neef van de Liberiaanse guerilla-leider Prince Johnson) werd even voor Kerst op straat gezet na enkele weken te hebben doorgebracht in de Bijlmerbajes. Hij zou eind november het initiatief hebben genomen tot een opstootje in het hospitium, waarbij de Mobiele Eenheid aan te pas moest komen. Nu leeft hij als illegaal in Nederland, net als "Campbell' en nog twee landgenoten.

Campbell (zijn echte naam mag niet in de krant) is half februari uit het grenshospitium gelaten. Bij Schiphol liet de marechaussee hem uit het politiebusje met de mededeling dat hij binnen 48 uur het land moest verlaten. “Ze zeiden dat ik nu wel voor mezelf kon zorgen.” Sindsdien zwerft hij “als een krankzinnige” rond in de Randstad. Werk kan hij niet krijgen als illegaal. Dus is hij aangewezen op de liefdadigheid van de kerken. Toch leeft hij liever zo dan in het hospitium. Hij is tenminste vrij. De vier maanden in opsluiting herinnert hij zich als “verschrikkelijk en afschuwelijk”. Zijn oordeel over het personeel: “De meesten zijn assholes. Ze bekijken je als een stuk vuil.”

Vluchtelingen uit Liberia zijn niet zeldzaam in het grenshospitium. Evenmin als uit Iran of Irak. Allemaal landen waarnaar Nederland geen mensen uitwijst. “De nieuwste trend”, zegt Politiek, “is te zeggen dat je statenloos bent”. Ieder verhaal dat de vluchteling onuitzetbaar maakt, geeft hem meer kans in Nederland te blijven. Niet omdat hij hier wordt geloofd, maar omdat er geen land te vinden is dat hem wil opnemen. Daarom moet de asielzoeker in kwestie soms maandenlang in het grenshospitium blijven. Al die tijd probeert Justitie te bewijzen dat hij in een land woont, waarnaar ze wel mag uitzetten.

Vorig jaar heeft Politiek geklaagd bij Justitie dat de verblijfsduur van zijn bewoners te lang was. Een half jaar in het grenshospitium was geen uitzondering. Nu is volgens hem de gemiddelde verblijfsduur teruggebracht tot veertig dagen. En daarmee is naar zijn mening een van de oorzaken van de spanningen weggenomen.

Niettemin zijn in maart en april tot tweemaal toe weer bewoners overgeplaatst naar gevangenissen. Een groep Afrikanen zou hun kamers in brand hebben willen steken en begeleiders gijzelen om vervolgens met z'n allen de poort uit te lopen. Door de animositeit tussen Afrikanen en Arabieren lekte het plan uit. Zes bewoners werden overgeplaatst naar het huis van bewaring Nieuwersluis. Twee dagen later brak een opstandje uit toen bewoners bloed gingen spuwen omdat er glas in hun eten zat. En weer twee dagen later zou een groepje asielzoekers hun medebewoners hebben gentimideerd en bewakers hebben lastiggevallen. Vijf mensen werden naar de gevangenis gebracht.

De overplaatsingen zijn echte noodgrepen, geeft ook Politiek toe. Verscheidene malen heeft de rechter besloten dat degenen die van het hospitium werden overgebracht naar de gevangenis, moesten worden vrijgelaten. Morgen beslist de Raadkamer in Utrecht over twee "opstandelingen' die zijn overgebracht naar Nieuwersluis.

Maar als de verblijfsduur geen reden meer is tot opstandigheid, hoe zijn de jongste opstootjes dan te verklaren? Politiek heeft zo zijn vermoedens. “Altijd als het Autonoom centrum op bezoek is geweest, is het onrustig.” Het Autonoom info/axi centrum in Amsterdam is een verklaard tegenstander van wat het consequent "de grensgevangenis' noemt. Als hulpverleners hadden de medewerkers tot voor kort vrij toegang tot de vreemdelingen. Maar Politiek heeft de bezoekregeling begin april laten veranderen en het Autonoom centrum de toegang ontzegd. Het centrum spant woensdag een kort geding aan tegen deze beslissing. “Wij ruien niemand op”, zegt een van de medewerkers, E. Hollants.

Vluchtelingenwerk is ook tegen het hospitium (daar spreekt men altijd van "Bullebak'), maar de vereniging heeft wel een eigen spreekkamer in het gebouw. En Politiek wil hen zelfs betrekken bij een nieuwe vorm van "intake', waarbij de nieuwe asielzoekers uitgebreid worden genformeerd over hun situatie. Verder komt er binnenkort een voorlichtingsfilm in verschillende talen. Maar het zal altijd moeilijk blijven om uit te leggen dat de nieuwkomer opgesloten blijft tot hij weer wordt uitgewezen.