Geluk

We hadden een huurauto besteld in Miami, af te halen aan de luchthaven. Gevraagd naar de beste route naar Miami Beach drukte de Budget-vertegenwoordiger me een kaartje in de hand waar we, eenmaal op weg, geen wijs uit konden. We reden verkeerd en raakten verzeild in een achterbuurt. Kapotte auto's, een enkele opgedofte hotrod, gaten in het wegdek en veel broeierige jonge jongens op de stoep, die ons lang nakeken.

Een paar weken eerder was ons aan de zuidkant van Chicago net zoiets overkomen, waarop inwoners van de noordkant ons hadden uitgelegd dat je in zo'n situatie vooral niet moet laten merken dat je verdwaald bent - niet zichtbaar kaartlezen - en in elk geval niet moet gaan cirkelen, want dat trekt pas echt de aandacht. Met ongetwijfeld zeer onnatuurlijk ontspannen gezichten reden we door, net zolang tot er een andere buurt aanbrak. Bij een paviljoenachtig gebouw met louter de duurste Jaguars en Mercedessen op de oprit - het bleek een golfclub - vroegen we de weg, en tien minuten later reden we het parkeerterrein van ons hotel op. Na een paar dagen vertrokken we, omhoog, door Georgia, de Carolina's, New York, naar Canada. Zoals vaker als we op reis zijn hielden we geleidelijk aan op met televisie kijken en kranten lezen, tot we boven de Grote Meren de VS weer inreden en in onze hotelkamer in Escanaba, een grauw houtzagersdorpje aan de oever van Lake Michigan, een courtesy paper vonden.

FLORIDA LAUNCHES TOURISM SAFETY CAMPAIGN, zei de openingskop. Toen ik de laatste regels bereikte klopte m'n hart in m'n keel. Ons dooltochtje door greater Miami had heel anders kunnen aflopen.

Het merkwaardigst is het idee door het oog van de naald te zijn gekropen, zonder de naald ooit te hebben gezien. Iemand die zes spelletjes Russisch roulette overleeft wéét dat hij geluk heeft, maar er is ook zoiets als geheim geluk. De bewakingsdienst onderschept een gewapende inbreker die net aan jouw hotelkamer toe was; terwijl jij beneden over de stoep loopt kan de verhuizer op drie hoog de op het raamkozijn wankelende ijskast nog nét binnenhouden; je passeert een vrachtwagen waarvan de chauffeur al in slaap is gevallen maar pas over twee mijl een tegenligger zal rammen. Het getergde hart stond op het punt door een infarct te worden getroffen, de eigenaar stopte met roken en ging 's ochtends in het park rennen, en zal nooit weten dat hij op een haar na dood was. Hoe vaak zou zoiets een mens overkomen?

Ik zag haar voor me, die Duitse toeriste, een paar meter verderop aan dezelfde verhuurbalie, datzelfde vage wegenkaartje in haar hand, op weg naar haar Isphahan.

There but for the grace of God go I, mocht mijn moeder altijd graag zeggen.