Fiat-topman erkent betaling smeergeld

ROME, 19 APRIL. Gianni Agnelli, de president van de Fiat-groep, heeft zaterdag voor het eerst openlijk toegegeven dat zijn bedrijf smeergeld heeft betaald. Vrijwel tegelijkertijd waren Fiat-advocaten in Milaan aan het onderhandelen om nieuwe arrestaties van topmanagers van de groep te voorkomen.

Fiat maakt zich grote zorgen over het effect van de recente arrestaties van een vijftal leidende managers op het imago van de groep. Daarom hebben de advocaten van de groep zaterdag twee uur lang overlegd met de Milanese officieren van justitie die de smeergeldonderzoeken leiden. Fiat wil meewerken als daarmee nieuwe arrestaties kunnen worden voorkomen.

Het openbaar ministerie in Milaan heeft geruchten ontkend als zou Cesare Romiti, de managing director van Fiat en de tweede man na Agnelli, worden verdacht. Maar in de pers, ook in de bladen die het eigendom zijn van de Fiat-groep, wordt erop gespeculeerd dat Romiti later deze week een gesprek zal hebben met de Milanese officieren van justitie om informatie te geven over steekpenningen die door Fiat-bedrijven zijn betaald. Geruchten dat na het overleg zaterdag in Milaan een arrestatiebevel voor een andere, niet nader aangeduide Fiat-manager is ingetrokken, zijn niet ontkend.

De Milanese onderzoeksrechters noemden het gesprek van zaterdag “een erg positief signaal”. Zij hebben bij herhaling aangedrongen op een volledige lijst van het smeergeld dat door Fiat-bedrijven is betaald, om het onderzoek te versnellen. Sommige Fiat-managers zijn gevangen gezet totdat ze informatie gaven over de smeergeldaffaires waarbij zij betrokken zijn geweest. Fiat-president Gianni Agnelli bestrijdt niet langer dat zijn groep steekpenningen heeft betaald. “Ook binnen Fiat zijn er enkele episodes geweest van niet-correcte vermenging met het politieke systeem,” zei Agnelli zaterdag op een symposium van de werkgeversorganisatie Confindustria. Volgens hem gaat het slechts om marginale incidenten.

“Ik geloof niet dat er twijfels bestaan over het het feit dat het hart van Fiat dat van een bedrijf is dat is verwikkeld in een vrije en harde concurrentie op de markt,” zei Agnelli. Hij zei dat er bij de beoordeling van de rol van ondernemers in de corruptieschandalen onderscheid gemaakt moet worden tussen “degenen die serieus aan industrie doen en degenen die daarentegen hun eigen fortuin bijna uitsluitend hebben gevestigd op de systematische belangenverstrengeling met de politieke macht.” De Fiat-president bestreedt suggesties, die ook in eigen kring te horen zijn geweest, dat het onderzoek van de Milanese justitie deel uitmaakt van een complot. Hij zei dat het wel heeft duidelijk gemaakt dat Italië moet beginnen aan een nieuwe fase, “een seizoen van materiële en morele wederopbouw”.