De zinledige rituelen van de bureaucratie

Dat bureaucratie een negatief fenomeen is, kan men in Van Dale lezen. Nu kan een en ander wel “oud en wetenschappelijk versleten” zijn, zoals de politicoloog J.C.N. Raadschelders in NRC Handelsblad van 1 april stelt, maar dat is irrelevant voor het schrijven van een tegenkritiek op het opinierende artikel van de Nederlandse consul-generaal in Munchen Michiels van Kessenich en de Landbouw-ambtenaar Van Beusekom, dat eerder op de opiniepagina verscheen.

Als Van Dale reeds negatief praat over het begrip bureaucratie, welk bezwaar kan een politicoloog dan maken wanneer Michiels en Van Beusekom dit "infame fenomeen' analyseren?

Bovendien vallen de schrijvers (conform de definitie van Van Dale die een dynamiek inhoudt) juist die ontaarding van de openbare dienst aan. De politicoloog Raadschelders weet kennelijk niets van de verlammingen die een nepotistische bureaucratie het achttiende eeuwse Nederland heeft toegebracht noch van de letterlijk infame klerkentroep die het College van secretarissen-generaal tijdens de bezetting maar al te ijverig bijstond. Was het niet juist een zorgvuldige bureaucraat die een persoonsbewijs ontwierp dat zelfs nazi-deskundigen versteld deed staan over de volmaaktheid? Ironisch genoeg was het ook bureaucratisch gemodder dat Buitenlandse Zaken veel later in het moeras van de paspoort-affaire liet stranden. Het is wel degelijk gerechtvaardigd dat Michiels en Van Beusekom naar de maatschappelijke geschiedenis verwijzen: het krioelt daar van de voorbeelden. Het woord bureaucratie betekent toch: ontaard (verworden) openbaar bestuur en kan eenvoudig niet worden aangemerkt als “de enige organisatievorm waarmee de overheid... de doelgroep kan bedienen...”, zoals Raadschelders het formuleert.

Iedere organisatievorm neemt als eerste ongeschreven gebod aan het veiligstellen van het zelfbehoud; juist daardoor ontkiemt de schimmel al snel _ zeker als het gebeuren waarvoor dat systeem opgezet is zich aan het oog onttrekt. Bleef het openbaar bestuur maar zichtbaar _ een toestand die overigens een parlement moet bevorderen _ dan ontaardde het niet zo snel in een stelsel van zinledige rituelen en onontwarbare kluwens van harige belangenstrengen. Dat is de werkelijkheid in Nederland (en daar niet alleen) van het ogenblik en dat is waartegen Michiels en Van Beusekom opkwamen. "Wetenschappelijke' vermaningen zijn op dit ogenblik zinloos, zeker als die uit de hoogste verdieping van een universitaire ivoren toren neerdalen. Want inderdaad hebben wij te maken met een heerschappij van ambtenaren en dat hoort in een volwassen en functionerende democratie een vloek te zijn.