De mensenrechten als exportprodukt van het westen?

In mijn vaders huis, Ned. 3, 20.15-21.08u.

“Er zijn een paar elementen in de westerse cultuur”, zegt Abram de Swaan vanavond tegen Anil Ramdas, “waarvan ik denk dat ze goed aansluiten bij het algemeen menselijk patroon. Waar de mensen wat aan zouden kunnen hebben.” Ramdas: “Vrijheid, gelijkheid, broederschap, parlementaire democratie?” De Swaan: “Ja, en misschien zelfs wel de markteconomie, misschien zelfs wel CD's en vliegtuigen.” Interessant en levendig is het gesprek dat de VPRO vanavond om kwart over acht uitzendt. Het onderwerp is de westerse beschaving en haar rol in een wereld waarin andere culturen zich steeds duidelijker manifesteren. Als beelden op de televisie, maar ook in levenden lijve, als tienduizenden volksverhuizers. Normaal gesproken wordt dit onderwerp omgedoopt tot "minderhedendebat' en op de televisie door politici en zaakwaarnemers afgehandeld. Dat het ook heel anders kan wordt vanavond gedemonstreerd door gespreksleider Anil Ramdas, die filosoof Frits Staal en socioloog Abram de Swaan aan de tand voelt. Hun conversatie is spits, vrij van parti-pris en af en toe zelfs geleerd.

Ramdas spreekt de komende vier weken voor de VPRO-camera met intellectuelen uit het westen en het oosten. Het gaat steeds over de dilemma's waarmee de westerse cultuur de Derde wereld opzadelt - en omgekeerd. Aan de ene kant het verlangen van de Derde wereld de eigen cultuur te behouden, aan de andere kant de verlokkingen van het westen. Plus de zekerheid dat het westerse levenspatroon een onweerstaanbare logica heeft, "waar de mensen wat aan zouden kunnen hebben.' De Swaan benadrukt dat die blijkbaar bestaande superioriteit niet het recht geeft het westerse levenspatroon aan anderen op te leggen. Het komt vanzelf wel, hoor je hem denken. Staal heeft daar als oriëntalist wat moeite mee, het humanisme is niet exclusief westers, voert hij aan, het bevat veel oosterse elementen.

Gaandeweg de uitzending gaat de discussie steeds meer over de oost-west tegenstelling, maar hij was begonnen met de door Ramdas gentroduceerde tegenstelling tussen cultureel relativisme en universalisme. Ofwel de neiging om andere culturen te begrijpen in hun eigen termen, tegenover het streven te zoeken naar iets wat voor alle mensen geldt. De actualiteit van die tegenstelling zal niemand in het tijdperk van vrouwenbesnijdenis, Salman Rushdie en etnische zuiveringen in Oost-Europa ontgaan. De Swaan, zeer op dreef in deze uitzending, neemt een onverzoenlijke houding in tegenover de mensen die op het cultureel relativisme een relativerende moraal willen bouwen - de redenering die in zijn bespottelijkste varianten leidt tot begrip voor weduwenverbranding: “Dat vinden weduwen niet erg, die geloven erin.” En wat te denken van sommige oosterse intellectuelen, vraagt Ramdas, die de universele mensenrechten zien als het zoveelste exportprodukt van het rijke westen? De Swaan: “Dat kunnen die intellectuelen wel zeggen, maar dan zijn het leugenaars.”