Collecte enige nieuws op L-Amerika Festival

Dertiende Latijns Amerika Festival. Met Tania Libertad, Manno Charlemagne, Raúl Barboza, Beatriz Aguiar en Grupo Mango. Gehoord: 18/4, Vredenburg, Utrecht.

Een grootscheepse collecte ten bate van gevluchte Hatiaanse muzikanten, zoiets was op het Latijns Amerika Festival nog niet eerder vertoond. Het leek wel alsof de Hatiaanse vertolker van liederen over democratie en mensenrechten Manno Charlemagne, zélf verbannen na de recente staatsgreep op het Carabische eiland, er speciaal voor naar Utrecht was gekomen. Zijn optreden in Muziekcentrum Vredenburg was nog niet beëindigd of de collectebus was al nauwelijks meer te tillen. Zo'n spontane actie zegt veel over het Latijns Amerika Festival, dat al dertien jaar lang pretendeert méér te zijn dan een muziekfestival. Al was het thema "massacultuur' - ondersteund door lezingen over Latijnsamerikaanse soapopera's en de Mexicaanse stripheld Superbarrio - ditmaal wel erg mager.

Minimaal genstrumenteerde ontboezemingen van politiek geëngageerde zangers vormden zeker niet de hoofdmoot van het festival. In tegendeel: het Latijns Amerika Festival is van alle markten thuis. Wel ontbeerde het programma een echte revelatie. Zo liep het concert van de Peruaanse zangeres Tania Libertad weer eens uit op een moemakende collage van slechts bij vlagen interessante Latinrock. Haar repertoire - een mengeling van gestileerde Peruaanse walsen en bolero's - wordt nogal eens ontsierd door glimmend gepoetste arrangementen. Al even spanningloos was het optreden van Beatriz Aguair. Ze beschikt zeer zeker over vocale kwaliteiten, maar de muziek blijft een levenloos skelet van in aanleg interessante ideeën. Eigenlijk was de enige echte vernieuwer van het festival accordeonist Raúl Barboza. Hij wordt ook wel de koning van de chamamé genoemd, de volksmuziek en dans van de Litoral, een rivierengebied ten noordoosten van Argentinië, grenzend aan Paraguay, Uruguay en Brazilië. Deze wonderlijke muziek is ontstaan als een mengeling van polka, wals en mazurka, en aangelengd met Afrikaanse ritmen die de slaven mee naar Cuba hebben genomen.

Deed het enigszins onsamenhangende optreden van Barboza in het televisieprogramma van Sonja Barend het ergste vermoeden, in Utrecht bleek de kennismaking met deze door wijlen Astor Piazolla bewonderde muzikant mee te vallen. Laverend tussen primitieve songstructuur en vrije improvisatie is zijn muziek een wel zeer gewaagde combinatie van de musica nortena uit Mexico en de Argentijnse tango. Een noviteit is het gebruik van de harp in zijn muziek. Toch wist ook Barboza de vooruitgesnelde beloftes niet helemaal in te lossen; soms dreigde de muziek verloren te gaan in een zee van al te losse structuren.

Na een spoedcursus salsadansen sloot de Colombiaanse Grupo Mango het festival af met een wel erg plichtmatige en vrijblijvende versie van Carabische salsa, de zogenaamde Son caribe. De ritmesectie mag dan nog zo gedreven musiceren, het orkest kan nauwelijks tippen aan Colombiaanse sterren als Joe Arroyo en Alfredo De La Fé, die veel meer smaken in hun cocktails verwerken.