Bloed en benzinebommen op dag die Zuid-Afrika vreesde

SOWETO, 19 APRIL. Het is rustig, landerig bijna. Duizenden in en rond het voetbalstadion in Soweto beëindigen rond zeven uur vanmorgen de nachtwake voor hun vermoorde leider Chris Hani. Groepjes jongeren warmen zich slaperig bij vuurtjes om de kilte van de herfstnacht uit hun kleren te verdrijven. Grotere formaties met bijlen en speren in de hand zingen hun strijdliederen en dansen hun rondjes. Sommigen wassen zich bij een kraan, kammen de haren en trekken het ANC-actiehemd recht: klaar voor de begrafenis van weer een martelaar in de strijd tegen de apartheid, de grootste sinds Steve Biko.

Terwijl duizenden het stadion binnenstromen breekt plotseling chaos uit op een veld tussen het stadion en de zwarte stad Soweto, van elkaar gescheiden door een snelweg. Grote groepen jongeren rennen de weg over en gooien stenen naar de politie aan de andere kant. Ze krijgen traangas en rubber kogels als antwoord. “Wegwezen, alsjeblieft”, commandeert een ordebewaker van het ANC. “Er zitten mensen van het PAC (het extreem linkse Pan Afrikaans Congres, red.) tussen met geweren. Ik denk dat ze gaan schieten”.

De veldslag lijkt begonnen. Gepantserde politiewagens komen ineens van alle kanten tevoorschijn en snellen naar de plaats waar de confrontatie is begonnen. Kinderen gooien stenen en bezinnebommen. Vlak voor ons vat een politiewagen vlam onder gejuich van de menigte. De politie schiet rubber kogels als reactie. Een kleine jongen met bebloede benen wordt de EHBO-post binnengedragen.

De spanning doet de anti-blanke sentimenten snel opleven: een collega krijgt een mes op de keel, terwijl hem dreigend het scheldwoord “settler, settler” wordt toegesist. Een ANC-ordebewaker schiet te hulp.

Dit is de dag die Zuid-Afrika heeft gevreesd: de ontlading van woede over de moord op een van de meest populaire zwarte leiders van het land, Chris Hani, secretaris-generaal van de communistische partij en voorman van het ANC. Alle partijen weten dat de anarchie in het land nu om de hoek ligt.

Hier staan de radicale jongeren met stenen en benzinnebommen in de hand. Veertig kilometer verderop, in de omgeving van de begraafplaats in Germiston waar Hani vanmiddag zou worden begraven, staan zwaarbewapende leden van de extreem-rechtse Afrikaner Weerstandsbeweging (AWB) klaar “om blanke eigendommen te beschermen”. Dit is de dag dat de extremen elkaar kunnen raken.

Pag.4: Sjofel defilé op gympies

De wanhopige speaker in het stadion probeert de jongeren binnen het stadion te houden, weg van de gevechten buiten. Hij roept neutrale waarnemers van het Vredessecretariaat en ANC-leiders op zo snel mogelijk in actie te komen. “Kan iemand van het Vredessecretariaat alsjeblieft president De Klerk bellen om hem te vragen of zijn politie wil ophouden met schieten?”, klinkt het door de luidsprekers.

Pas wanneer de waarnemers van de EG, VN en het Vredessecretariaat zich opstellen tussen de jongeren en de politie, wordt het her en der wat rustiger. De politie meldt dat vanuit het publiek met automatische geweren is geschoten op politie-auto's en een helikopter. Er zijn schotenwisselingen geweest tussen de politie en radicale elementen in de menigte. Huizen in de buurt zijn in brand gestoken. In het Baragwanath-ziekenhuis in Soweto zijn vanmorgen ten minste tien gewonden binnengebracht, van wie twee ernstig.

Het stadion zit vol met 80.000 mensen, wanneer om kwart voor tien de goudkleurige kist het stadion wordt binnengedragen door soldaten van het ANC-leger Umkhonto we Siszwe. Velen van hen zijn zondag al gekomen, met bussen, auto's en treinen, vanuit Transkei tot Natal, om afscheid te nemen van Chris Hani - "Held van het volk' en "Vechter voor de arbeiders en de armen' zoals hij op de spandoeken over de reclameborden heet. Duizenden ordebewakers van het ANC, de marshalls, hebben alle bezoekers gefouilleerd. “Nee, comrade, je wapen moet je afgeven”, krijgt een stevige man in wit traingspak met bobbel op de heup te horen. “Je krijgt een bonnetje en je kunt het na afloop weer ophalen”.

Kinderen zijn het vooral, net als bij alle andere ANC-bijeenkomsten na de moord op Hani, ergens tussen de tien en zestien jaar, een sjofel gekleed verzet-op-gympies. Ze dragen spandoeken en borden met de afbeelding van hun held, die door zijn verleden als soldaat en chef-staf van Umkhonto we Siszwe (de Speer der Natie) bij de jeugd voortleeft als de strijder-bij-uitstek tegen de apartheid. Sinds zondagmiddag is een eindeloos defilé van mannen, vrouwen en kinderen, volk en leiders, langs het dode lichaam getrokken van de zoveelste anti-apartheidsactivist die de democratie in Zuid-Afrika niet haalde.

Buiten zijn jongeren en politie nog met elkaar in gevecht. Binnen staat de kist van Chris Hani onder een afdakje van geel plastic voor het podium met de ANC-leiding, de religieuze voorgangers onder wie aartsbisschop Desmond Tutu en een gemengde schare aan buitenlandse gasten, van de Zambiase oud-president Kenneth Kaunda tot de Amerikaanse oud-bokser Muhammad Ali. De voorzitter van de communistische partij, Joe Slovo, noemt “het systeem” als schuldige voor de moord op Hani, niet alleen de verdachte Poolse immigrant Janusz Walus. “Het syteem opende zijn armen voor criminelen uit Oost-Europa, die een van onze beste zonen heeft vermoord. Hij had stemrecht, Chris Hani en Nelson Mandela nog steeds niet”.

In een bewogen toespraak stelt ANC-president Nelson Mandela de regering met haar propaganda tegen zijn beweging verantwoordelijk voor het scheppen van een klimaat, waarin de moord op Hani kon plaatshebben. Hij spreekt president De Klerk rechtstreeks aan: “U pakt extreem-rechts aan met fluwelen handschoenen. U laat ze een hitlist publiceren met namen van ANC-leiders, u beschermt onze betogers niet zodat ze worden doodgeschoten (door een blanke man afgelopen zaterdag in Vanderbijlpark, red.). Zwarte levens zijn goedkoop, dat zal zo blijven tot de apartheid dood is”. Mandela sluit in een doodstil stadion af met een laatste woord aan “kameraad, vriend en vertrouweling” Chris Hani. “We hadden heftige debatten. Je was voor niets bang. Je hebt in mijn huis gewoond, ik hield van je als mijn eigen zoon. Jij bent onvervangbaar. Dit litteken zal altijd blijven bestaan”.