Bewapende vrede in een film noir

WASHINGTON, 19 APRIL. Bij ground zero, het beruchte kruispunt tussen de brede vierbaanswegen Florence Avenue en Normandy Avenue in Los Angeles, stonden afgelopen zaterdag bij het puin van eerdere rellen veel cameraploegen te wachten op de eerste raddraaier. Dertien helikopters van televisiestations hingen in de lucht om brandstichting en plundering te filmen. Maar er was weinig te zien na de veroordeling van twee van de vier politie-agenten, beschuldigd van mishandeling van de dronken zwarte automobilist Rodney King. Er waren wat barbecues voor kerkgebouwen en enkele nieuwsgierigen die op de camera's afkwamen. Voor het federale gerechtsgebouw juichten en klapten de mensen, maar verder bleef het rustig. Volgens een commentator ging het om de “grootste niet-gebeurtenis in de geschiedenis”, volgens een ander was er sprake geweest van “elektronische benauwdheid”.

Tijdens de juryberaadslaging over de zaak-Rodney King waren er twee werelden: die van de opgewonden televisie en die van de kalme straten van de Zuidcalifornische metropool. De televisie speelde in op de stedelijke nachtmerries van alle Amerikanen. Ook zonder tussenkomst van Hollywood fungeert Los Angeles als een nationale film noir. Afgelopen weken was het ook grotendeels fictie. Buitenshuis was het rustig maar binnenshuis konden de burgers gruwelen bij televisiebeelden over grimmige mariniers in Camp Pendleton, die in een namaakwoonwijk met helikopters en mitrailleurs trainden voor stedelijke oorlogsvoering. Voorts waren er shots van zandzakken, dichtgetimmerde ruiten en betonnen hekken. In de arme, zwarte wijk Watts zoemde de camera in op een eenzame zwarte man die in een bruin onderhemd aan het oefenen was met een basketball. “Morgen staat die met brandbom en mitraillette voor uw deur”, was de verborgen boodschap. Vooral burgers in veiliger, afgelegen voorsteden waren bang voor de komst van de horden. Ze legden voedselvoorraden aan, bereidden de kinderen voor op eventuele evacuatie. In Northridge, een voorstadje aan de voet van de heuvels ten westen van Los Angeles, was de kerk onlangs stampvol voor de nieuwe stedendwinger, politiecommissaris Willie Williams. De zwarte man kreeg langdurige staande ovaties. Het leek of de blanke aanwezigen hun schuldgevoelens over hun grote angst voor zwarten wegklapten.

Bijna 300 man stonden op, toen Williams vroeg wie er bij de buurtwacht was. “De misdaad neemt toe”, was de conclusie van de vragenstellers. Maar volgens de cijfers van Williams was het aantal moorden in Northridge afgelopen jaar juist gedaald. De inwoners van Northridge voeren een verbeten strijd tegen graffity, het eerste, mogelijke levensteken van gevaarlijke jeugdbendes. Elke dag gaat het anti graffity swat team er met bijtmiddelen en verf op uit. Er is onlangs zelfs een jongen op een schoolplein vermoord. Komen de bendes uit de wijken van arme zwarten en latino's? “Nee”, antwoordde een bezorgde buurvrouw van het slachtoffer. “Het zijn onze kinderen. Ook deze buurt heeft steeds meer gebroken gezinnen, net zoals in de binnenstad van Los Angeles. Niemand heeft toezicht.”

De bewoners in de arme wijken van Los Angeles waren afgelopen weken heel wat laconieker dan die in Northridge. Op een loze dreiging van wat bendeleden na, werd schouderophalend gereageerd op de mogelijkheid van rellen. In tegenstelling tot vorig jaar zou eventuele vrijspraak van de politie-agenten niet meer als totale verrassing zijn gekomen. Wie de ravage in zijn wijk ten gevolge van een rel eenmaal heeft meegemaakt, gaat er niet graag voor een tweede keer op uit. Bovendien patrouilleerde in LA de hele politiemacht van 6000 man, ditmaal goed geleid door een zwarte commissaris, op afstand bijgestaan door een parate National Guard en de landmacht. Vorig jaar had de politie een beginnende rel op de kruising van Florence en Normandy verlaten. Op de lokale televisie, toen even actief als nu, werd al snel duidelijk dat mensen ongestraft winkels konden leegplunderen. Massa's arme kijkers wilden toen ook hun deel van de gratis buit en de rellen verspreidden zich als een bermbrand. Het duurde twee nachten voor de National Guard kon worden gemobiliseerd. Dit keer stond alles klaar voor een zwaarbewapende vrede. Ook afgelopen nacht bleef de politie op verdubbelde sterkte patrouilleren.

Na de uitspraak was er algemene opluchting, gevolgd door een ritueel van demonen uitdrijven door het oproepen tot “een nieuw begin”. In de kerken werd enthousiast gezongen. De televisiepresentatoren, eerst zwartgallig en hetzerig, ontwikkelden zich tot vredestichtende dominees. Er kwam een We Are The World stemming. “We moeten de wereld laten zien dat verschillende groepen hier in vrede kunnen samenleven”, zei een zwarte man enthousiast. Een groepje Koreanen, die het vorig jaar speciaal moesten ontgelden, hield een verzoeningsmars. Nu in de affaire-King politiegeweld is bestraft, putten ook sommige zwarten daar moed uit. Tegelijkertijd blijven er nog, wat commentator George Will noemt, de “rellen in slow motion”, de berovingen, de oorlogen tussen bendes en de executies vanuit rijdende auto's. Bij justitie liggen nog 47.000 klachten over politiegeweld. De grens tussen legitieme dwang en mishandeling is vaag in wijken waar veel misdadigers beter bewapend zijn dan de politie. Zo is Los Angeles een karikatuur van de sociaal ontwrichte Westerse metropool. Een democratische politiestaat met daklozen als enige voetgangers, inbraakalarmen, nerveuze politie, bewapende buurtwachten, veiligheidsdiensten, bloedstollende televisieverslagen van schietpartijen en net wat minder rechten voor donker gekleurde inwoners, die zich in de buurt van een potentiele crime scene bevinden.