Zure (b)lijfrente- appels (2)

Een gegarandeerde lijfrentekapitaalverzekering tegen betaling van een eenmalige koopsom, daarom vaak koopsompolis genoemd, keert op de einddatum een kapitaal uit om (fiscaal verplicht) een periodieke uitkering (lijfrente) als voorziening voor de oude dag van te kopen.

De overheid (wij) ziet graag dat wij zèlf zorgen voor later en staat om die reden toe dat koopsommen en premies afgetrokken worden van het belastbare inkomen. Dus betaalt men in feite (netto) minder dan op de polis staat. Dat geeft tevreden gezichten bij direct betrokkenen: verzekeraars en verzekerden.

Is dat terecht? Eigenlijk niet, want door de koppeling van de aftrek aan een verzekering, een soort gedwongen winkelnering, verstoort de fiscus vraag en aanbod op de markt: de aanbieders worden voorgetrokken. Dat werkt hogere prijzen in de hand, tenzij de aanbieders elkaar flink bevechten. En dat lijkt het geval, want het verschil in eindkapitaal tussen de goedkoopste en duurste maatschappij kan oplopen tot meer dan 10 duizend gulden, bij een netto inleg van 5150 gulden.

Op zoek naar mooie appels voor de dorst, stuit men nog op het volgende: wie een assurantietussenpersoon of bank inschakelt krijgt een offerte van een verzekeraar die met intermediairs werkt (en daar provisie aan betaalt) en niet van een direct writer die rechtstreeks zaken doet met het publiek en vandaar hogere uitkeringen claimt, via onder meer advertenties in de krant. Zo'n bemiddelaar werkt, wat dit betreft, niet optimaal voor zijn klanten.

Dit prijsvoordeel vormt niet de belangrijkste factor bij de zorg voor de oude dag. De eerste afweging dient de keuze van instrument te zijn: waarin leg je geld opzij. De fiscale kant (waar verzekeraars vanzelfsprekend op hameren) komt daarna aan de orde. Anders blijkt later dat de appels zuur zijn. Iemand die nadenkt over zijn oude dag, nabestaanden en schulden moet eerst proberen risico's en wensen op een rijtje te zetten en dwarsverbindingen te leggen, aan persoonlijke financiële planning doen.

Zo is een lijfrente een blijfrente, want je moet blijven leven om ervan te profiteren. Wèl levert dit instrument de sterken een fraai en zeker rendement op, maar daar hebben nabestaanden niets aan. Wat dat betreft ligt het meer voor de hand dat de overheid belastingplichtigen toestaat een fiscaal vriendelijke alternatieve voorziening in eigen beheer op te bouwen.

Dat kan op verschillende manieren: een privé beleggingsfonds waarvan de periodieke inleg aftrekbaar is van het inkomen òf een verruiming van de rentevrijstelling om te voorkomen dat men gedwongen wordt een spaarverzekering af te sluiten (ook hier een eenzijdige markt) of geld in het buitenland onder te brengen.

Een lijfrente is onder meer bedoeld om pensioenuitkeringen aan te vullen of op te schroeven. Heel veel werknemers hebben voor dat doel in het verleden koopsommen gestort zonder te kijken naar hun totale financiële situatie tijdens de pensioenjaren, die afhangt van inkomsten en uitgaven.

Om straks goed te kunnen leven kan men de inkomsten vergroten en/of de uitgaven verminderen. Mensen hebben de neiging te streven naar het opvoeren of beveiligen van hun inkomsten door middel van verzekeren, beleggen of sparen. De aanbieders van die financiële diensten moedigen dat aan. Ze zullen niet gauw naast je komen zitten om samen flink de uitgaven te drukken. Ook wat dit betreft opereren niet alle bemiddelaars aan de zijde van hun klanten. Een financiële planner behoort dat wel te doen. Het volgende voorbeeld illustreert het geschetste inkomsten/uitgaven dilemma.

Een man van 45 koopt een huis en neemt daar een hypotheek op die in dertig jaar wordt afgelost en loopt tot hij 75 jaar is. De eerste tien jaar van zijn pensioen drukken de maandelijkse rente en aflossing op het pensioen. Nu mag de rente tegen 60 procent afgetrokken worden. Straks ligt dat percentage lager, omdat het pensioen door enkele breuken en een tekort niet 70 maar minder dan 50 procent van het huidige werknemers-inkomen bedraagt. Hij overweegt daarom zijn pensioen op te krikken met jaarlijkse stortingen van koopsommen. Is dat verstandig?

Ja en nee. De eerste stap zou moeten zijn extra af te lossen op de hypotheek om daarmee de einddatum terug te brengen tot de pensioendatum. De huidige lasten blijven ongeveer gelijk, maar straks blijft er per saldo meer over om van te leven.

Pas daarna komen de lijfrenten aan de orde. Zo kies je eerst voor een ander instrument, schuldaflossing, dat fiscaal misschien iets minder oplevert, maar leidt tot een gezondere balans van het gezin. (eerste artikel 10 april)