Wim Meuwissen, artistiek leider tienjarig Jeugdtheaterfestival in Den Bosch; Contact van kind met theater ons doel

Programmaoverzicht en kaartverkoop: Casino Den Bosch, 073 - 125125. Tijdens het festival verschijnt het jubileumboekje Liber amicorum? Verkrijgbaar via het SKV Den Bosch, 073 - 155403.

DEN BOSCH, 17 APRIL. Aanstaande woensdag begint in Den Bosch het tiende Jeugdtheaterfestival. Zes dagen lang worden op zes lokaties veertig verschillende voorstellingen gespeeld, waarvan ruim een derde uit het buitenland afkomstig is. In tentoonstellingen en studiebijeenkomsten staat de theatervormgeving centraal en via de zogenaamde "proeves' kan het publiek kennis nemen van produkties in embryonaal stadium.

Wim Meuwissen, voor het vierde en laatste jaar artistiek leider van het festival, blikt terug. Meuwissen (1943) is van oorsprong acteur en afkomstig uit Vlaanderen. Hij werkt al jaren in Nederland, sinds 1990 als hoofd van de acteursopleiding aan de Utrechtse Hogeschool voor de Kunsten.

“In het begin had het festival vooral een beursaspect. Programmeurs en consulenten kunstzinnige vorming kwamen om te beslissen welke voorstellingen ze het komend seizoen in hun theaters en in de scholen zouden aanbieden. Omdat er de afgelopen tien jaar aanzienlijke ontwikkelingen op jeugdtheatergebied hebben plaats gevonden kon de artistieke profilering steeds meer gewicht in de schaal gaan leggen. Behalve voor de moeilijke categorie vanaf twaalf jaar is er in Nederland een heel netwerk van theatervoorzieningen voor kinderen ontstaan. Regionaal gespreid bestaan er gezelschappen met meerjarensubsidies. De distributeurs kunnen door het jaar heen goed geïnformeerd raken over nieuwe voorstellingen en groepen hoeven zich in Den Bosch dus niet meer dood te concurreren om uitverkoren te worden. De meeste hebben zo langzamerhand een goed en vrij vast afzetgebied. Wat dat betreft heeft het festival zichzelf eigenlijk overleefd. Dit is mijn laatste jaar en ik denk dat er wel dingen gaan veranderen. Dat er bijvoorbeeld speciale aandacht zal worden gegeven aan die groep vanaf twaalf jaar en dat er meer dans, mime en misschien ook poppenspel bij betrokken zullen gaan worden.

“Er zijn mensen die vinden dat het festival zich meer moet toespitsen op een artistieke top. Dat is niet mijn visie. Wij willen graag veel kinderen met theater in aanraking brengen, bijvoorbeeld in scholen en daartoe heb je niet alleen behoefte aan het artistiek alleruitzonderlijkste. Ik heb oog voor de continuïteit en voor de schakering van het aanbod. Daarnaast zoeken we naar nieuwe mensen en initiatieven, die misschien nog moeten groeien, maar al potentie hebben. Juist degenen die nog niet het comfort van zo'n meerjarensubsidie hebben, moeten wij een zetje geven.”

Vorig jaar koos de festivalleiding de zeven interessantste voorstellingen. Waarom nu niet meer?

“Wij vonden dat een hulpmiddel voor bezoekers om zich te oriënteren en ook een bijdrage aan een eigen artistiek profiel, maar het werd te veel gezien als een voorkeur. Nederland is er niet zo op gesteld dat de een boven de ander wordt uitgelicht. Volgend jaar kan er iemand komen die zonder pardon roept, ik vind alleen dit of dat goed. Dat ligt niet in mijn lijn. Ik kijk naar kwaliteit, maar er mag verscheidenheid zijn.

" De buitenlanders die er deze keer staan zijn wel een persoonlijke keuze van Guy Cassiers. Ik vind hun aanwezigheid van groot belang, omdat Nederlandse groepen er inspiratie uit kunnen putten. Het wordt niet zoals op de internationale festivals van Turijn, Lyon of München, waar je altijd dezelfde Portugese of Zweedse voorstelling ziet. In plaats van de krenten uit de internationale pap is er gezocht naar het onbekende en naar mogelijke impulsen. Het zijn eerder randvoorstellingen, die theatermakers hopelijk op de punt van de stoel laten zitten. Werk van eigenzinnige kunstenaars die in eigen land niet in vaste, gesubsidiëerde gezelschappen werken.''

Studenten van theateropleidingen bezoeken het festival sporadisch.

“Mag ik dan eerst zeggen dat ik helemaal nooit een volwassen theatermaker zie. Geen Hans Croiset die eens even komt kijken. Dat verbaast me, want ze missen een hoop. Het zal straks ook mijn opvolging bemoeilijken, als men weer iemand zoekt die niet uit het jeugtheater zelf afkomstig is. Dat studenten weg blijven ligt vaak aan hun docenten. Die moeten als het ware de brug naar het jeugdtheater slaan. Ik zie het jeudtheater niet alleen als een opstap naar het "grote theater', maar het is een terrein waar je ongebreidelder en met meer verbeelding je gang kunt gaan. Bovendien is het een uitmuntende leerschool. Je werkt met een kritisch publiek: je hoort onmiddellijk wat hun niet bevalt. Je moet vaak door een muur van kabaal heen, een uitgelaten groep, die door televisie gevormd is en het idee stilte niet kent. Het heeft soms meer van een bokswedstrijd. Dat is vooral hier in Nederland zo. In Vlaanderen hebben we bravere kinderen!"

Wat ziet u als de belangrijkste inhoudelijke veranderingen binnen het jeugdtheater?

" Het hele veld is gegroeid. De echte kentering is teweeg gebracht door regisseurs als Liesbeth Coltoff, Hans van den Boom en Ad de Bont. Vervolgens zijn er auteurs gekomen, van wie de stukken zo belangwekkend zijn dat ze ook in het buitenland gespeeld worden. De acteurs lagen achterop, maar daarin komt nu ook verandering, door het besef dat je ook binnen het jeugdtheater met goede regisseurs kunt werken en vanwege de inkrimpende werkgelegenheid. En wat ik een bijzonderheid vind, is het hoge percentage volwassen bezoekers, dat niet alleen komt omdat ze een kind aan de hand hebben, maar omdat ze zelf geïnteresseerd zijn."

Dat kan ook betekenen dat zulke voorstellingen hun publiek voorbij schieten.

" Die volwassenen komen misschien omdat ze moe zijn van het cynisme van mensen als Rijnders en Lamers, met hun maatschappijvisie van verrotting, moe van het postmoderne theater over theater. Ze herademen in een omgeving, waar makers zich nog aan het theatrale avontuur mogen wagen en dingen kunnen doen die buiten de norm liggen.

" Maar kindertheater is natuurlijk voor kinderen. Je moet nooit iets panklaar voor een groep klaarstomen. Het hoeft ook niet steeds een spannend verhaal te zijn, je mag kinderen best aan het werk zetten, maar je moet wel de handvaten aanreiken om de verbeelding in gang te zetten. Veel spelen en de reacties peilen vind ik elementair. En vaak is dat niet de eerste bekommernis van de maker. Dan krijgt het zogenaamde autonome kunstenaarschap de bovenhand. Je hebt nou eenmaal gekozen voor dat bepaalde domein en dan heb je de plicht om kinderen een belevenis te bieden."