Werkgroep Cindroom: explosie bij Cindu was niet onvoorspelbaar

UITHOORN, 17 APRIL. De explosie bij het chemisch bedrijf Nevcin Polymers in Uithoorn van 8 juli vorig jaar werd niet veroorzaakt door een tot dan toe onbekend fenomeen maar door een verschijnsel waarvoor in de vakpers al uitdrukkelijk was gewaarschuwd.

Dat zegt A. Schriek van de Stichting Werkgroep Cindroom, die zich verzet tegen het opnieuw opstarten van het produktieproces bij de Cindu-dochter.

Cindroom reageert hiermee op een verklaring eerder deze week van Cindu-directeur A. Staalstra. Die zei dat de verwoestende explosie was veroorzaakt door een volkomen nieuw verschijnsel. Tot dan was aangenomen dat de explosie was veroorzaakt doordat Cindu-werknemers een verkeerd mengsel hadden gemaakt bij de produktie van kunsthars.

Maar onderzoek van DSM heeft volgens Staalstra aangetoond dat ook de normale receptuur had kunnen leiden tot een ongecontroleerde reactie, een zogeheten run-away. Daardoor wordt volgens Staalstra een ander licht geworpen op de schuldvraag. Volgens hem kan Cindu niet verantwoordelijk worden gesteld voor iets dat het bedrijf niet heeft kunnen weten.

De werkgroep Cindroom heeft nu ontdekt dat in de vakpers al uitdrukkelijk is gewaarschuwd voor de gevaren van het gebruikte mengsel, dcpd. Schriek: “Tijdens een chemisch congres in San Diego in augustus 1990 hebben twee Amerikaanse deskundigen gewaarschuwd tegen een run-away met dcpd, ook onder normale omstandigheden. Een jaar later verscheen daarover een artikel in de vakpers: het tijdschrift Plants Operations Progress. Cindu had het dus kunnen en moeten weten.”

Maandagvond wordt in Uithoorn een hoorzitting gehouden over het weer opstarten van de harsproduktie.