Van psychiatrisch ziekenhuis naar "gedifferentieerd wonen'

De Verhuizing, zondag, Ned. 3, 21.28-22.29u. Herhaling maandag Ned. 3, 16.36-17.36u.

Op het terrein van het gemeentelijk psychiatrisch Delta Ziekenhuis in Poortugaal, in 1909 buiten de gemeentegrenzen van Rotterdam in Poortugaal gebouwd en vervolgens zo vaak mogelijk vergeten, staan nog paviljoens van ruim 80 jaar oud. In het paviljoen Dijkzicht wonen 50 chronische patiënten, sommigen al 20 of 30 jaar. Het zijn vooral schizofrenen, maar ook manisch depressieven en mensen met wat zeldzamer psychiatrische ziekten.

De patiënten sliepen er met zijn twaalven op een zaal. Patiënt Wil Markestein had tussen zijn bed en dat ernaast een barricade “tegen de winden van zijn buurman” gebouwd. Er was één douche voor 25 patiënten. Er waren alleen gemeenschappelijke ruimten.

De bewoners van het paviljoen zijn goed genoeg om zelf hun boodschappen te doen, zelf eten te koken, zelf schoon te maken. Maar het medicijn-slikken is een vast ritueel in hun geregelde leven.

In het kader van de ontmanteling van de psychiatrische ziekenhuizen verhuisden in november vorig jaar 72 patiënten naar een nieuw "Gedifferentieerd Woonproject', een nevenvestiging van Delta in Hellevoetsluis.

Een jaar lang hebben Jan Louter en Janwillem de Kok een groep patiënten gevolgd en gefilmd die zich met gemengde gevoelens voorbereidde op de verhuizing, verhuisde en zich thuis ging voelen in het nieuwe gebouw. Daar heeft iedereen een eigen kamer en een eigen douche. En iedereen kan op zijn eigen kamer naar het tv-programma van eigen keuze kijken.

Al spoedig blijkt dat de documentaire eerder een portret is van drie patiënten in de groep uit Dijkzicht dan een verslag van de verhuizing. De reacties van de patiënten op de verhuizing wijken zo te zien niet sterk af van het gedrag dat andere mensen met een verhuizing in het vooruitzicht ten toon spreiden. Vrij levende niet-patiënten ondervinden misschien nog wel meer stress bij een verhuizing dan deze psychiatrische patiënten, voor wie alles tijdens de grote overgang wordt geregeld.

De documentaire geeft vooral inzicht in waarom deze soms ogenschijnlijk normale mensen zich alleen kunnen handhaven in een beschermde omgeving. Bij tijd en wijle blijken ze toch gek te zijn. De programmamakers laten de pragmatische instelling van de chronische patiënten zien en de secundaire ziektewinst die ze boeken.

Drie patiënten kregen extra aandacht. Het vergroot de diepgang aanmerkelijk. Een ervan is Wil Markestein, een 60-jarige manisch-depressieve patiënt die acht jaar in Dijkzicht woont. Als therapie - leren er op uit te trekken - ging hij eenmaal per week naar de markt. Hij heeft nu een handeltje. Verkoopt sigaren, schoenen en kleren met kleine winst aan medebewoners en heeft inmiddels zes kasten in gebruik. De therapie is in verzameldwang ontaardt.

Markestein ziet de verhuizing niet zitten. Dertig kilometer verderop, in een Zuidhollands dorp, hoe kan hij daar nog aan spullen komen? Vóór de verhuizing verzint hij bezwaren tegen ieder een eigen kamer en tegen privé-tv. De psychologe bespreekt het probleem van de zes kasten. Op zijn nieuwe kamer van 3,5 bij 3,5 staat maar één kast. Nog voor de verhuizing moet hij zijn handel saneren. Zal dat lukken? “Nou, daar zal ik wel hulp bij nodig hebben,” zegt Markestein.

Die hulpverlening slaagde niet. Bij de verhuizing gaan 16 dozen van Markestein de verhuiswagen in. De meeste bewoners hebben aan een paar dozen genoeg. Eenmaal over is Markesteins mening snel veranderd: “'t Was toch wel een apenhok waar we zaten, als je het goed beschouwt.”.