Topmanagers in de VS toucheren droomsalaris

NEW YORK, 17 APRIL. Ondanks een stagnerende economie hebben topbestuurders in het Amerikaanse bedrijfsleven vorig jaar meer gigantische inkomens weten te verdienen dan ooit tevoren. Uit het jongste nummer van het economische tijdschrift Business Week blijkt dat het gemiddelde inkomen van een Amerikaanse topbestuurder bij een grote onderneming vorig jaar 3,8 miljoen dollar bedoeg. Dat was 56 procent meer dan in 1991.

De absolute inkomenskampioen is topman Thomas Frist van het medische concern Hospital Corp of America. Terwijl de Amerikaanse politiek zucht onder het probleem van de gigantische kosten van de gezondheidszorg, wist Frist een inkomen van ruim 127 miljoen dollar (228 miljoen gulden) op zijn bankrekening te laten bijschrijven. Een groot deel daarvan, 126 miljoen dollar, was het gevolg van het uitoefenen van verstrekte aandelenopties.

Frist voert daarmee de top-tien van de Amerikaanse inkomenskampioenen aan. Om tot die tien te behoren moet een bestuurder ten minste een inkomen van 23 miljoen dollar incasseren. Op de tweede plaats staat Sanford Weill van het financiële concern Primerica met een totaal inkomen van ruim 67 miljoen dollar. Derde is Charles Lazarus, topman van de keten van speelgoedwinkels Toys "R' Us met een totaal inkomen van ruim 64 miljoen dollar.

Amerikaanse topfunctionarissen in het bedrijfsleven weten ruim vier keer zoveel aan inkomen op te strijken als hun Japanse collega's. Zo ontving Hiroshi Yamauchi, de hoogste man van het Japanse concern Nintendo, voor zijn activiteiten een inkomen van 6,3 miljoen dollar. Het gemiddelde salaris van een Japanse topbestuurder komt neer op 872.00 dollar, en dat is ongeveer een vierde van zijn gemiddelde Amerikaanse collega.

Het gemiddelde salaris van een Amerikaanse arbeider bedroeg vorig jaar ruim 24.000 dollar, dat van een leraar 34.000 dollar en dat van een technisch specialist 58.000 dollar.

Amerikaanse aandeelhouders beginnen zich steeds meer te ergeren aan de astronomische salarissen en inkomens van topbestuurders, vooral als de bedrijfswinsten en de aandelenkoersen dalen. (ANP)