Stemmen in Rotterdamse Doelen voor vrij Eritrea

ROTTERDAM, 17 APRIL. Een vrouw gehuld in een wit gewaad schuifelt naar de stembus. Met haar linkerhand gooit zij een rode kaart in de prullenbak. Met haar rechterhand werpt zij een envelop in de stembus, waarin zij zojuist een blauwe kaart heeft gestoken. Ze slaakt een vreugdekreet. Heel zaal vijf van de Rotterdamse Doelen barst in juichen uit.

De blauwe kaart staat voor een onafhankelijk Eritrea, de rode kaart betekent dat Eritrea een provicie van Ethiopië zal blijven. Drie dagen lang kunnen de "Nederlandse' Eritreërs in Rotterdam, Utrecht en Amsterdam hun stem uitbrengen in een referendum over de afscheiding van Ethiopië, dat op 23, 24 en 25 april in Eritrea zelf wordt gehouden. “Die rode kaart wordt waarschijnlijk helemaal niet gebruikt”, lacht Selas Habte. Zij deelt stencils uit waarop in het Amhari en het Arabisch uitgebreide stemaanwijzingen staan. De aanwijzingen zijn overbodig, zegt ze. Alle Eritreërs die in Nederland wonen zouden immers hetzelfde willen: een vrij Eritrea.

Dat de "buitenlanders' kunnen meestemmen is te danken aan een referendum-commissie die is ingesteld door de voorlopige Eritrese regering. Die commissie is sinds oktober beziggeweest Eritreërs op te sporen en te registreren die tijdens de strijd tussen het Eritrese verzet en het Ethiopische leger over de wereld zijn uitgezwermd. “Vandaag is het een grote dag voor alle Eritreërs in Nederland”, glundert Yemane Tekleyohannez, die de referendum-commissie vertegenwoordigt. “Voor het eerst in ons leven kunnen we stemmen. Stel je voor: na jaren van onderdrukking kiezen we als vrije mensen voor een vrij Eritrea. Dat is een fantastisch gevoel!”

Bijna dertig jaar lang vochten de Eritreërs een bloedige strijd uit met het Ethiopische leger. De oorlog ontstond nadat keizer Haile Selassie de voormalige Italiaanse kolonie Eritrea in 1962 annexeerde. Aanvankelijk steunde de Sovjet-Unie de Eritreërs met geld en wapens. Later koos zij partij voor de Ethiopische dictator Mengistu. In 1991 viel het regime van Mengistu. Vredesbesprekigen volgden, waarin werd besloten tot afscheiding van Eritrea, waarover nu een referendum wordt gehouden.

Bijna alle Eritreërs in Nederland hebben familie en vrienden verloren in de oorlog. “Ik denk dat mijn familie tijdens de gevechten bijna gehalveerd is”, vertelt David Kidane, die veertien jaar geleden naar Nederland vluchtte. “De wreedheid van het Ethiopische leger is gewoon niet te beschrijven.”

Kidane is net anderhalve maand teruggeweest in Eritrea. “Er wordt nu twee jaar niet meer gevochten, het heeft de laatste tijd flink geregend, ik was echt positief verbaasd om alles terug te zien... Maar aan de andere kant heeft de oorlog ook diepe wonden achtergelaten. Hele stadsdelen liggen in puin, ziekenhuizen zijn gebombardeerd. Op straat zie je overal gehandicapte mensen. Een schoolvriend van mij is twee benen kwijtgeraakt.”

Ondanks alles denkt Yemane Tekleyohannez er serieus over naar Eritrea terug te gaan. “Uiteindelijk willen we allemaal terug. Zeker nu ons land eindelijk vrij zal zijn. We moeten alleen niet vergeten dat Eritrea nog een lange en moeilijke weg te gaan heeft. Het is met Eritrea net zo gesteld als met Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Alles moet weer opgebouwd worden. Eritrea is verminkt en geschonden. Maar ook eensgezind, én vastberaden niet te vergeten. "Ga nooit door de knieën' was onze lijfspreuk in de oorlog.”