Spellen van topspelers

Even is het rustig aan het bridgefront. De grote jaarlijkse toernooien zijn achter de rug, evenals de nationale competities. Maar de internationale kampioenschappen komen er al weer aan. Een ervan is zelfs vandaag begonnen: het EG-kampioenschap, dat wordt gehouden in de Algarve in Portugal. Zeven dagen lang wordt daar in alle disciplines gestreden in een veld dat qua sterkte niet veel onderdoet voor een officieel Europees kampioenschap, hoewel sommige landen hun allersterkste teams thuis hebben gelaten om nieuwe, jonge paren internationale ervaring te laten opdoen.

De samenstelling van Oranje is interessant. Geen enkel paar van het bronzen Olympisch team doet mee. Wel Erik Kirchhoff en Anton Maas. Geen verrassing, want beide spelers, die onlangs besloten samen te gaan spelen, behoren al jaren tot de absolute top in Nederland en zijn lid van de kernploeg. Opvallend is de keuze van het andere paar, Ed Hoogenkamp en Loek Verhees jr. Deze betrekkelijk jonge spelers hebben binnen onze landsgrenzen de laatste tijd regelmatig goede resulaten geboekt, waarbij hun promotie naar de meesterklasse het meest in het oog springt. Mogelijk vergaat het de afgevaardigden net zo goed als de vijf Groningers die in 1987 voor Nederland uitkwamen op het EG-kampioenschap in Valkenburg. Zij vormden toen ook niet het officiële Nederlandse team, maar wonnen wel goud.

Van "Valkenburg' laat ik u een spel zien dat ik aantrof in een alleraardigst boekje dat zojuist is verschenen: "Beroemde spellen van topspelers', geschreven door Terence Reese en David Bird. Het is vertaald door en staat onder redactie van Cees Sint en Ton Schipperheyn. Zij voegden er een hoofdstuk aan toe over spektakelspellen uit de jaren negentig.* Maar nu eerst de hand waarmee in 1987 een van de Groningse vijf, Joop van der Goot, de bridgewereld versteld deed staan.

Zuid geverNoord

Niemand kw. ß7 AV986

ß6 3

ß5 V652

ß4 642

West Oost

ß7 B4 ß7 3

ß6 1072 ß6 954

ß5 AB9874 ß5 H103

ß4 B10 ß4 AHV873

Zuid

ß7 H10752

ß6 AHVB86

ß5 -

ß4 95

Van der Goot zat zuid. Hij besloot de hand te openen met 1ß7 in de hoop dat partner die kleur kon steunen. Zijn wens ging perfect in vervulling toen partner meteen naar 4ß7 sprong. Oost bood 5ß4 en Van der Goot deed weer iets bijzonders: hij knalde 6ß7. Van der Goot gokte erop dat west zou denken dat NZ niet bang waren voor een klaverstart.

De Groningse bluf slaagde wonderwel. West startte ß5A, waarna Van der Goot zelfs een overslag kon claimen. De klavers verdwenen immers op de hoge hartens. Commentaar na afloop van de nuchtere Groninger: ""Ik was te voorzichtig. Eigenlijk had ik zeven moeten bieden.''

In het laatste hoofdstuk behandelen de Nederlandse vertalers spellen uit het recente verleden. Een van de beruchtste is een hand uit de halve finale van de Rosenblum Cup (wereldtitel viertallen), gespeeld in Genève 1990 tussen Duitsland en Canada.

Noord gever Noord

OW kw. ß7 8

ß6 B107542

ß5 B43

ß4 873

West Oost

ß7 HB109 ß7 AV7643

ß6 AV3 ß6 8

ß5 A76ß5 HV852

ß4 HV2 ß4 5

Zuid

ß7 52

ß6 H96

ß5 109

ß4 AB10964

De strijd tussen beide landen was spannend. De score ging gelijk op. Elke imp telde. In de open kamer bereikte op dit spel het Duitse paar Bitschené-Ludewig keurig 6ß7: 1430. Gesloten gebeurde er dit:

West NoordOost Zuid

Hobart Rohowsky Kirr Nippgen

2ß5 2ß7 dbl

rdbl 3ß6 3ß7 4ß4

4SA5ß4 dbl pas

4SA 5ß4 dbl pas

Ll> pas pas

Noord zat de negentienjarige Roland Rohowsky. De jonge Duitser gaf met 2ß5 een zwakke pre-empt in een hoge kleur aan, het doublet van Nippgen was competitief. De rest van het biedverloop spreekt voor zichzelf tot het moment dat de Canadezen er bij het tussenbieden na 4SA (azenvragen) er niet meer helemaal uitkwamen. Zij besloten toen maar 5ß4 gedoubleerd te gaan tegenspelen.

Via een hartenaftroever door oost ging het contract zes down. Daar waren alle spelers het over eens, inclusief de scorer, die aldus noteerde op het wedstrijdformulier. Als score werd echter 1100 vermeld. Faliekant fout natuurlijk, want zes down gedoubleerd niet-kwetsbaar is 1400. Dit misverstand weet men achteraf aan de toen net ingevoerde "nieuwe telling'. Geen van allen - de Duitsers, de Canadezen en ook de wedstrijdleiding, bijna allemaal Nederlanders - had dat door.

Na 56 spellen was de eindstand 154-151 voor Duitsland. Die nacht kon Arno Hobart de slaap niet vatten. De Canadees speelde in gedachten nog eens ieder spel slag voor slag na. Tegen het ochtendgloren ging hem een licht op: die 1100 moest 1400 zijn, Duitsland had zeven imps te veel gekregen. Op die gedenkwaardige zondagochtend in het anders zo rustige Genève waren de uren voor de finale bepaald hectisch. Wanhopig trachtten de Canadezen iedereen ervan te overtuigen dat de uitslag veranderd moest worden. Officials, spelers, captains, kibitzers, iedereen bemoeide zich ermee. De wedstrijdleiding bleef echter onvermurwbaar en beriep zich op het reglement, dat bepaalde dat protesten van deze aard slechts tot een half uur na de wedstrijd konden worden ingediend. Niet Canada maar Duitsland speelde de finale tegen Amerika. Aan het eind van de dag werd Roland Rohowsky gehuldigd als de jongste wereldkampioen aller tijden. De Canadezen weigerden om het brons te spelen. Hun tegenstanders, een ander Amerikaans team, verklaarden zich solidair en besloten de derde en de vierde plaats met hen te delen.

*Beroemde spellen van topspelers, door Terence Reese en David Bird. Redactie en vertaling: Cees Sint en Ton Schipperheyn. Uitgeverij Tirion, Baarn. ISBN 90-5121-389-1, NUGI 450.

Spellen van topspelersBij de overlees: Luikse listen