Rusland laat miljarden dollars aan leningen liggen; Ambtenaar Denekamp: Moskou weigert garanties

DEN HAAG, 17 APRIL. Rusland had in dit stadium van zijn politieke en economische ontwikkeling in redelijkheid niet meer financiële hulp kunnen verwachten dan het programma van 43,5 miljard dollar waartoe de G-7, de zeven belangrijkste industrielanden, donderdag in Tokio besloten. Want Rusland laat miljarden dollars aan beschikbare leningen liggen, omdat de regering in Moskou niet wil of kan voldoen aan de voorwaarden van de Oosteuropa-bank (EBRD) om het geld beschikbaar te stellen.

Dit blijkt uit een gesprek met drs. Eelco J. Denekamp, hoofd internationale energiezaken van het ministerie van economische zaken. Moskou is niet bereid de noodzakelijke overheidsgaranties voor de leningen te verlenen, maar de regering accepteert ook niet een alternatieve garantiestelling die door de EBRD is voorgesteld: gebruik een deel van de extra verdiensten uit export van olie en aardgas voor aflossing en rentebetaling en laat de afnemer dat aan de EBRD overmaken.

“Dat willen de Russen niet”, zegt Denekamp, “daarvoor moeten ze toestemming hebben van het parlement en daar is tegenstand te verwachten. Men wil zelf controle houden over de afbetaling van leningen. Laat je dat over aan een Westerse importeur van olie of gas, dan verlies je die invloed, is de redenering. Alle inkomsten uit export moeten aan Rusland en bij voorkeur aan de staat toevallen, die dan wel zorgt voor de afbetaling. Ook speelt hierbij een zekere angst mee voor een wild-west situatie, die bijna onvermijdelijk is in zo'n gigantische privatiseringsoperatie, waarbij particuliere bedrijven een deel van de exportopbrengsten wegwerken naar bankrekeningen in het Westen, terwijl Rusland nu juist elke dollar hard nodig heeft.”

Eelco Denekamp heeft de afgelopen jaren door veelvuldige contacten in de GOS-hoofdsteden ervaring opgedaan met de techniek van de Westerse hulp aan Oost-Europa. Vorig jaar maakte hij deel uit van de Energie werkgroep van de conferentie van Westerse landen voor steun aan het GOS, die op initiatief van de vroegere Amerikaanse minister van buitenlandse zaken James Baker was opgericht. En twee weken geleden bezocht Denekamp nog met een Haagse delegatie Moskou en Kiev, om afspraken te maken over een aantal Nederlandse projecten op het gebied van energie, landbouw, transport en distributie van voedingsmiddelen, voor in totaal 150 miljoen gulden in een periode van vijf jaar.

Nederland betaalt de techniek voor hergebruik van aardgas in de Siberische olieprovincie Tyumen, dat anders wordt "afgefakkeld' en verloren gaat, voor verwarming van een broeikas voor groenteteelt. Verder staan op het programma verbetering van gastransportleidingen in Tyumen en, als onderdeel van een EBRD-programma, de verbetering van olie- en gasbronnen in het Noorden van deze provincie. Nederland concentreert zich met zijn bilaterale hulp op de omgeving van Moskou en St. Petersburg en op Tyumen. Een project voor verbetering van de efficiëncy van een gasgestookte elektriciteitscentrale bij Moskou is onlangs begonnen en binnenkort krijgt Rusland ook een Nederlandse auto met apparatuur om de uitstoot van milieuschadelijke stoffen te meten.

“Maar door de bottleneck van het gebrek aan garanties komen op dit moment veel grotere energieprojecten, die de Russen aan veel deviezen kunnen helpen, niet van de grond”, zegt Denekamp. Daarbij gaat het om zeker 5,5 miljard gulden. Als deze projecten wèl gerealiseerd worden, zou de Russische economie op enige termijn met een veelvoud van dat bedrag aan inkomsten uit extra export van olie en gas profiteren.

“Wij kunnen begrip opbrengen voor de benadering van de G-7, dat er weliswaar een boel geld nodig is voor de steun aan Rusland, maar dat er eerst aan voorwaarden moet worden voldaan eer het daadwerkelijk tot Westerse investeringen in dat land komt”, aldus Denekamp. “In dit stadium is er een aanzienlijke steun op macro-niveau nodig, en met dit programma van de G-7 kom je een heel eind in de richting om de goede politieke en financiële condities te creëren die op dit moment duidelijk ontbreken. De politieke component heb je niet in de hand, dat hangt mede af van de uitslag van het referendum op 25 april, maar dit programma helpt om tot stabilisatie van de economie te komen en de Russische regering in staat te stellen zich te richten op privatisering en het toelaten van Westerse projecten.”

Denekamp sluit niet uit dat er tijdens de volgende G-7 conferentie, in juli aanstaande, meer geld voor Rusland beschikbaar kan komen. “Dan komen de staatshoofden en regeringsleiders van de zeven bijeen en die willen graag tot iets tastbaars besluiten. Bovendien is de uitslag van het referendum dan bekend en hebben we een betere indruk of de hervormingspolitiek van Jeltsin steun krijgt. We verwachten dat de inflatie afneemt. Stabilisatie van de roebel is een belangrijk testmiddel voor economische verbetering.”

Maar minstens zo belangrijk als nieuwe bedragen acht Denekamp dat er een situatie ontstaat waarin er meer van de beschikbare fondsen van de Europese Gemeenschap en de Oosteuropa-bank kan worden uitgegeven. “Want veelal is er wel geld, maar vertaalt het zich niet in projecten.” “Bij de EBRD is dat heel duidelijk het geval, die zou graag meer geld in Rusland spenderen aan programma's, maar die komen nu niet van de grond omdat de Russische overheid de zekerheden die gevraagd worden niet kan of wil geven. Dat blokkeert nu nog de uitvoering van programma's waar Nederland ook aan deelneemt.”

Denekamp is “niet heel optimistisch” over de kans dat president Jeltsin, als hij het referendum volgende maand wint en kan doorgaan met zijn economisch hervormingsprogramma, in staat zal zijn op korte termijn overheidsgaranties te gaan geven voor de hulpleningen. “Er is in Moskou een zekere terughoudendheid, in het slechtste geval wantrouwen, tegen het Westen. Men vreest dat het Westen de Russische schatkist - de energiebronnen - komt leeghalen. Ik voorzie na 25 april niet snel een doorbraak, want de uitslag kan ook onduidelijk zijn. Trouwens, ook liberale, hervormingsgezinde Russen willen de zekerheid dat ze met de energie-export veel meer harde valuta gaan verdienen, en dat niet een deel daarvan door het Westen wordt opgestreken.” In dit verband wijst Denekamp op het het verdrag voor de uitwerking van het Energie Handvest (plan-Lubbers voor samenwerking met Oost-Europa) dat dit jaar tot stand moet komen. “Dat verdrag kan een belangrijke bijdrage leveren aan het totstandkomen van wederzijds vertrouwen.”

Na het beheersen van de inflatie zou volgens Denekamp een tweede Russische testcase zijn de goedkeuring van Moskou voor een enorm olie- en gaswinningsproject rondom het eiland Sakhalin, waarin een aantal Westerse oliemaatschappijen samenwerkt. “Dan heeft Rusland net als Kazachstan, met het olieveld in Tengiz dat door Chevron zal worden geëxploiteerd, een voorbeeldproject. Dan kunnen ze concreet zien hoe ze met gebruikmaking van Westerse investeringen, hun inkomsten drastisch kunnen opvoeren.”