Op de Academy smacht het tennistalent naar de zegen van Bollettieri

Het wordt wel het beste opleidinginstituut ter wereld genoemd. THE NICK BOLLETTIERI TENNIS ACADEMY in Bradenton, Florida. Een tennisracket en veel geld zijn genoeg om te worden toegelaten. Maar over het rendement van de investering doet niemand een voorspelling.

Had hij dit twee jaar geleden maar geweten. Dan was hij hier al veel eerder met zijn dochter heen gekomen. Nu is het misschien wel te laat. Nu heeft ze misschien twee kostbare jaren van haar leven verspeeld. Ze is al veertien. Hij is één en al zelfverwijt. Alsof straks door zijn onwetendheid een talent niet helemaal tot ontwikkeling is gekomen. Maar kan hij het helpen? De Nick Bollettieri Tennis Academy in Florida, dat is toch hét opleidingscentrum van de wereld? Daar komen toch spelers als Jim Courier, Andre Agassi en Monica Seles vandaan? Daar wordt toch niet zomaar iedereen toegelaten?

Hij weet nu beter, Matija Joketovic, een 52-jarige Kroaat uit Bosnië, die al twaalf jaar als electrotechnicus werkt in Duitsland. Hij woont met vrouw en twee dochters in een tweekamerwoning in Hamburg. Het heeft hem zo'n tienduizend gulden gekost om zijn Biljana twee weken te laten trainen bij de beroemde opleidingsschool. Hij had het er graag voor over, want in zijn achterhoofd zit nog steeds de vage hoop dat op dit complex iemand in haar dezelfde mogelijkheden ontdekt als hij. In Duitsland heeft ze tot haar twaalfde jaar alles gewonnen, maar daarna kwamen de speelsters opzetten die door de Duitse bond worden begeleid. En zij is maar een Joegoslavische, die hoeft van de Duitse bond niks te verwachten, ze mag niet eens meedoen aan kampioenschappen. “Als Biljana hier een half jaar meetraint is ze de beste. dat weet ik zeker”, zegt hij.

Maar er is nog niemand naar hem toegekomen met die blijde boodschap. Ze speelt ook niet goed. “De warmte, het tijdsverschil”, zegt hij. “En het is zwaar. Thuis traint ze twee uur per week, hier zes uur per dag. Ze is moe.” Hopelijk dat ze opvalt in een toernooitje voor de parttimers. De tien dollar inschrijfgeld betaalt hij graag. Tien dollar die straks wel eens tienduizenden waard kunnen zijn. Het optimisme van de lottospeler, die zich niet laat ontnuchteren door sombere statistieken waaruit blijkt hoe verbijsterend klein de winstkans is.

Als niemand Biljana ontdekt moet hij zelf maar actie ondernemen, hoewel zijn Engels te gebrekkig is om op een staffunctionaris af te stappen en het te vragen. Dus klampt hij iedereen aan die Joegoslavisch spreekt en hem wil helpen wanneer het tot een gesprek mocht komen met Nick Bollettieri, de goeroe van het Amerikaanse tennisonderwijs. Dan zal hij hem op de man af zijn mening vragen. Zoals een bekende uit Hamburg een dag tevoren heeft gedaan. Nick had geknikt toen hij de elfjarige Andreas Bubik had zien spelen. En zijn vader was meteen naar het naburige vliegveld van Sarasoto gereden om het retourticket voor zijn zoontje in te leveren. In Hamburg en omgeving heeft hij alle trainers al gehad en er was er niet één goed genoeg. Daarom moet Andreas tot en met mei hier blijven. Alleen. Om te trainen, om beter te worden. Want hij kan het, vindt zijn vader. En had Bollettieri niet geknikt?

Niet dat het "ja' van de meester er veel toe doet. Zijn toelatingseis bestaat alleen uit het checken van de kredietwaardigheid van zijn klanten. Nick wil niet te boek staan als een kampioenen-kweker. “We willen hier ook mensen ontvangen die net beginnen, die het spel nog moeten leren. Tennisonderwijs geven. Dat is ons doel.” Het is ook veel profijtelijker, want de wereld telt nu eenmaal duizendmaal meer verliezers dan winnaars. “We helpen mensen het beste uit zichzelf te halen”, is zijn motto.

Nee, niet alles dat Bollettieri aanraakt verandert in goud. En als het een keer wel gebeurt komt hem dat goed van pas. Dan is het een nieuw uithangbord voor zijn academie en al zijn filialen die over de hele wereld verspreid zijn. In Groot-Brittannië werkt hij samen met David Lloyd. Er is een dependance van zijn academie in het Belgische Charleroi, in Spanje, Italië, Frankrijk en binnenkort ook in Duitsland, Indonesië en Thailand, vertelt Larry Denyis. Hij is verantwoordelijk voor de overzeese activiteiten van de NBTA. Niet dat Nick daar vaak komt, maar ze dragen zijn naam, er wordt gewerkt volgens zijn systeem. “Je kunt dit niet runnen zonder a hell of an organisation”, zegt Bollettieri.

Er zijn veel meer nevenactiviteiten. Verkoop van video's met instructie, cursusboeken, tenniskleding (van Adidas, evenals onder andere Mitsubishi, Donnay rackets, Penn tennisballen en Oakley zonnebrillen sponsor van de Academy die eigendom is van de International Management Group van Marc McCormack) en backboards die zijn naam dragen. Dat alles heeft de NBTA tot een miljoenenbedrijf gemaakt, met wereldwijd een kleine driehonderd werknemers. Het full-time programma, waaraan de academie zijn naam dankt, is maar een klein onderdeel van de bezigheden. Wie een week tennisles wil hebben kan er ook terecht: kinderen en volwassenen. De laatste betalen een kleine tweeduizend gulden, het jeugdtarief is vijfhonderd gulden lager. Of dat wat ze leren wel een dergelijk bedrag waard is? “Sommige kinderen zouden meer leren als ze dat geld zelf moesten verdienen, dan wanneer ze het van hun ouders krijgen en hierheen worden gestuurd”, denkt José Lambert, de directeur sportzaken de Academy.

Voor Nick Bollettieri was de groep van Biljana Jaketovic niet veel meer dan weer een groep. Wel was hij persoonlijk even komen kijken. Hij is niet zo vaak in Florida, maar met the Lipton International Championships in Key Biscayne voor de deur moest hij er toch zijn, om daar als privécoach Andre Agassi te begeleiden. Ze waren van hem onder de indruk. Deze gebronsde zestiger, zijn ogen altijd verborgen achter een spiegelruit-zonnebril, in het gunstige geval gekleed in een hemdje waar het weelderige grijzende borsthaar bovenuit krult. Als hij in de buurt is hangt er een bijzondere sfeer op de academie. Iedereen spreekt hem aan met "Nick', de conversatie gaat met een zwierige nonchalance waarin toch respect doorklinkt. Meestal is het niet eens een conversatie, maar zijn het antwoorden op de honderden vragen die hij heeft. Wat Nick vraagt, wordt uitgevoerd. Als hij van vice-president Bill Rompf (“Hey Billy, come over here a minute”) een knipsel wil hebben van een tijdschrift waarin de Nederlandse bondscoach Stan Franker hem, Bollettieri, een groot compliment maakt, duikt Rompf in de knipselbak. De hele dag blijft hij me achtervolgen met de mededeling dat het nog even duurt, maar dat hij het zal vinden. Nick heeft het gevraagd, dus wordt het uitgevoerd.

Zijn manier van spreken is niet onplezierig of beklemmend, het is wel altijd resoluut. Als hij fel is of het vermoeden heeft dat zijn boodschap niet helemaal overkomt, articuleert hij overdreven, vormt hij staccato-zinnetjes met woorden als revolverschoten die allemaal de roos treffen. En dan plots wendt hij zijn gezicht af, hoort hij iets dat van belang kan zijn. Overal wil hij van op de hoogte zijn. Het is zijn keizerrijk, met eigen handen opgebouwd. Mag een jongen uit het volk, zoon van een Italiaanse emigrant die een drogeristerij had in Pelham, even buiten New York City, daar trots op zijn of niet? Want tennis was tijdens zijn jeugd niet eens zijn sport. Het was iets dat op deftige clubs werd gespeeld, waar voor emigrantenkinderen geen plaats was. Pas toen hij als marinier in Korea diende begon hij wat geld bij te verdienen door zijn maten tennisles te geven. Sommigen zeggen dat het de combinatie is van Italiaanse flair en handigheid, plus zijn achtergrond als marinier, die hem tot de charmeur met de harde hand maken.

"Would you sell this man your son?', vroeg de Sunday Times zich in juli 1991 af. Duizenden ouders over de hele wereld willen dat. Vanaf het moment dat Brian Gottfried in 1977 onder zijn bewind de derde plaats op de wereldranglijst haalde was zijn naam gevestigd. In '78 opende hij een "junior academy' in Longboat Key, drie jaar later zijn inmiddels fameuze Nick Bollettieri Tennis Academy in Bradenton. Met 72 beschikbare tennisbanen, een ultramodern fitnesscentrum, twee restaurants, een winkeltje met tenniskleding en rackets en appartementen voor de gasten, het grootste en best uitgeruste ter wereld. “We moeten steeds de nieuwste ontwikkelingen volgen. We zijn onze eigen concurrent, want we're the best in the industry.” Weinigen zullen die reputatie weerspreken en uit de toeloop blijkt dat er in de verste uithoeken zo wordt gedacht. Het is die kwantiteit die uiteindelijk automatisch tot kwaliteit zal leiden. Het systeem zit perfect in elkaar, de opleiding is uitmuntend. Bovenal regeert het positivisme. Hier worden jonge spelers gestimuleerd, overladen met complimenten die dikwijls overdreven klinken maar een gevoel van onoverwinnelijkheid kweken. “Hoe wij selecteren? Ze komen zelf. En verder zijn er bondscoaches, aanbevelingen van onze eigen studenten, Andre en ik zien ook heel wat als we op reis zijn...”

Dan roept hij een medewerker, zegt welke auto er moet worden gewassen en welke golfclubs ingepakt moeten worden. Belt Agassi om te vertellen dat hij naar de golfbaan gaat en of hij ook komt. Informeert of de bestelbus voor Key Biscayne al geladen is en of er toch wel genoeg T-shirts meegaan waar zijn naam op staat. Voert tussendoor een gesprek over een tas met tennisspullen die voor zo'n duizend dollar verkocht moet worden, over een Duitser die met hem in onderhandeling is over een horecabedrijf en in een belendend kantoortje iets wat niet voor de oren van zijn gast bestemd is. Dat alles neemt vier minuten in beslag en alsof er geen onderbreking was, gaat ie zitten op z'n regisseursstoeltje en vervolgt zijn verhaal over de selectie, over zijn timmermansoog voor talent.

“Ik kijk naar voeten en naar wat God hen gegeven heeft. Hun beweging, hun handen, de coördinatie van hun lichaam en hun hele houding, gedrag. Niet naar hun techniek. Daar let ik op als ze ouder zijn.” Techniek is, zeggen de specialisten, niet zijn sterkste kant. Als hij eens een aanwijzing geeft is het er een die elke trainer kan bedenken, hoewel José Lambert (al vijftien jaar op de academie, eerst als student, daarna als coach en nu als staffunctionaris) hem heel hoog heeft staan. “De hele academie, alle programma's zijn gebouwd op de intensiteit die hij uitstraalt. Het is een bijzonder mens. Als hij hier is gebeurt er iets bijzonders, iets extra's.”

Maar was het niet Adriano Panatta, de Italiaanse Davis-Cupcoach die in een vraaggesprek met de Tsjechisch/Nederlandse coach, publicist en cartoonist Martin Simek opmerkte dat wanneer hij zich kwaad wil maken, hij naar Agassi gaat kijken om te zien hoe die een bal die een halve meter boven het net is, precies zo slaat als één die tien centimeter boven de baan komt? Bollettieri: “Panatta heeft het mis. Misschien was dat vroeger zo, ja. Maar nu niet meer. Als je toch ziet hoe zijn spel zich heeft ontwikkeld, hoe hij zijn tegenstander vastzet op de baseline. Ach, aan dit soort discussies begin ik niet eens meer. Dat heb ik wel geleerd. Zeker niet met mensen als Panatta. Want, waar staan de Italianen op de wereldranglijst? Ze zijn te lief, hun mentaliteit is anders.”

Die mentaliteitsverschillen ziet hij op zijn academie. Bij zijn studenten die van september tot en met mei full-time tennistraining krijgen. Momenteel zijn het er 224 uit 45 verschillende landen. Die leven volgens een strak regime van het moment dat ze 's morgens om half zeven opstaan tot 's avonds om half elf het licht uit gaat. Na het gezamenlijke ontbijt gaan ze met de gele schoolbussen, waar natuurlijk de naam van Nick Bollettieri op staat, naar Saint Stephen's School of de Bradenton Academy. Om kwart voor één is de lunch, vervolgens tennisles. Om zes uur wordt het diner geserveerd, van zeven tot half negen wordt er verplicht gestudeerd. Daarna is er tijd voor sociale activiteiten. Op het terrein van The Academy. Althans voor degenen die in het internaat wonen, zo'n 170. De rest, veelal de jongsten, gaan naar familieleden die zich hier hebben gevestigd.

“Dat stimuleren we bij jonge kinderen. Dat één van de ouders, een grootmoeder, een oudere broer of zus hier in de buurt komt wonen”, zegt Nick. Als die ouders maar niet te veel invloed willen uitoefenen of tevoren willen weten waar hun kind kan eindigen. Zo lang de talenten zijn lijn maar volgen, zijn aanwijzingen voor lief nemen. Zo niet, dan kunnen ze maar beter weggaan. Zoals de 18-jarige Mary Pierce, de voor Frankrijk uitkomende Amerikaanse nummer dertien van de wereld, die zelf de voorkeur gaf aan training bij Bollettieri maar tevens haar bemoeizuchtige vader Jim als coach had. “Ik kon het niet”, zegt de tennisleraar en hij zucht vermoeid.

Een leeftijdsgrens is er niet. Er komen al zeven- en achtjarigen bij Bollettieri. Hij krijgt dan ook wel het verwijt kinderen van hun jeugd te beroven met zijn keiharde discipline en zijn onderofficierachtige donderspeeches. "Alcatraz-by-the-sea' is zijn Academy wel genoemd. Door mensen die er nooit geweest zijn, zeggen ze. Er heerst juist een heel positieve sfeer, kinderen worden gestimuleerd. Onder de stralende zon rollen de complimentjes over de baan.

Drillen? Geen sprake van. Twee trouwe honde-ogen en een fluwelen stem proberen die mythe te ontkrachten. Ziet hij er uit als een man die als een sergeant tekeer gaat tegen zijn studenten, die met zijn gezicht vlak bij dat van hen, commando's, schreeuwt? “Het zijn motiverende speeches. Gebaseerd op de strijd tegen alcohol, drugs en aids en de stress van het leven. Ik raad ze aan om elke dag voor ze gaan slapen, een gesprek met zichzelf te voeren: "Heb je vandaag echt het beste uit jezelf gehaald. Was je werkelijk wie je bent en probeerde je niet iemand te zijn waar je graag op wil lijken?' Vergeet nooit wie je bent en waar je vandaan komt, dat je verplichtingen hebt in het leven en dat er altijd iemand is die beter is dan jij, maar ook dat je kunt winnen als je tegen een betere speelt. Ervaringen in het leven moeten je niet verbitteren, maar verbeteren.” Er valt een grote stilte over de kantoorruimte. Zijn assistente is gestopt met typen en zelfs in een aangrenzende kamer is het stil geworden, alsof de woorden van de grote voorganger even moeten inwerken.

Toch is het niet alleen charisma dat Bollettieri zijn reputatie heeft verschaft. Hij heeft de ontwikkeling van het spel voorzien, heeft er op ingespeeld, zijn trainingsmethode op geschreven. De strelingen van de bal, de briljante techniek of die ene superieure slag... ze zijn al lang niet meer genoeg om je in de top te kunnen handhaven. Effectief tennis door perfecte atleten. Snel, maar met weinig creativiteit. “Alles gaat sneller. Dat komt door het materiaal, de ballen, de banen. Dat is geen kritiek, het is de realiteit en je moet met die stroom meegaan. Dat zal alleen nog maar toenemen.” Tennissers zijn topsporters geworden, superatleten. De artiesten zijn verdwenen. Spelers als Jim Courier en Pete Sampras hebben de uitstraling van een etalagepop. Zelfs dat voorzag Bollettieri en hij gaf de wereld een idool: Andre Agassi, een tennisspeler met de populariteit van een popster. Dat hij ooit hem boven de latere nummer één Courier heeft verkozen, is wel eens één van zijn weinige fouten in het tennis genoemd. “Je kunt niet alles hebben. Het heeft geen zin terug te kijken als je een fout maakt. Met Andre heb ik een speciale band. Die gaat veel verder dan die tussen een coach en een speler.”

Op de golven van diens roem kan Bollettieri nog lang voortdobberen, maar rusten zit niet in zijn natuur. Er staat al weer een nieuwe generatie voor de deur. De Duitser Thomas Haas bijvoorbeeld. Het zou de eerste Duitser worden die via de poorten van de academie en niet volledig in eigen Heimat gevormd de wereldranglijst bestormt. Of Anna Koernikova, een elfjarig blond Russisch meisje, dat op basis van haar talent en wilskracht, al gedoopt is tot de toekomstige nummer één. Als ze op baan 40 ("Nicks eigen baan') een dubbelspel speelt tegen meisjes die zeker een kop groter zijn dan zij en haar partner, houdt zij de puntentelling bij, neemt zij de beslissingen in twijfelgevallen. Haar moeder Ella bekijkt het allemaal stilletjes vanaf de zijkant. Als ze de partij heeft gewonnen informeert ze bij de hoofdcoach of er nog meer op het programma staat. Ze is vrij. Hoewel, vrij... Antwoord geven op een paar vragen mogen zij en haar moeder niet. “Dan moet u bij IMG zijn”, zegt haar moeder in gebrekkig Engels verwijzend naar de International Management Group van Marc McCormack, bij wie Anna onder contract staan. “Voorschrift.” “Ja bij IMG”, zegt het kind en ze stappen in het busje van sponsor Mitshubishi. Elf jaar geleden, toen Anna in Moskou werd geboren, besliste het Sovjet-systeem met wie er gesproken mocht worden. Nu in Florida doet McCormack het.

Een eindje verderop zit Matija Joketovic met een hoofd vol rekensommetjes. Hij heeft nog een flink bedrag op een Servische bank staan en als ie daar nu eens aan kon komen, zou hij zijn dochter toch aan de veertigduizend gulden voor een cursus van acht maanden kunnen helpen. Hoewel hij in Hamburg ook een heleboel privélessen van dat geld kan betalen. Ach, kon hij het maar aan Bollettieri voorleggen. Die zou wel een wijs oordeel kunnen uitspreken. Maar Nick is er niet. Die paradeert op het paradijslijke eilandje Key Biscayne voor Miami samen met Agassi over het terrein van het Lipton-toernooi. Daar wordt zijn naam gefluisterd door de toeschouwers, daar haalt de televisiecamera hem vol in beeld en wordt er bij gezegd welk een uniek tennisleraar hij is. En als dat maar vaak genoeg gebeurt, komen er vanzelf weer duizenden nieuwe Biljana's naar zijn Academy.